Als het gaat over het huidige drugsbeleid in Nederland, dan gaat het debat al snel over repressie of legalisering. Maar daaronder liggen bredere afwegingen en een veel langere geschiedenis. Hoe belangrijk vinden we onze economie? Hoe belangrijk zijn onze internationale relaties? En hoe kijken wij als samenleving aan tegen drugs en drugsgebruik?
Download: Working paper nr. 71 Een tegenstrijdig evenwicht. Tussen economie, tolerantie en diplomatie in de Nederlandse omgang met drugs (1875-2025)
Download: Overzicht 150 jaar Nederlandse drugsgeschiedenis 1875-2025
Beeld: © WRR
Historicus Koen Hoogendoorn heeft voor de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) een historische achtergrondstudie gedaan: ‘Een tegenstrijdig evenwicht. Tussen economie, tolerantie en diplomatie in de Nederlandse omgang met drugs (1875-2025)’ . Hierin beschrijft Hoogendoorn hoe de Nederlandse omgang met drugs zich over een periode van anderhalve eeuw heeft ontwikkeld, en hoe bovenstaande vragen in verschillende periodes terugkwamen.
Centraal in de Nederlandse omgang met drugs staan volgens Hoogendoorn drie logica’s:
- Economisch-pragmatische logica; het afwegen van drugsinterventies tegen economische belangen
- Cultureel-normatieve logica; overlast- en schadebeperking tegenover morele veroordeling
- Internationaal-diplomatieke logica; de invloed van internationale verdragen en reputatiedruk
Het working paper laat zien hoe deze logica’s tezamen van invloed zijn op de Nederlandse omgang met drugs en hoe zij hebben geleid tot een hybride model waarin Nederland tegelijkertijd tolerant en repressief kan zijn: pragmatisch richting gebruikers én hard tegen producenten en handelaren.
Dit working paper is een historische achtergrondstudie voor het WRR-adviestraject ‘Synthetisch Drugsbeleid’. Daarin wordt onderzocht hoe het Nederlandse beleid op het gebied van synthetische drugs zich verhoudt tot de nationale en internationale realiteit van synthetische drugsproductie, -distributie en -gebruik en hoe dit beter kan aansluiten bij de waargenomen trends en veranderingen in deze domeinen.
Drie structurele logica’s in de Nederlandse omgang met drugs
Onderstaande figuur verbeeldt de samenhang en wisselwerking tussen de drie structurele logica’s in de Nederlandse omgang met drugs. De economisch-pragmatische logica is gebaseerd op een afweging tussen ingrijpen en economische continuïteit. In de internationaal-diplomatieke logica staat de balans tussen internationale druk en nationale uitvoerbaarheid centraal. In de cultureel-normatieve logica krijgen beheersing en beperking van overlast en maatschappelijke schade de voorkeur boven morele afwijzing.
Beeld: © WRR
Verbeeldt de samenhang en wisselwerking tussen de drie structurele logica’s in de Nederlandse omgang met drugs.
De economisch-pragmatische logica is gebaseerd op een afweging tussen ingrijpen en economische continuïteit.
Dit vertaalde zich in een actieve exploitatie van opium en cocaïne in de koloniale fase en een focus op de bescherming van handel en logistiek na de Tweede Wereldoorlog.
Drugs worden in deze logica gezien als bijverschijnsel van een open economie. In de internationaal-diplomatieke logica staat de balans tussen internationale druk en nationale uitvoerbaarheid centraal. Dat vertaalt zich in afspraken en samenwerking met andere landen, diplomatieke druk en het afwegen van reputatierisico’s.
In de cultureel-normatieve logica krijgen beheersing en beperking van overlast en maatschappelijke schade de voorkeur boven morele afwijzing, op basis van gedoogbeleid, harm reduction en een zorggerichte aanpak.
Tijdlijn in vogelvlucht van 150 jaar Nederlandse omgang met drugs
De tijdlijn illustreert 150 jaar van de Nederlandse omgang met drugs, verdeeld in vijf tijdvakken. In periode 1 worden de wortels gevormd voor de Nederlandse drugslogica (1875-1949): cocateelt en cocaïneproductie (Indië–Amsterdam). In periode 2 (1949-1980) nemen cannabis- en LSD-gebruik toe. In periode 3 (1980-1995) komt MDMA op Lijst I van de Opiumwet (1988). Periode 4 (1995-2007) wordt gekenmerkt door intensivering en internationale druk. Periode 5 (2007–2025) staat in het teken van normalisering en ondermijning.
