Samenleven in verscheidenheid. Beleid voor de migratiesamenleving

Het is belangrijk dat iedereen - nieuwkomers en gevestigde inwoners - zich thuis kan voelen in Nederland. Dat vraagt een actiever overheidsbeleid om alle nieuwe migranten wegwijs te maken en op te nemen in onze samenleving. Er dienen ontvangst- en inburgeringsvoorzieningen te komen voor alle migranten: kennismigranten, asielmigranten, gezinsmigranten en migranten uit de Europese Unie. Gemeenten spelen daarin een sleutelrol en hebben daarvoor ondersteuning nodig. Deze en andere aanbevelingen doet de WRR in dit rapport (nr. 103) Samenleven in verscheidenheid. Beleid voor de migratiesamenleving.

©WRR

Vlottendheid

Nederland is uitgegroeid tot een dynamische migratiesamenleving die een grote aantrekkingskracht heeft op migranten uit alle delen van de wereld. Vanaf 2010 ontving ons land jaarlijks meer dan 150.000 migranten en vanaf 2015 meer dan 200.000. Dat leidt tot een toename van de verscheidenheid naar herkomst in ons land. Daarnaast heeft Nederland te maken met veel meer ‘vlottendheid’: zeer veel migranten zijn tegenwoordig passanten en vertrekken na verloop van tijd weer uit ons land. De verwachting is dat deze patronen zich zullen voortzetten wanneer de Covid-19 pandemie voorbij is.

Presentatie en video's

Op maandag 14 december werd tijdens een webinar bij de VNG het WRR-rapport Samenleven in verscheidenheid. Beleid voor de migratiesamenleving gepresenteerd

  • Bekijk hier het hele webinar terug
  • Bekijk hier de video van de overhandiging van het rapport aan minister Koolmees en zijn eerste reactie op het rapport in een gesprek met de WRR 
  • Bekijk hieronder de video van raadslid Godfried Engbersen, waarin hij een toelichting geeft op het rapport. 

Toelichting op het WRR-rapport Samenleven in verscheidenheid

*Muziek speelt* Beeldtekst: WRR adviesrapport. Godfried Engbersen. Samenleven in verscheidenheid. Godfried Engbersen – Raadslid WRR: Beste mensen, graag neem ik u in vogelvlucht mee in ons advies 'samenleven in verscheidenheid'. En wat is de kern van ons advies? In het kort: de overheid dient een actiever en daadkrachtiger beleid te voeren om alle nieuwe migranten wegwijs te maken en op te nemen in onze samenleving. Het diende ontvangst- en inburgeringsvoorzieningen te komen voor alle migranten, niet alleen voor asielmigranten en gezinsmigranten, maar ook voor migranten uit de Europese Unie en voor kennismigranten. Er is daarbij structurele aandacht nodig voor vraagstukken van samenleven. Zodat iedereen, nieuwkomers en gevestigden inwoners zich thuis kan voelen in Nederland. Gemeentes spelen een sleutelrol om het samenleven van alle burgers te bevorderen. Welnu, waarom komt de WRR nu met dit advies? Dat komt omdat Nederland te maken heeft met belangrijke ontwikkelingen in migratiepatronen die grote gevolgen hebben voor het samenleven in Nederland. We noemen vier belangrijke ontwikkelingen. Allereerst is sprake van meer migratie. Vanaf 2010 ontving ons land jaarlijks meer dan 150.000 migranten en vanaf 2015 meer dan 200.000. En dan hebben we het over een jaarlijkse instroom ter grootte van een stad als Eindhoven. De verwachting is dat dit patroon zich zal voortzetten wanneer de covid 19 pandemie voorbij is. En ten tweede is sprake van een toenemende verscheidenheid naar herkomstlanden. Migranten komen nu uit alle delen van de wereld en niet meer uit een beperkt aantal landen, zoals Turkije, Marokko, Suriname en de Antillen. Hierdoor neemt de verscheidenheid van de herkomst in ons land toe, zoals je op de figuur van de top 15 migratielanden kunt zien. Daaruit blijkt dat in de afgelopen tien jaar veel arbeidsmigranten uit de Europese Unie naar Nederland zijn gekomen. Bijvoorbeeld uit Polen en Bulgarije, kennismigranten uit China en India en asielmigranten uit Syrië en Ethiopië. Het gaat daarbij om migranten die zowel hoog, middelbaar als laag geschoold zijn. Als gevolg van veranderingen, in migratiepatronen is ook de samenstelling van de bevolking met een migratieachtergrond in de laatste 20 jaar sterk veranderd. Het aandeel van de bevolking met een migratieachtergrond uit de klassieke herkomstlanden, zoals Turkije, Marokko, Suriname en de Antillen daalde van 70 procent in 1998 naar ongeveer 50 procent in 2018. We zien vooral heel erg sterke groei van migranten uit een veelheid van andere landen. Ten derde is sprake van een toenemende vlottendheid. Dat wil zeggen dat steeds meer migranten passanten zijn en vertrekken na een tijdelijk verblijf uit ons land. Na vijf jaar is midden in de helft van de migranten vertrokken. Het oude beeld dat migranten zich blijvend vestigen, klopt niet. Tenslotte, ten vierde is sprake ook van een grote lokale variatie. De nieuwe migranten wonen niet in gelijke mate over ons land verspreid. De aanwezigheid van migranten beperkt zich allang niet meer tot de drie grote steden. Ook andere steden hebben er, ieder op een andere manier, mee te maken. We onderscheiden onder andere expat-gemeenten, zoals Amstelveen, grote provinciesteden als Arnhem, voorsteden als Diemen grensgemeenten als Vaals en tuinbouwgemeenten zoals het Westland. Samenvattend: Nederland heeft te maken met meer internationale migratie, een grotere verscheidenheid naar herkomst, een grotere vlottendheid en meer lokale variatie. De gevolgen daarvan zijn nog te weinig doorgedrongen in het overheidsbeleid. Het beleid is nog te veel geworteld in de wereld van gisteren en dat leidt ertoe dat er nog te weinig aandacht is voor de gevolgen van deze patronen voor het samenleven. Er is het risico dat groepen zich van elkaar afsluiten en dat de samenleving versplinterd. Ik noem enkele voorbeelden. De eerste betreft buurten: hoe verscheidener er en vlottender buurten zijn, hoe groter de kans dat bewoners zich er minder thuisvoelen, en dat doet zich ook voor in de sociaaleconomisch sterkere buurten. Dat geldt niet alleen voor bewoners met een Nederlandse achtergrond, maar ook voor bewoners met een migratie achtergrond. En dergelijke gevoelens kunnen ertoe leiden dat bewoners zich terugtrekken in eigen kring. Ook zien we dat de grote verscheidenheid en vlottendheid belangrijke gevolgen hebben voor scholen en verenigingen. Neem die scholen. Voor sommige scholen leidt een hoge mobiliteit bijvoorbeeld tot lastig voorspelbare zij-instroom en uitstroom van migrantenleerlingen. Steeds vaker fungeren scholen als een doorgangshuis voor kinderen van kenniswerkers, arbeidsmigranten en vluchtelingen. Ik vat het nu samen: de grotere verscheidenheid in herkomstlanden en de grotere vlottendheid maken het samenleven in Nederland ingewikkelder, en dat vraagt ons inziens om een nieuwe beleidsagenda. Volgens de WRR heeft een beleid voor de migratiesamenleving, deze nieuwe beleidsagenda, drie belangrijke uitgangspunten. In de eerste plaats: er is structureel beleid nodig voor het ontvangen en inburgeren van alle migranten, in plaats van ad hoc te reageren op de komst van steeds weer nieuwe migrantengroepen. En dat is de afgelopen decennia te vaak het geval geweest. Ook dient het migratiebeleid meer dienstbaar te zijn aan vraagstukken van sociale samenhang en arbeidsdeelname. Ten tweede: er is meer aandacht nodig voor samenleven. Dat betekent overigens niet dat het huidige integratiebeleid wordt afgeschaft. Vooral het stimuleren en behouden van arbeidsdeelname van kwetsbare migrantengroepen blijft van enorm belang. Maar er is een adequate infrastructuur nodig van buurtvoorzieningen, bibliotheken, verenigingen, om het samenleven van inwoners in ons land te ondersteunen. En ten derde: er moet meer ruimte zijn voor lokale variatie. Gemeenten spelen een sleutelrol in het vormgeven van het samenleefbeleid in het integratiebeleid. Maar zoals we gezien hebben: er bestaan grote verschillen tussen gemeenten. In sommige gemeenten is arbeidsdeelname een groot probleem, in andere gemeenten huisvesting en in grotere steden spelen deze problemen vaak alle drie. De Rijksoverheid moeten financiële en juridische voorwaarden scheppen, zodat gemeenten goed kunnen inspelen op de specifieke vragen waar ze voor staan. Ik dank u voor uw aandacht. *Muziek speelt en fadet uit* Logo WRR verschijnt in beeld. Beeldtekst: Den Haag, 14 december 2020.

