Toelichting op het WRR-rapport Samenleven in verscheidenheid

In deze video geeft raadslid Godfried Engbersen een toelichting op het WRR-rapport Samenleven in verscheidenheid. Beleid voor de migratiesamenleving.

Toelichting op het WRR-rapport Samenleven in verscheidenheid

*Muziek speelt* Beeldtekst: WRR adviesrapport. Godfried Engbersen. Samenleven in verscheidenheid. Godfried Engbersen – Raadslid WRR: Beste mensen, graag neem ik u in vogelvlucht mee in ons advies 'samenleven in verscheidenheid'. En wat is de kern van ons advies? In het kort: de overheid dient een actiever en daadkrachtiger beleid te voeren om alle nieuwe migranten wegwijs te maken en op te nemen in onze samenleving. Het diende ontvangst- en inburgeringsvoorzieningen te komen voor alle migranten, niet alleen voor asielmigranten en gezinsmigranten, maar ook voor migranten uit de Europese Unie en voor kennismigranten. Er is daarbij structurele aandacht nodig voor vraagstukken van samenleven. Zodat iedereen, nieuwkomers en gevestigden inwoners zich thuis kan voelen in Nederland. Gemeentes spelen een sleutelrol om het samenleven van alle burgers te bevorderen. Welnu, waarom komt de WRR nu met dit advies? Dat komt omdat Nederland te maken heeft met belangrijke ontwikkelingen in migratiepatronen die grote gevolgen hebben voor het samenleven in Nederland. We noemen vier belangrijke ontwikkelingen. Allereerst is sprake van meer migratie. Vanaf 2010 ontving ons land jaarlijks meer dan 150.000 migranten en vanaf 2015 meer dan 200.000. En dan hebben we het over een jaarlijkse instroom ter grootte van een stad als Eindhoven. De verwachting is dat dit patroon zich zal voortzetten wanneer de covid 19 pandemie voorbij is. En ten tweede is sprake van een toenemende verscheidenheid naar herkomstlanden. Migranten komen nu uit alle delen van de wereld en niet meer uit een beperkt aantal landen, zoals Turkije, Marokko, Suriname en de Antillen. Hierdoor neemt de verscheidenheid van de herkomst in ons land toe, zoals je op de figuur van de top 15 migratielanden kunt zien. Daaruit blijkt dat in de afgelopen tien jaar veel arbeidsmigranten uit de Europese Unie naar Nederland zijn gekomen. Bijvoorbeeld uit Polen en Bulgarije, kennismigranten uit China en India en asielmigranten uit Syrië en Ethiopië. Het gaat daarbij om migranten die zowel hoog, middelbaar als laag geschoold zijn. Als gevolg van veranderingen, in migratiepatronen is ook de samenstelling van de bevolking met een migratieachtergrond in de laatste 20 jaar sterk veranderd. Het aandeel van de bevolking met een migratieachtergrond uit de klassieke herkomstlanden, zoals Turkije, Marokko, Suriname en de Antillen daalde van 70 procent in 1998 naar ongeveer 50 procent in 2018. We zien vooral heel erg sterke groei van migranten uit een veelheid van andere landen. Ten derde is sprake van een toenemende vlottendheid. Dat wil zeggen dat steeds meer migranten passanten zijn en vertrekken na een tijdelijk verblijf uit ons land. Na vijf jaar is midden in de helft van de migranten vertrokken. Het oude beeld dat migranten zich blijvend vestigen, klopt niet. Tenslotte, ten vierde is sprake ook van een grote lokale variatie. De nieuwe migranten wonen niet in gelijke mate over ons land verspreid. De aanwezigheid van migranten beperkt zich allang niet meer tot de drie grote steden. Ook andere steden hebben er, ieder op een andere manier, mee te maken. We onderscheiden onder andere expat-gemeenten, zoals Amstelveen, grote provinciesteden als Arnhem, voorsteden als Diemen grensgemeenten als Vaals en tuinbouwgemeenten zoals het Westland. Samenvattend: Nederland heeft te maken met meer internationale migratie, een grotere verscheidenheid naar herkomst, een grotere vlottendheid en meer lokale variatie. De gevolgen daarvan zijn nog te weinig doorgedrongen in het overheidsbeleid. Het beleid is nog te veel geworteld in de wereld van gisteren en dat leidt ertoe dat er nog te weinig aandacht is voor de gevolgen van deze patronen voor het samenleven. Er is het risico dat groepen zich van elkaar afsluiten en dat de samenleving versplinterd. Ik noem enkele voorbeelden. De eerste betreft buurten: hoe verscheidener er en vlottender buurten zijn, hoe groter de kans dat bewoners zich er minder thuisvoelen, en dat doet zich ook voor in de sociaaleconomisch sterkere buurten. Dat geldt niet alleen voor bewoners met een Nederlandse achtergrond, maar ook voor bewoners met een migratie achtergrond. En dergelijke gevoelens kunnen ertoe leiden dat bewoners zich terugtrekken in eigen kring. Ook zien we dat de grote verscheidenheid en vlottendheid belangrijke gevolgen hebben voor scholen en verenigingen. Neem die scholen. Voor sommige scholen leidt een hoge mobiliteit bijvoorbeeld tot lastig voorspelbare zij-instroom en uitstroom van migrantenleerlingen. Steeds vaker fungeren scholen als een doorgangshuis voor kinderen van kenniswerkers, arbeidsmigranten en vluchtelingen. Ik vat het nu samen: de grotere verscheidenheid in herkomstlanden en de grotere vlottendheid maken het samenleven in Nederland ingewikkelder, en dat vraagt ons inziens om een nieuwe beleidsagenda. Volgens de WRR heeft een beleid voor de migratiesamenleving, deze nieuwe beleidsagenda, drie belangrijke uitgangspunten. In de eerste plaats: er is structureel beleid nodig voor het ontvangen en inburgeren van alle migranten, in plaats van ad hoc te reageren op de komst van steeds weer nieuwe migrantengroepen. En dat is de afgelopen decennia te vaak het geval geweest. Ook dient het migratiebeleid meer dienstbaar te zijn aan vraagstukken van sociale samenhang en arbeidsdeelname. Ten tweede: er is meer aandacht nodig voor samenleven. Dat betekent overigens niet dat het huidige integratiebeleid wordt afgeschaft. Vooral het stimuleren en behouden van arbeidsdeelname van kwetsbare migrantengroepen blijft van enorm belang. Maar er is een adequate infrastructuur nodig van buurtvoorzieningen, bibliotheken, verenigingen, om het samenleven van inwoners in ons land te ondersteunen. En ten derde: er moet meer ruimte zijn voor lokale variatie. Gemeenten spelen een sleutelrol in het vormgeven van het samenleefbeleid in het integratiebeleid. Maar zoals we gezien hebben: er bestaan grote verschillen tussen gemeenten. In sommige gemeenten is arbeidsdeelname een groot probleem, in andere gemeenten huisvesting en in grotere steden spelen deze problemen vaak alle drie. De Rijksoverheid moeten financiële en juridische voorwaarden scheppen, zodat gemeenten goed kunnen inspelen op de specifieke vragen waar ze voor staan. Ik dank u voor uw aandacht. *Muziek speelt en fadet uit* Logo WRR verschijnt in beeld. Beeldtekst: Den Haag, 14 december 2020.