Beeld: © WRR
Tijdlijn Nederlandse omgang met drugs, verdeeld in vijf tijdvakken.
In periode 1 worden de wortels gevormd voor de Nederlandse drugslogica (1875-1949): cocateelt en cocaïneproductie (Indië–Amsterdam). Van 1894-1942 geldt de Opiumregie en een staatsmonopolie op opium. In 1909 ontstond de eerste vorm van verslavingszorg in Nederland, later bekend als Jellinek: Het Internationaal Opiumverdrag werd gesloten in 2012, gevolgd door de invoering van de Opiumwet in 1919.
In periode 2 (1949-1980) nemen cannabis- en LSD-gebruik toe. 1971-1972 commissie Hulsman/Baan onderzoekt differentiatie en decriminalisering, Start methadonverstrekking en gedoogbeleid coffeeshops en in 1976 werd het onderscheid tussen lijst I en II doorgevoerd in de Opiumwet.
In periode 3, 1980-1995, komt MDMA op Lijst I van de Opiumwet (1988). Er ontstaat een inzet op harm reduction, tegelijkertijd wordt Nederland een belangrijk productie- en distributieland voor synthetische drugs.
Periode 4 (1995-2007) wordt gekenmerkt door intensivering en internationale druk: we zien de publicatie van de eerste drugsnota (1995), de oprichting Unit Synthetische Drugs (1996) en een herenakkoord met China over precursoren (2004). Ook ontstaat er een samenwerking met de VS (2001), vooral rond MDMA-handel.
Periode 5 (2007–2025) staat in het teken van normalisering en ondermijning: cocaïnegeweld escaleert, pogingen worden opgezet voor een integrale aanpak Ondermijning, tegelijkertijd start het Wietexperiment en wordt de Wet nieuwe psychoactieve stoffen (2025) ingevoerd.
Beeld: © WRR / WRR
Vogelvlucht #36 Een tegenstrijdig evenwicht in de Nederlandse omgang met drugs (1875-2025)
Als het gaat over het huidige drugsbeleid in Nederland, dan gaat het debat al snel over repressie of over legalisering. Maar daaronder liggen bredere afwegingen en een veel langere geschiedenis. Hoe belangrijk vinden we onze economie? Hoe belangrijk zijn onze internationale relaties? En hoe kijken wij als samenleving aan tegen drugs en drugsgebruik? Daarover spreekt historicus Koen Hoogendoorn met Bart Nelissen in deze nieuwe aflevering van de podcastserie Vogelvlucht. Hoogendoorn is auteur van het door de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) gepubliceerde working paper ‘Een tegenstrijdig evenwicht. Tussen economie, tolerantie en diplomatie in de Nederlandse omgang met drugs (1875-2025).’
Vogelvlucht #36 Een tegenstrijdig evenwicht. Tussen economie, tolerantie en diplomatie in de Nederlandse omgang met drugs (1875-2025)
Vogelvlucht #36 Een tegenstrijdig evenwicht. Tussen economie, tolerantie en diplomatie in de Nederlandse omgang met drugs (1875-2025)
Download00:00:02
Speaker 1: Nederland en drugs zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ons land speelt een grote rol in de productie van xtc en via de Rotterdamse haven worden enorme hoeveelheden drugs naar Europa gesmokkeld. De laatste decennia heeft de georganiseerde drugscriminaliteit steeds meer ontwrichtende gevolgen voor de samenleving. Denk alleen al aan de moorden op advocaten Derk Wiersum en Peter R. De Vries. Mijn naam is Bart Nelissen en namens de WRR ga ik in gesprek met WRR-onderzoeker historicus Koen Hoogendoorn. Koen, wat is jouw relatie met dit onderwerp?