Minicollege over WRR-rapport Samenleven in verscheidenheid

In deze video geven raadslid Mark Bovens en staflid Roel Jennissen een minicollege (15 min.) over het WRR-rapport Samenleven in verscheidenheid. Beleid voor de migratiesamenleving.

Minicollege van raadslid Mark Bovens over WRR-rapport Samenleven in verscheidenheid

Titel: WRR ADVIESRAPPORT
Titel: Mark Bovens & Roel Jennissen
Titel: Samenleven in Verscheidenheid

Mark Bovens – Raadslid WRR
Dames en heren, de overheid moet een veel actiever beleid voeren om alle nieuwe migranten wegwijs te maken in onze samenleving.
Er moeten ontvangst en inburgering voorzieningen
komen voor alle migranten. Niet alleen voor asielmigranten en voor gezinsmigrantenmaar ook voor migranten uit de Europese unie en voor kennismigranten. De overheid moet daarnaast veel meer aandacht hebben
voor vraagstukken van samenleven en gemeenten spelen daarbij een sleutelrol. Dit zijn enkele centrale aanbevelingen uit
het rapport samenleven in verscheidenheid van de wetenschappelijke raad
voor het regeringsbeleid, de WRR. Mijn naam is Mark Bovens, ik ben raadslid bij de WRR. En in deze video zal ik laten
zien dat zo'n actief beleid nodig is, omdat de samenstelling van de bevolking van ons land snel verandert.
De overheid houdt te weinig rekening met die nieuwe realiteit. De grote verscheidenheid en vlottendheid onder migranten
maken het samenleven ingewikkelder, vooral in buurten in scholen en in verenigingen. Dat is met name een opgave voor gemeenten
en daarom besteden we in dit rapport en in deze video extra aandacht aan de gemeenten. Wat is er aan de hand?
De internationale migratie naar ons land is in de afgelopen decennia van
karakter veranderd. In de eerste plaats is er sprake van meer immigratie.
Vanaf de eeuwwisseling is de toename in de internationale immigratie naar
ons land versneld. In het afgelopen decennium is vrijwel elk jaar een record gevestigd. Vanaf 2010 ontving ons land jaarlijks meer
dan 150000 migranten en vanaf 2015 meer dan 200000. Dat betekent dat elk jaar arriveert het equivalent van de stad
Eindhoven. De verwachting is dat dit patroon zich zal voortzetten wanneer de covid-19 pandemie voorbij is. 

Op korte termijn zorgt de pandemie voor een afname in de internationale migratie, maar het CBS verwacht migratiepatronen op hun oude niveau komen als er een vaccin of een goede behandelingsmethoden beschikbaar is. Je zou kunnen zeggen dat Nederland in alle opzichten een migratiesamenleving is geworden. In ons land heeft bijna één op de vier
inwoners een migratie achtergrond en hun aandeel in de bevolking stijgt de komende jaren verder tot ongeveer eenderde in 2050. Migratie is ook van grote invloed op de bevolkingsgroei. Zonder immigratie zou de bevolking van ons land zijn gekrompen. En de verwachting is dat in de periode 2020-2050 de bevolking groeit met bijna 2 miljoen mensen. Die groei doet zich uitsluitend voor bij de inwoners met de migratie achtergrond. In de tweede plaats is er sprake van veel meer verscheidenheid naar herkomst. Migranten komen tegenwoordig uit alle delen van de wereld. En lang niet meer uit de klassieke migratie gebieden, zoals: Turkije, Marokko, Suriname of de Antillen. In de afgelopen tien jaar kwamen migranten uit een reeks van landen: uit de EU, uit Polen, Bulgarije Roemenië, maar ook uit Syrie, uit delen van de voormalige Sovjet unie, uit Eritrea , uit China en uit India. Uit de klassieke migratielanden, zoals Turkije en Marokko vertrokken in die periode meer mensen dan er binnenkwam. En het aandeel van de bevolking met immigratie achtergrond dat afkomstig is uit die die klassieke herkomstlanden daalde van 70 procent in 1998 naar 54 procent in 2018. Hierdoor neemt de verscheidenheid naar herkomst in ons land toe. In het beleid wordt daarintegen nog te veel een postkoloniaal en gastarbeiders perspectief gehanteerd. Waarin alleen aandacht is voor die klassieke groepen en de andere migranten worden gerangschikt onder overig westers of overig niet westers. En daardoor zien we niet hoezeer die overige groepen tegenwoordig het gezicht van de migratie naar ons land bepalen. En ook de verscheidenheid naar migratie motief en naar achtergrond is toegenomen. Onder de moderne migranten vinden we niet alleen laaggeschoolde arbeidsmigranten en asielzoekers maar we vinden ook heel veel kenniswerkers, studie migranten en gezinsmigranten. In de derde
plaats is er sprake van meer vlottendheid. Steeds meer migranten zijn passanten en vertrekken na een tijdelijk verblijf weer uit ons land. En het oude beeld dat de meeste migranten zich blijvend vestigen,klopt niet meer. Na vijf jaar is meer dan de helft van de migranten alweer vertrokken. Elk jaar vertrekt het equivalent van de stad Zoetermeer.In de vierde plaats is ook sprake van meer lokale variatie. De nieuwe migranten wonen niet in gelijke mate over ons land verspreid. Dat geldt trouwens evenzeer voor de klassieke migrantengroepen en hun kinderen. En de aanwezigheid van migranten beperkt zich allang niet meer tot de grote steden.  Naast de doorsnee Nederlandse gemeenten onderscheiden we in het rapport acht verschillende type gemeente. Mijn collega Roel Jennissen zal deze acht type nu aan u voorstellen.


