Geschiedenis

In 1972 wordt de WRR als voorlopige raad opgericht. Een tijd waarin adviesraden voornamelijk worden ingezet voor verschillende beleidsterreinen en inspraak vanuit de maatschappij. Bij de WRR gaat het om een nieuw soort instituut met een nieuwe taak. 

Installatie van de voorlopige Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid op 20 november 1972 in de raadszaal van de Eerste Kamer.

Installatie van de voorlopige wetenschappelijke raad voor het regeringsbeleid op 20 november 1972 in de raadszaal van de Eerste Kamer.

Opdracht

De WRR stelt probleemvelden vast en adviseert over toekomstige ontwikkelingen. De raad dient ‘verdrongen problemen boven water te brengen’. De eerste raad hanteert vooral een theoretische aanpak die aansluit bij internationale wetenschappelijke literatuur uit de dan opkomende beleidswetenschappen en bestuurskunde. Om op wetenschappelijke basis te kunnen adviseren moet men zich verstaan met de academische wereld. Al snel blijkt dat de raad zich ook uitdrukkelijk wil laten informeren door maatschappelijke organisaties en de bureaus van de politieke partijen. Het gebruik om ‘rapporten aan de regering’ uit te brengen ontstaat in 1975, ter onderscheiding van andere soorten WRR-publicaties, de ‘voorstudies en achtergronden’.

Betrokken bij beleid

Maken wij er werk van? (1977) was een van de eerste rapporten waarbij de betrokkenheid bij het beleid groot was. Volgens sommige ambtenaren, politici en journalisten is deze zelfs té groot en de afstand tot concreet overheidshandelen te klein. De raad neemt deze kanttekeningen ter harte en zet een trend met het bieden van handelingsperspectieven voor beleid omtrent brede maatschappelijke vraagstukken. Door het succesvolle rapport Plaats en toekomst van de Nederlandse industrie (1980) krijgt die lijn extra legitimiteit. In deze periode wordt op verschillende manieren getracht de maatschappelijke- en beleidsrelevantie en van het werk van de WRR verder te vergroten. Het gaat er om het accent te leggen bij “echte, toekomstige problemen”. Deze moeten multisectoraal en multidepartementaal worden aangepakt. “Realistische oplossingsrichtingen voor de lange termijn” moeten voorop staan, aldus de toenmalige voorzitter Theo Quené. 

In de jaren negentig worden onder voorzitterschap van mr. J.P.H. Donner enkele accentverschuivingen, die zich al eerder hadden aangekondigd, geformaliseerd. Zo wordt toekomstverkenning verdrongen door ‘toekomstbestendige’ rapporten. Daarnaast verschuift de aandacht van het inhoudelijke beleid naar de randvoorwaarden van het beleid en het sturen op de randvoorwaarden als methode. En bovendien verandert de stijl van de rapporten. Ze worden directer gericht op het bieden van beleidsargumentaties. 

Actief naar buiten treden

Naar aanleiding van de eerste externe evaluatie van de WRR, uitgevoerd door de commissie-Rinnooy Kan (Spiegel naar de toekomst, 2001), treedt de raad, onder voorzitterschap van Michiel Scheltema actiever naar buiten. De samenstelling van de raad wordt flexibeler, er worden (buitenlandse) experts ingeschakeld en rapporten worden mondeling toegelicht bij verschillende belanghebbenden.

Sterk merk

Vanaf ongeveer 2003 worden vaker actuele en normatieve thema’s geagendeerd zoals: het vraagstuk van de verhouding religie, staat en samenleving, media in de tijd van digitalisering en veranderingen van de maatschappelijke communicatiestructuur en het thema van islamitisch activisme. Tegelijkertijd verbreedt de raad zijn blikveld tot de gehele samenleving. De externe evaluatiecommissie Van Rooy constateert in 2008 dat de raad er goed in slaagt naar buiten te treden als 'sterk merk'. Hij kan nog wel meer investeren in de internationale oriëntatie van de raad en de profilering en doorwerking van individuele rapporten naar het beleid en de samenleving.

Versterken internationale oriëntatie

De aanbeveling om de internationale oriëntatie te versterken mondt o.m. uit in adviezen over ontwikkelingshulp (Minder pretentie, meer ambitie) en Nederlands buitenlands beleid (Aan het buitenland gehecht). Hiernaast publiceert de WRR in reactie op de ingrijpende economische crisis de essaybundel Aftershocks. Economic crisis and institutional choice en verzorgt hij een bijbehorende debatreeks. Ook tweejaarlijkse WRR-Lectures hebben internationale thema's belicht. Saving globalization from its cheerleaders (2008) en Beyond the crises (2010). Van recentere datum (2013) is het advies Lerende economie over het verdienvermogen van Nederland in het licht van de globalisering en opkomst van nieuwe economische grootmachten (de BRICS), dat in relatief korte tijd heel veel aandacht heeft gekregen.

Dynamische en flexibele programmering

Vanaf 2013 kiest de raad, mede op advies van de externe evaluatiecommissie-Smit, voor een meer dynamische en flexibeler wijze van programmering, die bovendien nauwer aansluit bij de dilemma's van regering en parlementen en meer ruimte laat voor gevraagde adviezen en/of actuele ontwikkelingen. Periodieke gesprekken met bewindslieden, beleidsmakers en parlementsleden, naast gesprekken met maatschappelijke actoren en wetenschappers vormen input voor het programma. Ook de analyse van de werkprogramma's van andere adviesraden en van relevante ontwikkelingen op nationaal, Europees en internationaal niveau worden scherp gevolgd. Bovendien creëert de raad meer flexibiliteit en responsiviteit door trajecten met een kortere looptijd en een grotere productdifferentiatie in te plannen.

Dit resulteert onder meer in door het beleid gevraagde agendering van thema's als: Maatschappelijke scheidslijnen; Collectieve arrangementen voor wonen, zorg en pensioenen; Omgaan met fysieke veiligheidsrisico's; Keuze, gedrag en beleid en Big data, privacy en veiligheid.