00:00:34
Speaker 2: Ik ben schrijver van het working paper Een Tegenstrijdig Evenwicht en daarin heb ik eigenlijk de laatste 150 jaar aan de Nederlandse omgang met drugs bestudeerd. En dat heb ik in kaart gebracht.
00:00:47
Speaker 1: Dus jij bent in anderhalve eeuw Nederlandse drugsgeschiedenis gedoken? Welk historisch feit viel jou op? Verbaasde jou? Vertel.
00:00:57
Speaker 2: Ja. Drugs is een is best wel een belangrijk onderwerp. Er wordt ontzettend veel geld mee verdiend. Maar eigenlijk als je met mensen gaat spreken, dan ja, van de geschiedenis van drugs weten we niet altijd evenveel. Dus de mensen die zich met dit onderwerp bezighouden, die zal ik hier niet mee verrassen. Maar ja, wat wel eens tot verrassing kan leiden is dat Nederland in coca•ne en opium handelde en dat we dit eigenlijk min of meer tot de Tweede Wereldoorlog hebben gedaan. En dat deden we namelijk via onze koloni‘n, in die tijd Nederlands-Indi‘. Want ja, toch wel een paar Nederlanders die kwamen daar achter van okŽ, die coca plant, die groeit op Bolivia en in Peru en Colombia en die bleek ook op Nederlands-Indi‘ te kunnen groeien.
00:01:47
Speaker 1: OkŽ, en wat deed Nederland dan met die coca•ne? Of waar was die coca•ne voor?
00:01:52
Speaker 2: Ja, coca•ne was in die tijd een farmaceutisch product. Dus dat had allerlei medische toepassingen. En Nederland zag daar dus handel in. Dat kon teweeg gebracht worden via Nederlands-Indi‘ dus. En vervolgens werd het gehaald naar Amsterdam, naar de Nederlandse coca•nefabriek. En daar werd het vervolgens verbouwd tot bruikbare coca•ne.
00:02:15
Speaker 1: Als ik het goed begrijp, dan verdiende de Nederlandse staat rond 1900 dus eigenlijk goed geld aan drugshandel. En nou is het wel wonderlijk dat Nederland in 1912 ook het eerste internationale verdrag tekende om drugs juist aan banden te leggen. Hoe rijm je deze koopman en die dominee met elkaar?
00:02:33
Speaker 2: Zoals jij net ook stelde, Nederland verdiende aardig geld aan deze drugshandel en vormde ook een belangrijk deel van de koloniale staatsinkomsten. Maar tegelijkertijd ontstond er in de Verenigde Staten een beweging, die was deels puriteins, namelijk dat drugsgebruik dat zorgde voor een teloorgang van de moraliteit. Ja, men zag dat als bijna een spirituele en religieuze missie om dus drugsgebruik en dus ook alcoholgebruik aan banden te leggen. Dat wordt ook wel de drooglegging genoemd. En vanuit die lobby begon de Verenigde Staten internationaal druk uit te oefenen om dus een drugsregulering op te bouwen en dus drugs te reguleren, en met name opium, coca•ne en cannabis. En Nederland, ja die begon, begaf zich dus in een soort spagaat positie, namelijk van aan de ene kant vormde drugs een belangrijk onderdeel van onze begroting, en aan de andere kant wilden we natuurlijk ook als klein land onze internationale relaties goed onderhouden. Dus uiteindelijk besloten we van nou, dan organiseren wij die drugsconferentie. Die vond dus plaats in Den Haag in 1912, zijn wij het gastland, en dan gaan we om de tafel zitten om te kijken of we afspraken kunnen maken. En uiteindelijk de afspraken die zijn gemaakt waren ook nog best wel in het voordeel van Nederland, want uiteindelijk werd daar besloten van, nou ja, om opium en coca•ne te verkopen heb je allerlei vergunningen nodig. Oftewel, daarmee zorgde dit verdrag er ook voor dat Nederland, ja binnen de koloni‘n, een soort alleenrecht kreeg om dus als enige opium en coca•ne te verhandelen en te verkopen.
00:04:16
Speaker 1: OkŽ, en tot hoe lang is Nederland doorgegaan met deze, deze handel, deze drugshandel?