Roel Jennissen – Onderzoeker WRR
Ik ben Roel Jennissen en ik werk als wetenschappelijk medewerker bij de WRR en ik zal deze acht gemeenten even kort toelichten. Ten eerste kennen we de zogenoemde de meerderheid-minderheden steden. Dit zijn de zeer diverse grote Hollandse steden: Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. Hier heeft inmiddels de meerderheid van de bevolking een migratie achtergrond. De tweede groep die we onderscheiden zijn de voorsteden van deze steden, zoals: Diemen, Rijswijk of Capelle aan de IJssel. Ook deze steden zijn zeer divers heeft de meerderheid van de bevolking daar nog een Nederlandse achtergrond. De verscheidenheid neemt in deze gemeenten sneller toe dan in de minderheden-meerderheden steden. De derde groep zijn de grootstedelijke provincie gemeenten, zoals: Eindhoven Amersfoort en Leiden ook deze gemeente kennen en zeer hoge verscheidenheid maar het aandeel personen met een Nederlandse achtergrond is er een stuk groter dan in de drie grootste steden en hun voorsteden. Vaak is het zo dat bepaalde minderheidsgroep duidelijk groter is dan de andere, zoals personen met een Marokkaanse achtergrond in Utrecht of personen met een Turkse achtergrond in Arnhem. De vierde groep die onderscheiden zijn de zogenoemde expat gemeenten. Dit zijn de gemeenten met kennismigranten. Zij kennen een grote verscheidenheid naar herkomstlanden uit alle delen van de wereld. En er zijn echter in vergelijking met de andere herkomst groepen die zich in deze gemeente hebben gevestigd relatief weinig inwoners met een Turkse, Marokkaanse, Surinaamse of Antilliaanse achtergrond. Voorbeelden van dergelijke gemeenten zijn: Amstelveen, Wassenaar en Wageningen. In tuinbouw gemeenten, de vijfde groep die we onderscheiden, wonen veel personen met een Poolse en in mindere mate Bulgaarse achtergrond. Deze gemeenten warentot het einde van de vorige eeuw nog vrij homogeen qua bevolkingssamenstelling. Westland en Horst aan de Maas zijn gemeenten die tot deze groep behoren. Ook zijn de gemeenten die al langere tijd een grote minderheidsgroep binnen haar grenzen hebben. Waar de moderne migratie grotendeels aan voorbij is gegaan. Zij vormen een zesde groep die we de middelgrote gemeenten met een specifieke grote minderheidsgroep noemen.Voorbeelden van dergelijke gemeenten zijn: Gouda met haar omvangrijke Marokkaanse gemeenschap, Almelo met haar omvangrijke Turkse gemeenschap en Den Helder waar veel Antillianen wonen. Een zevende groep zijn de grens grensgemeenten, zoals Files, Kerkrade, Terneuzen of Baarle-Nassau. In deze gemeenten zijn het vooral inwoners met een Duitse of Belgische achtergrond die zorgen voor een hogere mate van verscheidenheid. Tenslotte onderscheiden we als achtste groep de gemeenten die veel homogener zijn dan de gemiddelde Nederlandse gemeenten. Voorbeeldenzijn Urk, Staphorst of Grootegast. In deze gemeenten heeft de overgrote meerderheid, meer dan 90 procent van de inwoners,een Nederlandse achtergrond.


