Debat over nationale identiteit vereist andere invalshoek

Overheid en samenleving moeten de discussie over de Nederlandse identiteit niet langer uit de weg gaan. Cruciaal hierbij is echter dat in het debat de aandacht wordt verlegd van de feitelijke naar de gewenste identiteit van ons land. De vraag ‘wie we willen zijn’ moet centraal staan. Dat stelt WRR-onderzoeker Will Tiemeijer in zijn essay Project Nederland: van feitelijke naar gewenste nationale identiteit dat op 4 februari jl. is gepubliceerd. Het is een achtergrondstudie bij het WRR-adviesrapport Samenleven in verscheidenheid dat eind vorig jaar is verschenen.

Wat is eigenlijk de Nederlandse identiteit? De laatste jaren klinkt deze vraag weer veelvuldig, en onlangs deed het Sociaal en Cultureel Planbureau er een groot onderzoek naar.1 Nogal wat mensen zijn echter huiverig om zich uit te spreken over wat de Nederlandse identiteit concreet zou inhouden. Ze willen vermijden dat bepaalde groepen worden uitgesloten omdat zij geen ‘echte’ Nederlanders zouden zijn.

Deze voorzichtigheid is begrijpelijk, maar soms ook lastig. Met de toenemende verscheidenheid van onze bevolking dringt zich immers de vraag op wat nu eigenlijk Nederland bijeenhoudt, en waarin alle inwoners van ons land – of zij nu hier geboren zijn of van elders komen – moeten socialiseren dan wel integreren. Dit essay van Tiemeijer bevat daarom enkele voorstellen om de impasse te doorbreken, en het debat over identiteit in productiever vaarwater te brengen.

Wie willen we zijn?

Een eerste conclusie is dat het niet verstandig is om het debat over dit onderwerp krampachtig te vermijden. Wel is het belangrijk de aandacht te verleggen. We moeten ons niet langer blind staren op de vraag naar de feitelijke Nederlandse identiteit (Wie zijn wij?), maar kunnen ons beter richten op de vraag naar de gewenste Nederlandse identiteit (Wie willen wij zijn?).

Ter illustratie een voorbeeld: Nederlanders worden wel omschreven als open, tolerant en verdraagzaam. Dat zijn doorgaans goede eigenschappen, dus er valt zeker wat voor te zeggen als iedereen zich die (voldoende) eigen maakt. Maar Nederlanders worden ook wel afgeschilderd als bot, gierig en weinig ambitieus. Zijn dat ook aspecten van de Nederlandse identiteit waarvan we hopen dat iedereen zich die eigen maakt? En ook weer doorgeeft aan zijn kinderen?

Dit voorbeeld maakt duidelijk dat het uiteindelijk gaat om wie we willen zijn. Wat mogen we dus wel en niet van elkaar verwachten? Dát is waar het gesprek over moet gaan. Die focus op de gewenste identiteit geeft bovendien minder risico’s op uitsluiting.

Lotsverbondenheid

Een tweede conclusie is dat wat Nederlanders met elkaar verbindt uiteindelijk niet is geworteld in een bepaalde ‘typisch Nederlandse’ cultuur of geschiedenis, maar in hun lotsverbondenheid. De inwoners van ons land delen een bepaald leefgebied en een bepaalde toekomst, en dát is wat hen verenigt. Van iedereen die dit leefgebied binnentreedt mag worden verwacht dat hij of zij een bijdrage levert aan het succesvol samenleven in dit gebied. In dit gezamenlijke ‘project Nederland’ ligt uiteindelijk het fundament van verbondenheid.

1 SCP 2019, Denkend aan Nederland

Over dit onderzoek

De Verkenning Project Nederland. Van feitelijke naar gewenste nationale identiteit is geschreven door prof. dr. Will Tiemeijer, onderzoeker bij de WRR, ten behoeve van het rapport ‘Samenleven in verscheidenheid’ dat op 14 december 2020 is verschenen.

De serie ‘Verkenningen’ omvat studies die in het kader van de werkzaamheden van de WRR tot stand zijn gekomen en naar zijn oordeel van zodanige kwaliteit en betekenis zijn dat publicatie gewenst is. De verantwoordelijkheid voor de inhoud en de ingenomen standpunten berust bij de auteurs.