Plaats en toekomst van de Nederlandse industrie

Om de hoofddoelstellingen van het Nederlandse beleid ten aanzien van werkgelegenheid, evenwicht van de betalingsbalans, economische groei en milieubehoud te realiseren moet de bedrijvensector worden versterkt te beginnen bij de industrie. Dit is de conclusie van de WRR in het rapport Plaats en toekomst van de Nederlandse industrie (rapport nr. 18, 1980).

Click here for the English version of WRR-Report no. 18: Industry in the Netherlands: its Place and Future.

Cover R18 Plaats en toekomst 250x375

Versterking bedrijvensector noodzakelijk

De werkgelegenheidsontwikkeling in de Nederlandse industrie wijkt af van die in andere West-Europese landen. Kern van het probleem is de sterke sectorale specialisatie van de Nederlandse economie. De Raad meent dat Nederland zich moet richten op de opwaardering van de intermediaire sector (zoals aardolie, chemie en staal), op de revitalisering van gevoelige sectoren zoals kleding en meubelen, en op de versterking van de machine- en apparatenbouw, de elektrotechniek en de transportmiddelensector.

Door specifiek én generiek beleid

De noodzakelijke versterking van de bedrijvensector vergt een combinatie van specifiek en generiek beleid. Voor het specifieke beleid voorziet de Raad in de instelling van een Regeringscommissie en de oprichting van een Nationale Ontwikkelingsmaatschappij. Daarnaast is een passend generiek beleid nodig, onder andere gericht op de werking van de arbeidsmarkt. Om het industriële klimaat in algemene zin te verbeteren pleit de Raad onder andere voor een intensivering van het internationale handelsbeleid.

Het rapport gaat vergezeld van een minderheidsstandpunt van het WRR-lid prof. dr. A.H.J.J. Kolnaar.

Bijlagen