Mark Bovens – Raadslid WRR
Wat zijn nu de gevolgen van die nieuwe migratiepatronen 
voor de Nederlandse samenleving? In het rapport laten we zien dat een grote verscheidenheid en vlottendheid het samenleven ingewikkelder maken. Vooral in buurten, in scholen en verenigingen. Hoe verscheidener en hoe vlottend de buurten te zijn, hoe groter de kans dat inwoners er zich minder thuisvoelen en zich vaker ongemakkelijk en onveilig voelen. Naarmate buurten verscheidener zijn, trekken mensen zich vaker achter de voordeur terug. Dat doet zich ook voor in de sociaal economisch sterke buurt en dat geldt niet alleen voor bewoners met een Nederlandse achtergrond, maar het geldt ook voor sommige groepen bewoners met de migratie achtergrond. Ook zien we dat de grote verscheidenheid en vlottendheid het samenleven op scholen en verenigingen ingewikkelder maken. Neem nu scholen. Op scholen met een grote verscheidenheid onder de leerlingen is extra professionaliteit nodig om het samenleven in goede banen te leiden. En voor scholen met een hoge mobiliteit onder migranten leerlingen is de in- en uitstroom vaak lastig voorspelbaar. Steeds vaker fungeren scholen als een soort doorgangshuis voor kinderen van kenniswerkers, EU arbeidsmigranten en vluchtelingen. Daarnaast is er ook blijvende aandacht nodig voor de arbeidsdeelname van migranten. Een deel van de migranten die naar Nederland komt, zoals kennismigranten, heeft een sterke positie op de arbeidsmarkt. Ook de arbeidsmigranten uit midden- en oost Europa hebben een hoge arbeidsparticipatie. Alleen hebben ze vaak flexibele en onzekere banen. Door veranderingen in de structuur van de economie of door recessies kunnen Ook zijn de groepen die een grote afstand tot de arbeidsmarkt hebben. Daarbij kun je denken aan asielmigranten en sommige groepen gezins migranten. Na een verblijf van acht jaar in Nederland heeft minder dan de helft van de asielmigranten een betaalde baan van meer dan acht uur per week. Wat betekent dit nou voor het overheidsbeleid? Er is een voortvarende aanpak van de overheid nodig om migratie in goede banen te leiden en het samenleven van alle burgers te bevorderen. Gemeenten spelen daarbij een sleutelrol en de Rijksoverheid moet gemeenten dan ook voldoende beleidsruimte en financiële middelen geven en moet ook rekeninghouden met de grote verschillen. Beleid voor de migratie samenleving kent drie centrale uitgangspunten wat ons betreft. In de eerste plaats van ad hoc naar structureel beleid. De overheid moet permanente voorzieningen treffen voor de ontvangst van nieuwe migranten en dat is vooraleen taak van gemeenten en regio's. Zij moeten meer permanente voorzieningen creëren die alle groepen migranten helpen om wegwijs te worden in de samenleving. Daarbij kan het helpen om bijvoorbeeld een lokaal of regionaal ontvangstcentrum te creëren voor alle migranten. Zo zou de gemeente bijvoorbeeld de huidige tamelijk explosieven expat centra kunnen omvormen tot een breder ontvangst centra die alle nieuwkomers wegwijs maken. In Canada bestaan er bijvoorbeeld door het hele land welkom centra voor nieuwkomers en het komt geregeld voor dat migranten meteen bij aankomst naar zo'n centrum gaan. Soms zelfs direct vanaf het vliegveld. Het zijn integrale centra waar elk type nieuwkomer welkom is. En ze voorzien nieuwkomers kosteloos van informatie en verwijzen hen door naar specifieke dienstverleners. Onderwerpen waarvoor migranten bij die centra terechtkomen, zijn onder andere: overheidsdocumenten, arbeidsmarkt, onderwijs, taalcursussen maar bijvoorbeeld ook vrijwilligerswerk. In de tweede plaats is er naast het klassieke integratiebeleid ook veel meer aandacht nodig voor samenleven. Gemeenten kunnen het samenleven in buurtenbevorderen door te zorgen voor een veilige en schone openbare ruimte. Daarnaast helpt het ook om een rijke sociale infrastructuur aan te bieden. Denk aan sportvelden, playgrounds, speeltuinen, buurtwinkels, bibliotheken of een wijkcentra. Al deze lichte voorzieningen versterken de sociale veerkracht en samenhang in een buurt. In zeer verscheiden omgeving zullen verenigingen ook steun van de gemeente nodig hebben. Dat kan bijvoorbeeld in de vorm van verenigingsmanagers. Ook moet de gemeente nadenken over alternatieve vormen van sportbeoefening. Je kan denken aan sportcompetities via scholen, wilde competities of lichte vormen van sportbeoefening, zoals bootcamps. De toegenomen verscheidenheid en vlottendheid vragen ook extra professionele competenties op scholen, in de zorg en in de sociale huisvesting. Op scholen bijvoorbeeld lijkt een interculturele benadering het beste te werken en bij te dragen aan culturele familiariteit. Als kinderen zich op school erkend en gezien worden, voelen ze zich meer thuis en presteren ze beter. En bij zo'n interculturele aanpak hoort ook dat er aandacht is voor de culturele achtergronden van de gevestigde groepen. Daarnaast blijft het ook heel belangrijk om aandacht te besteden aan de arbeidsmarktpositie van kwetsbare migrantengroepen.Migranten met een slechte arbeidsmarktpositie hebben baat bij programma's waarbij scholing op de werkplek plaatsvindt. Het gaat wel vaak om gemeentelijke waarvoor extra investeringen nodig zijn in een actief arbeidsmarktbeleid. Preventie is daarnaast ook van groot belang voor asielmigranten en voor arbeidsmigranten.Met name de arbeidsmigranten zijn nu werkzaam in het flexibele deel van de arbeidsmarkt en zullen vaak bij een recessie als eerste hun baan verliezen. Ook stellen we in het rapport dat de overheid veel meer werk moet maken van discriminatie op de arbeidsmarkt. Gemeenten vervullen daarbij een belangrijke rol, bijvoorbeeld: als normsteller, als werkgever of als handhaver. In het rapport stellen we dat in de toekomst arbeidsmigranten veel vaker van buiten de Europese Unie afkomstig zullen zijn. We adviseren de regering te onderzoeken of het mogelijk is om bij tewerkstellingsvergunningen voor werknemers van buiten de EU ook rekening te houden met de maatschappelijke kosten voor gemeenten en voor regio's. Denk aan kosten op het gebied van huisvesting, onderwijs en inburgering. En daarbij zou u ook kunnen kijken of die niet kunnen worden doorberekend aan de werkgevers. Het derde uitgangspunt voor beleid is dat er veel meer ruimte moet zijn voor de lokale variatie. Gemeenten spelen een sleutelrol in het beleid voor migratiesamenleving, maar tussen gemeenten bestaan grote verschillen. In sommige gemeenten is arbeidsdeelname het probleem, in andere huisvesting of sociale samenhang en in de grotere steden spelen in deze problemen vaak alle drie. In sommige domeinen zoals de toelating tot de arbeidsmarkt is het beleid de afgelopen jaren succesvol geweest. Maar op andere gebieden zoals de ontvangst van migranten, inburgering en het sociale domein staan gemeenten voor grote uitdagingen. Op veel van deze terreinen is in de afgelopen decennia bezuinigd en is veel expertise verdwenen.Die zal opnieuw moeten worden opgebouwd. Het is daarom van groot belang dat de Rijksoverheid de financiële en juridische voorwaarden schept op dat gemeenten hun sleutelrol kunnen waarmaken. Dames en heren, tot zover de beleidsagenda voor migratiesamenleving die de WRR in het rapport heeft neergelegd. Het is nu aan de gemeente om die beleidsagenda handen en voeten te geven. Dank u wel voor uw aandacht.

Logo WRR  

Beeldtekst: 14 december 202

©WRR

#7 Samenleven in verscheidenheid

We leven in een migratiesamenleving; per jaar ontvangen we meer dan 200.000 migranten, uit meer dan 220 landen, die voor kortere  of langere tijd in ons land verblijven. Om dat in goede banen te leiden adviseert de WRR in zijn advies Samenleven in verscheidenheid een actievere overheidsaanpak, op zowel landelijk als gemeentelijk niveau, voor goede ontvangstvoorzieningen voor alle migranten.

In deze Vogelvlucht lichten raadslid Godfried Engbersen en onderzoeker Roel Jennissen het advies nader toe en passeren diverse voorbeelden de revue.

#7 Samenleven in verscheidenheid

Transcriptie podcast Samenleven in verscheidenheid

Voorbijganger 1
Wat vind ik leuk aan de wijk? De samenstelling van de bevolking die hier zit. Ik heb niet zoveel problemen met de mensen zelf. Alleen de taal. Sommigen versta je niet natuurlijk. Dit is meer echt een wijk voor Oostblokkers.

Interviewer
Do you like living in this neighborhood?

Voorbijganger 2
Yes, obviously, yes. Because it's my neighborhood. Good atmosphere, good people. I am from India, Hyderabad.

Voorbijganger 3
Ben zelf van Turkse afkomst. Mijn bovenbuurman is Nederlands en de andere twee zijn Pools. Altijd groeten en een babbeltje houwen.

Voorbijganger 4
U bent mijn broer en ik ben je zus en zo is het met alle mensen.

Voorbijganger 5
Het is hartstikke gezellig hier. Ik heb een Somaliaan als vriend, dit is een Turk. Alles multicultureel. Alles is hier leuk, alles is hier gezellig. Weet je: we bloeden allemaal rood.

