Mensenrechten als ijkpunten van artificiële intelligentie

In het Working Paper Mensenrechten als ijkpunten van artificiële intelligentie onderzoekt Ernst Hirsch Ballin hoe de menselijke bestuurlijke intelligentie zich moet ontwikkelen om zich naar de maatstaven van een als rechtsstaat georganiseerde democratische samenleving tot artificiële intelligentie te kunnen verhouden.

omslagbeeld WP Mensenrechten als ijkpunten van Artificiële intelligentie
©WRR

Veel mensen zijn bezorgd dat het gebruik van artificiële intelligentie (AI) dehumaniserende gevolgen zal hebben (in de zin dat de menselijke waardigheid niet wordt eerbiedigd). Als waarborg tegen zulke gevolgen doen zij een appèl op de rechten van de mens. Daarbij gaat het zowel over de inrichting van AI-systemen als over het gebruik van die systemen. Inmiddels leidt dit appèl in het kader van de OECD en – met een sterker bindend potentieel – de Europese Unie tot voorstellen voor regulering. Zonder ook maar iets af te doen aan het belang daarvan, beziet de auteur het onderwerp hier van een andere kant. Naast regulering gaat het erom degenen die ermee moeten werken, te scholen om met AI samen te kunnen leven, terwijl ook de bestuurlijke inrichting op die manier van werken moet zijn afgestemd.  

Klik hier voor de Engelse versie: Human rights as benchmarks of artificial intelligence