Voice over
We bloeden allemaal rood, zegt deze man met Surinaamse roots, maar desondanks zijn we niet allemaal hetzelfde. Nederlanders niet. En ook niet alle nieuwe inwoners van Nederland, waarvan een toenemend deel tijdelijke inwoners van Nederland blijkt te zijn. Anno 2020 is Nederland een migratiesamenleving. Er komen jaarlijks 200.000 nieuwe mensen het land binnen en anders dan vroeger komen ze uit heel de wereld. De klassieke instroom uit landen als Turkije, Marokko, Suriname en de Antillen is voor een groot deel opgedroogd.

Voice over
Maar dat Nederland een migratiesamenleving is en dat het land dat voorlopig nog wel zal blijven, is nog niet bij iedereen doorgedrongen. In het beleidsrapport 'Samenleven in verscheidenheid' zet de WRR, de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, uiteen welke consequenties dat heeft voor de Nederlandse samenleving en welke mouw we daar aan kunnen passen. Want het samenleven gaat vaak goed, maar niet altijd. Hoe zorgen we ervoor dat verscheidenheid niet leidt tot verdeeldheid?

Godfried Engbersen
Het probleem, de aanleiding voor het rapport is geweest dat patronen van internationale immigratie sterk van karakter zijn veranderd en dat de beleidsconsequenties daarvan nog onvoldoende zijn doordacht. Het beleid van vandaag is nog sterk geworteld in de wereld van gisteren.

Voice over
Je hoort de stem van Godfried Engbersen, die als raadslid van de WRR verantwoordelijk is voor genoemd rapport. Er zijn volgens hem vier belangrijke trends gaande.

Godfried Engbersen
1. Een hoog niveau van internationale migratie. Sinds 2010 kwamen er meer dan 150.000 migranten jaarlijks naar Nederland en sinds 2015 meer dan 200.000. 2.  We laten zien een grotere verscheidenheid te hebben. Daar hebben we al eerder aandacht voor gevraagd, dat migranten niet langer uit een beperkt aantal landen komen, maar uit een veelheid van landen uit de hele wereld.

Godfried Engbersen
3. En dat is eigenlijk een nieuw aspect waar we de aandacht op vestigen, is wat we noemen 'vlottendheid'. Dat wil zeggen dat veel migranten een kort verblijf hebben in Nederland en we laten zien dat ongeveer gemiddeld 50 procent na vijf jaar weer vertrekt.

Godfried Engbersen
En tenslotte laten we zien dat die internationale immigratie verschillend neerslaat in Nederland; verschillende gezichten heeft. Dat heeft gevolgen voor het samenleven, dat heeft gevolgen voor de sociale samenhang in Nederland en we vinden dat beleid de gevolgen daarvan zou moeten accommoderen.

Voice over
Engbersen zegt dat samenleven ingewikkelder is geworden en dat de sociale samenhang afneemt.

Godfried Engbersen
We illustreren dat met name op het niveau van buurten; dat we laten zien hoe verscheidener een buurt is, hoe minder mensen zich thuis voelen en dat dat niet alleen plaatsvindt in de klassieke kwetsbare buurten, maar ook in de rijkere buurten. En dat ook mensen met een migratieachtergrond dat ervaren.

Voice over
Die kwestie speelt bijvoorbeeld bij scholen en verenigingen.

Godfried Engbersen
Die hebben te maken met leerlingen die uit alle hoeken en gaten van de wereld komen. Sommige scholen hebben ook te maken met leerlingen die er maar eventjes zijn. We laten zien dat verenigingen ermee te maken, met een grotere verscheidenheid. Het is ingewikkelder om een vereniging overeind te houden. Nou en dat is een nieuwe agenda eigenlijk.

Voice over
En ook bijvoorbeeld gezondheidscentra hebben te maken met meer talen en meer culturen. Nederland heeft al langer te maken met immigranten, maar het huidige beleid volstaat niet om al die nieuwe inwoners in de samenleving in te passen. De WRR formuleert drie uitgangspunten voor die nieuwe agenda.

Godfried Engbersen
Van meer ad hoc naar structureel beleid met aandacht voor het samenleven. Want daar is onvoldoende voor ontwikkeld. Dat is een nieuw vraagstuk. En dat is ook niet alleen een Nederlands vraagstuk maar een vraagstuk dat in heel West-Europa speelt. En ten derde geen one fits all beleid als je constateert hoe groot de verschillen tussen gemeenten zijn.

Voice over
Om de verscheidenheid van de immigratie in Nederland weer te geven, heeft de WRR acht typen gemeenten geformuleerd waarmee bij het ontwikkelen van beleid rekening kan worden gehouden, zoals een tuinbouwgemeente.

Roel Jennissen
Een tuinbouwgemeente is een gemeente die tot voor kort eigenlijk tot de jaren negentig nog vrij homogeen was van bevolkingssamenstelling, maar die de laatste jaren een grote invloed van de arbeidsmigranten uit Midden en Oost-Europa te verwerken heeft gekregen.

Voice over
En dit is Roel Jennissen, die als staflid van de WRR een leidende rol heeft gespeeld bij het tot stand komen van het beleidsrapport 'Samenleven in verscheidenheid'. Waarin onderscheidt een tuinbouwgemeente zich?

Roel Jennissen
Die mensen die daar komen blijven ook vaak vrij kort, er is een hoge doorstroming in die gemeenten. Voorbeelden daarvan zijn het Westland, misschien wel het meest sprekende voorbeeld. Maar ook in Oost-Brabant, Noord-Limburg, de Peelregio kan je die wel vinden, die tuinbouwgemeenten die wij zo hebben aangeduid.

Voice over
En dan zijn er nog de meerderheid-minderheidsteden...

Roel Jennissen
Waar de helft van de mensen een niet-Nederlandse achtergrond heeft. Het zijn de grote drie: gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag.

Voice over
Dan heb je voorsteden, zoals Diemen, Rijswijk, Capelle aan den IJssel.

Roel Jennissen
Die hebben ook al een hoog deel mensen met een migratie-achtergrond, maar niet zo hoog als in die steden zelf. En ze hebben nog meer de klassieke groepen, terwijl in die steden een moderne instroom is van mensen uit Angelsaksische landen en allerlei moderne migranten.

Voice over
De grootstedelijke provinciesteden hebben dikwijls een vergelijkbaar patroon als de drie grote Hollandse steden.

Roel Jennissen
Vaak worden die provinciesteden ook gekenmerkt door een bepaalde groep, bijvoorbeeld in Utrecht de Marokkaanse gemeenschap, in Arnhem de Turkse gemeenschap, in Tilburg de Somalische gemeenschap.

Voice over
En er zijn middelgrote gemeenten met zo'n specifieke grote minderheidsgroep, zoals Gouda met Marokkanen, Leerdam en Almelo met Turken en Den Helder en Delfzijl kennen relatief veel Antillianen.

Roel Jennissen
We hebben nog de expatgemeenten. Een voorbeeld daarvan is Wassenaar of Amstelveen, die hebben een grote Angelsaksische gemeenschap, maar vaak ook een grote gemeenschap uit Oost-Azië, India of China bijvoorbeeld Japan, in Amstelveen.

Voice over
En verder zijn er grensgemeenten: die spreken voor zich. En dan zijn er homogene gemeenten, waar in de loop der tijd niet veel is veranderd.

Roel Jennissen
Dat zijn bijvoorbeeld Urk, Staphorst, de gemeenten in het noorden en oosten van het land die nog vrij homogeen zijn, waar echt minder dan vijf procent van de mensen een migratieachtergrond heeft.

Voice over
En de rest van Nederland is gevuld met gemiddelde gemeenten, waarbij genoteerd moet worden dat een gemiddelde altijd is opgebouwd uit meer dan één kenmerk. En dat geldt ook bij de getypeerde gemeenten. Bij het opstellen van de typeringen heeft de WRR samengewerkt met de VNG, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Die heeft de kaart van Nederland opnieuw ingedeeld naar soorten gemeenten.

Roel Jennissen
En de VNG heeft bijvoorbeeld ook al bijeenkomsten gehad waar de gemeenten konden inzien wat voor soort gemeente ze waren. En zo kunnen ze van mekaar leren. De gemeente westland kan contact leggen bijvoorbeeld met de gemeente Horst aan de Maas, over hoe om te gaan met de arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa.

Voice over
De nadruk op gemeenten komt niet helemaal uit de lucht vallen, want de spil van het nieuwe verscheidenheidsbeleid ligt volgens de WRR op dit overheidsniveau.

Godfried Engbersen
Wij zeggen er is een belangrijke rol weggelegd voor de gemeenten.

Voice over
De rijksoverheid moet in de ogen van de WRR de gemeenten financieel, juridisch en inhoudelijk in staat stellen het nieuwe verscheidenheidsbeleid op te stellen en uit te voeren.

Godfried Engbersen
Wij onderkennen dat de gemeenten de afgelopen jaren heel veel op hun dak hebben gekregen door alle decentralisaties. We onderkennen ook dat een aantal dingen waarvan wij zeggen die zijn belangrijk, bijvoorbeeld betere inburgering of een goede sociale fysieke infrastructuur, dat juist daar de afgelopen jaren structureel op is bezuinigd. Van bibliotheken tot buurtcentra en ook op de inburgering.

Voice over
En door bezuinigingen is expertise verdwenen die nu weer zou moeten worden opgebouwd. De WRR komt met voorstellen rond vier thema's.

Godfried Engbersen
 1. Is het creëren van ontvangstvoorzieningen voor iedereen. Nu heb je vaak in gemeenten een hele dure expatvoorziening, Ziet er heel luxe uit, denk maar aan die in het stadhuis van Den Haag. Wij zeggen je moet een soort ontvangstvoorziening hebben waar iedereen terecht kan: de Pool, de Bulgaar, de Roemeen, de kennismigrant, de student, de gezinsmigrant, iedereen. En dat je die mensen helpt om wegwijs te worden in de Nederlandse samenleving. En ze helpt als het ware in te passen in de Nederlandse samenleving. Gemeenten krijgen weer een belangrijke rol als het gaat om de inburgering. Dat gemeenten moeten nadenken om inburgeringsvoorzieningen te ontwikkelen. Wij doen het voorstel, niet alleen voor de inburgeringsplichtigen, maar ook voor andere typen.

Voice over
Een ander thema is: zorg dat mensen met elkaar in contact komen, dat ze elkaar leren kennen.

Godfried Engbersen
De gemeente speelt een sleutelrol als het gaat om de sociale en fysieke infrastructuur. Allerlei voorzieningen die het samenleven tussen mensen kunnen faciliteren. Dat is de gebouwde omgeving. Dat zijn de parken, de pleinen, de verenigingen, dat zijn de scholen, dat zijn de buurtcentra. Dat zijn bibliotheken. En als het gaat om gemeenten dat de instellingen ook weten om te gaan met die verschillende vormen van verscheidenheid. Dan praat je over hoe gaan scholen om met het feit dat ze te maken hebben met leerlingen uit alle hoeken en gaten van de wereld in bepaalde gemeenten?

Voice over
Voor het opstellen van het adviesrapport hebben medewerkers van de WRR hun oor te luister gelegd bij tal van overheden en organisaties. Wat zijn de problemen? Wat gaat er goed en waar kunnen we van leren? Luister naar een van die gesprekspartners. Manuel Veira is directeur van een basisschool in Den Haag.

Manuel Veira
Ik ben Manuel Veira. Ik zit hier in mijn hoedanigheid als directeur van de Regenboog, binnenstadsschool in Laakkwartier, Den Haag.

Voice over
Wat voor kinderen zitten daar op school?

Manuel Veira
Vooral kinderen die een kansenachterstand hebben. Kinderen die bijna allemaal anders cultureel geaard zijn. Kinderen die allemaal heel graag naar school komen.

Voice over
En dat zijn kinderen die hard moeten werken om vooruit te komen omdat ze thuis niet zoveel meekrijgen. De school is zoals gezegd rijk geschakeerd.

Manuel Veira
We hebben geen dominante cultuur.

Voice over
En dat is een zegen, zegt Manuel Veira. Want je hoeft je niet te richten op een meerderheid.

Manuel Veira
Wil je kinderen verder helpen, dan zal je naar het kind moeten kijken dat je voor je hebt. Punt. En of dat kind nu komt uit Ghana, uit Eritrea of dat kind komt uit Polen of uit Bulgarije. Dat maakt niet zo heel erg veel uit. Je moet gaan kijken naar wat de behoeften zijn van dat kind. Daar is het hele systeem op gebaseerd. Etniciteit is ook niet relevant. Op een moment dat we het hebben hier, over hoe gaan we met mekaar om? En hoe creëren we hier een gemeenschap, hier op school?


Andere organisaties denken wel in etniciteiten.

Manuel Veira
Dan komt er een leesproject of een taalproject voor specifiek Poolse ouders of Poolse moeders. Ja, waarom alleen voor Poolse moeders? En dan worden wij benaderd of wij daaraan mee willen doen of dat wij dat willen uitzetten. Ja, dat ga ik niet doen. We doen het samen of doen het niet.

Voice over
Bijzonder is namelijk dat De Regenboog ook initiatieven neemt om de ouders van de kinderen vooruit te helpen, zoals met taal- en sollicitatiecursussen. De basisschool als centrum van integratie. Niettemin wil Manuel Veira een nuancering maken in het streven naar een gemeenschappelijke cultuur.

Manuel Veira
Je moet natuurlijk wel mensen en kinderen erkennen in wie zij zijn als mens, als persoon en daar hoort ook bij hun etniciteit. Als iemand, een slecht verstaander, met mijn verhaal aan de slag gaat, zou die dat ook kunnen doen op een manier waarop de etniciteit van iemand ontkend wordt. En dat mag je nooit doen. Maciek hier is een trotse Pool. Ja, en dat mag die zijn. En daar mag ie ook wel in erkend worden. We zijn divers en dat wij divers zijn, daar zijn we trots op. Maar wij zijn wel allemaal Regenboog.

Voice over
Stel dat iemand op straat op je afkomt lopen. Hoe belangrijk is het dan dat je het gedrag van die persoon kan voorspellen, begrijpen en misschien zelfs wel herkennen. Dat soort elementen scharen we onder het begrip 'publieke familiariteit'. Het bepaalt mede of je je ergens op je gemak voelt of nog beter: of je je er thuisvoelt.

Godfried Engbersen
Kan je daar beleid opvoeren? Dan zeggen wij ja.

Voice over
Om zeg maar te oefenen in familiariteit heb je de eerder genoemde fysieke en culturele voorzieningen nodig.

Godfried Engbersen
Hetzelfde principe heb je op scholen. Je moet scholen zo'n klimaat creëren dat groepen bekend met elkaar zijn, bekend met elkaar raken en dat groepen zich erkend en gezien voelen. Dat zorgt ervoor dat mensen zich thuis voelen op een school en het leidt ook tot betere schoolprestaties.

Voice over
Verder met het derde thema: werk.

Godfried Engbersen
Een migratiesamenleving zou een slechte migratiesamenleving zijn als de migranten die er komen niet in staat zijn voor zichzelf te zorgen. In de eerste plaats: Nederlands leren. In de tweede plaats: zorg dat mensen hun school afmaken, dat ze een startkwalificatie hebben. Dan hebben we het over actief arbeidsmarktbeleid voor mensen die grote afstand tot de arbeidsmarkt hebben. Dan gaat het ook om het bestrijden van arbeidsmarktdiscriminatie. Daar besteden we ook veel aandacht aan. Dus een reeks van maatregelen om ervoor te zorgen dat men ook een voet kan zetten op de arbeidsmarkt. En daarnaast is er ook een groep die heel erg veel werkt, die een grote mate van arbeidsparticipatie heeft. Dat zijn bijvoorbeeld mensen uit Midden- en Oost-Europa, maar die zitten op die flexibele arbeidsmarkt. Is er niet het risico, en dat hebben we in het verleden ook gezien, dat als gevolg van economische structuurverandering of recessies, dat die massaal werkloos worden en dan afhankelijk raken van sociale zekerheid.

Voice over
In dat kader houdt de WRR ook de wenselijkheid van tijdelijk werk tegen het licht, mede naar aanleiding van een eerder WRR-rapport 'Het betere werk' over de kwaliteit van arbeid.

Roel Jennissen
Het beperken van tijdelijke arbeid is natuurlijk een heel heikel vraagstuk, wat veel meer facetten raakt. Maar daar kun je je inderdaad afvragen of er in Nederland nog plek is voor bepaalde bedrijven die bijna volledig op migrantenarbeid drijven. Of het bijvoorbeeld niet beter is dat dat soort bedrijven misschien richting de arbeid verhuist in plaats dat de arbeid richting het kapitaal verhuist.

Voice over
De beschikbaarheid van werk kan ook op een andere manier een sturingsinstrument zijn voor het vormgeven van de migratiesamenleving.

Godfried Engbersen
Wat wij voorstellen in dit rapport is ook aandacht voor de samenhang tussen migratiebeleid en vraagstukken van arbeidsdeelname en sociale samenhang. Laat ik een voorbeeld geven dat heeft te maken met arbeidsmigratie. We voorspellen dat in de toekomst nog steeds arbeidsmigranten nodig zijn. Die kan je niet meer binnen Europa halen vanwege de vergrijzing, maar die zullen van buiten Europa komen. Dat zijn laagopgeleiden, middelbaar en hoogopgeleiden. Mensen die hier komen voor laaggeschoolde arbeid, daarvoor moeten straks werkvergunningen worden afgegeven. De Nederlandse overheid moet daar over oordelen. Wij vinden dat ook rekening moet worden gehouden met lokale sociale lasten. Als in de gemeente heel veel arbeidsmigranten komen en dat leidt tot problemen rond huisvesting, rond onderwijs, rond inburgering. Als de sociale kosten zo hoog zijn dat het gevolgen heeft voor de kwaliteit van samenleven, dan vinden wij dat die werkvergunningen niet moeten worden afgegeven.

Voice over
Een samenleving als de Nederlandse kent vele buffers. Allereerst hebben de burgers zelf een zekere flexibiliteit en ook het bedrijfsleven en semi-publieke instanties passen zich aan aan een nieuwe realiteit. Luister naar een andere gesprekspartner van de WRR in de Haagse wijk Transvaal, een van de meest gevarieerde buurten van Nederland.

Hwie Liong Liem
Mijn naam is Hwie Liong Liem. Ik ben apotheker.

Voice over
Vijftien jaar geleden begon Hwie Liong Liem een apotheek in de Transvaalbuurt. In de loop der jaren is de apotheek uitgegroeid tot een gezondheidscentrum met tal van disciplines.

Hwie Liong Liem
Diverse huisartsen, fysiotherapie, verloskundige, diëtist.

Voice over
Met welk oogmerk heeft Hwie Liong Liem zijn instelling opgebouwd?

Hwie Liong Liem
Met name gericht voor de interculturele mensen, oftewel de allochtonen.

Voice over
Tegen wat voor problemen liep hij aan?

Hwie Liong Liem
Je begint eerst met de taal. Want heel veel mensen waarvan je denkt nou, dit moet toch wel een redelijk opgeleide allochtoon zijn, maar die kunnen dan toch geen Nederlands of Engels spreken. Dus dan moet je toch in hun eigen taal zien te communiceren. Met name voor ons is dat heel belangrijk, want je moet gewoon de medicatie die je levert op de juiste manier van informatie voorzien. Anders schiet je je doel voorbij. Of ze zijn niet therapietrouw en dat soort dingen, het is helemaal ernstig.

Voice over
Hoe zorg je er dan toch voor dat de mensen weer beter worden?

Hwie Liong Liem
Om dat te bewerkstelligen heb ik ervoor gezorgd dat ik heel veel, euh, daar sorteer ik dus ook op, euh, eigenlijk mag ik dat niet zeggen, op mensen, assistentes die ook de andere talen beheersen. Ik heb bijvoorbeeld hier ook een hele grote populatie Poolse patiënten, dus ik heb hier als een van de weinigen een echte Poolse apothekersassistente die goed Nederlands kan praten.

Voice over
Maar het Pools is niet de enige taal die de artsen en de assistenten machtig zijn.

Hwie Liong Liem
Voor de rest spreken we hier met elkaar meer dan veertien talen.

Voice over
Leidt dat niet tot een Babylonische spraakverwarring?

Hwie Liong Liem
De basistaal is Nederlands. Ze moeten in Nederland hun diploma hebben gehaald voor apothekersassistente of apotheker. En als ze dat niet hebben gedaan, dan mogen ze niet eens werken hier. Zo simpel is dat. 

Voice over
Maar je kunt niet alles opschrijven. Je moet ook..

Interviewer
...gewoon persoonlijk een stukje uitleg geven. Als je dat op papier zet dan euh ja, dan lezen ze niet of dat begrijpen ze niet. Of ze zijn analfabeet. Dat kan ook nog hier.

Voice over
Niet alleen de cliënten zijn blij met hoe het toegaat in het gezondheidscentrum. Ook de zorgverzekeraar kijkt tevreden toe.

Hwie Liong Liem
Het is ook prettig voor hun patiënten, voor hun cliënten. One stop shopping.

Voice over
En ook Hwie Liong Liem is blij met de situatie.


Voor mij heeft het als bedrijf een groot voordeel. Je bindt je klanten natuurlijk, want ze kunnen met hun taal niet ergens anders terecht. Het is alleen maar een win-winsituatie in zo'n situatie.

Voice over
Welke verantwoordelijkheden hebben mensen die zich in Nederland willen vestigen?

Godfried Engbersen
Toch de verantwoordelijkheid om ernaar te streven voor jezelf te zorgen. Dit is arbeidsdeelname en met name ook participatie op de arbeidsmarkt en de tweede plaats: als je in Nederland verblijft, de Nederlandse taal. We hebben ook de wat we noemen de  spelregels van het samenleven. Degene die hier komt heeft zich daaraan te houden. Maar belangrijk is met name wat wij zeggen: de verantwoordelijkheid voor een migrant is toch deel te nemen in onze samenleving. Ook het respect te hebben voor de tradities in Nederland. We hebben in Nederland ooit een laissez-fairbeleid gehad. Dat wil zeggen geen beleid, dus je kunt natuurlijk ook kunnen zeggen: dit is niet iets voor de overheid. Dit is iets wat vanzelf moet gebeuren vanuit de mensen. Toch zeggen wij als je daar geen beleid op ontwikkelt, zal je toch spanningen zien in die samenleving. Fricties, dat mensen zich niet thuisvoelen, dat mensen zich onveilig voelen. Dat blijkt uit onze analyse en er zijn aanwijzingen dat je toch wel wat kan doen.

Voice over
De bedoeling is dat overheden, organisaties en de migrant zelf zich inspannen om de nieuwe verscheidenheid te laten werken. Wat kan de doorsneeburger doen?

Godfried Engbersen
Een concreet voorbeeld wat we uitwerken in dat rapport is het idee van 'Mensen maken de stad'. Dat is een programma in Rotterdam dat gaat over hoe mensen die dan op een gegeven moment zelf ervoor zorgen dat de leefbaarheid in hun buurt en straat groot is. En het gaat over de publieke ruimte, de tuintjes, de groenvoorziening. Dat is een initiatief van burgers zelf. En dan zie je dat burgers, mensen met een Nederlandse achtergrond en met een migratieachtergrond samenwerken. Ons idee is ook dat als je een infrastructuur hebt, je kan ervoor zorgen dat mensen mekaar makkelijker ontmoeten en makkelijker initiatieven nemen. Dus wat is nou de verantwoordelijkheid? Ja, dat is toch een soort burgerschap. Dat je zou willen dat mensen zich kunnen verplaatsen in de positie van anderen.

Roel Jennissen
Dat maakt dan ook niet uit of het eigenlijk migranten zijn. We willen het eigenlijk naar een hoger platform tillen. Ze hebben niet zozeer een verantwoordelijkheid om de migratiesamenleving beter te laten verlopen, maar gewoon de samenleving in z'n geheel. Je eigen verantwoordelijkheid om de sociale cohesie wat te verbeteren door deel te nemen aan dit soort zaken.

Voice over
En ook nog dit.

Roel Jennissen
Onze verantwoordelijkheid reflecteert op een gegeven moment in de overheden die ons vertegenwoordigen natuurlijk.

Voice over
Je hoorde Godfried Engbersen, Roel Jennissen, Manuel Veira, Hwie Liong Liem en verscheidene passanten in Transvaal in een podcast van de WRR. Wil je meer podcasts van de WRR beluisteren? Abonneer je dan op WRR Vogelvlucht of klik naar www.wrr.nl.

Beleid voor de migratiesamenleving: drie uitgangspunten

De toegenomen verscheidenheid en vlottendheid en het structurele karakter van de migratie naar ons land vragen om een proactieve beleidsaanpak gebaseerd op drie centrale uitgangspunten:

  1. Van ad-hoc naar structureel beleid.Het structurele karakter van de migratie naar ons land veronderstelt meer structureel beleid voor het ontvangen en inburgeren van immigranten in plaats van ad hoc te reageren op de komst van steeds weer nieuwe migrantengroepen. Ook vraagt het om een grotere samenhang tussen het migratie- en integratiebeleid.
  2. Naast integratiebeleid ook aandacht voor samenleven.De toegenomen verscheidenheid naar herkomst en verblijfsduur vragen om een adequate infrastructuur om het samenleven van alle inwoners van ons land te faciliteren. Een focus op vraagstukken van samenleven betekent niet het afschaffen van het huidige integratiebeleid. Centrale aspecten van het huidige integratiebeleid blijven relevant, vooral het stimuleren en behouden van de arbeidsdeelname van kwetsbare migrantengroepen.
  3. Ruimte voor lokale variatie. Gemeenten spelen een sleutelrol bij het ontvangen en inburgeren van immigranten en bij het faciliteren van het samenleven van alle inwoners van ons land. Er bestaan echter grote verschillen tussen gemeenten. Tuinbouwgemeenten, zoals de gemeente Westland, waar vooral tijdelijke arbeidsmigranten uit Polen werken, hebben andere beleidsopgaven dan expatgemeenten, zoals Amstelveen, die veel kennismigranten uit Japan en India herbergen. In sommige gemeenten is arbeidsdeelname een groot probleem, in andere huisvesting of sociale samenhang, en in de grotere steden spelen ze vaak alle drie. De rijksoverheid moet daarom gemeenten passende financiële, juridische en inhoudelijke ondersteuning geven om in te spelen op de lokale variëteit.

Vier sets van aanbevelingen

Bij het uitwerken van de drie uitgangspunten staan in dit rapport vier kwesties centraal: 

  1. Zorg voor een betere ontvangst en inburgering van alle migranten.
  2. Stimuleer de sociale samenhang, vooral op lokaal niveau.
  3. Zet in op arbeidsdeelname van migranten en hun kinderen.
  4. Houd in het migratiebeleid meer rekening met sociale samenhang en arbeidsdeelname.