00:04:21
Speaker 2: Nou, in elk geval tot de Tweede Wereldoorlog en in de Tweede Wereldoorlog werden nog restvoorraden opgebruikt en daarna kwam de onafhankelijkheidsoorlog van Indonesi‘. Dus toen hield het geleidelijk. Ja, daar zijn de meningen over verdeeld. Maar rond 1949, toen Indonesi‘ dus onafhankelijk werd en dan rond 1952, zijn we daar echt mee gestopt. En toen is de Nederlands Coca•nefabriek wel doorgegaan, maar die ging andere middelen produceren en verkopen.
00:04:50
Speaker 1: Laten we een sprong maken naar de jaren 60/70, de tijd van hippies en en provo's. In 1976 leggen we het officieel vast volgens mij. Het verschil tussen hard en softdrugs. De coffeeshop en het begrip gedogen ontstond. Wij noemen dat gedogen vaak typisch Nederlands of tolerant. Maar ik lees in jou paper dat jij het een bestuurlijke techniek noemt. Wat bedoel je daar precies mee? Is dat niet gewoon een chique woord voor wegkijken?
00:05:19
Speaker 2: Nou, wat je zag in de jaren zestig, zeventig inderdaad was dat drugsgebruik werd wat enigszins normaler. Het werd onderdeel gezien van de culturele tegenbeweging. Dus inderdaad, wat je zei met de provo's, de hippies, waardoor je ook zag dat drugsgebruik, ja, ook bijvoorbeeld onder kunstenaars, intellectuelen, studenten plaatsvond. Dus het werd iets meer een fact of life. En dit kwam eigenlijk tot een soort van culminerend punt in 1970 bij het Kralingen Popfestival. Ja. Wat als een soort reactie werd gezien op Woodstock destijds en waar 50.000 mensen kwamen en waar naar verluidt 40.000 mensen wel openlijk drugs gebruikten. En de politie was enigszins voorbereid op. Nou ja, misschien gaan mensen daar drugs gebruiken, dus we gaan erheen. Maar ze werden daar eigenlijk totaal overdonderd met ja, hoeveel mensen wel niet gebruikten. En ja, dan wordt er dus een afweging gemaakt van okŽ, heeft ingrijpen dan nu zin? Van gaan er dan niet juist rellen ontstaan? Brengen we dan niet juist mensen in onveiligheid? Nou, en toen werd dus inderdaad besloten om dan maar niet in te grijpen. En dit was eigenlijk tekenend voor, ja, hoe we in die tijd met drugs zijn gaan omgaan, namelijk van ja, als het niet te veel schade oplevert, als het niet te veel overlast geeft, dan ja, dan laten we het toe. En daarmee kan dus Ôharm reductionÕ of dat gedogen kan ook een vorm juist zijn om overlast te beperken.
00:06:55
Speaker 1: En is dat niet ingrijpen? Is dat onmacht of is dat wel doordacht beleid?
00:07:00
Speaker 2: In het geval van Kralingen Popfestival is het is het deels inderdaad dat je overweldigd bent met de grootsheid ervan. Maar tegelijkertijd was al een jaar daarvoor door het OM in een richtlijn vastgesteld van okŽ, klein bezit van cannabis, daar gaan we in principe niet vervolgen. Dat wordt dan het sepotbeleid benoemd. OkŽ, dus het was al wel beleid, zeg maar in de praktijk. Maar in principe drugshandel, daar werd nog steeds tegen opgetreden natuurlijk. Zoals dat vandaag de dag ook nog steeds is.
00:07:36
Speaker 1: Is dat dan ook een soort opmaat naar de jaren 80/90, waarin we heel pragmatisch waren met onze Ôspuit-om-ruilÕ en onze methadonbussen?
00:07:47
Speaker 2: Ja precies. We hadden gewoon heel veel overlast van mensen die verslaafd waren en die dus, kosten wat het kost, bijvoorbeeld hero•ne moesten hebben. Die dus daardoor aan verwervingscriminaliteit deden. Dus spullen jatten om te verkopen om vervolgens daar hero•ne van te kunnen kopen. Dus ja, je zou dan of al die mensen in de gevangenis kunnen plaatsen, wat bijvoorbeeld dan in de Verenigde Staten of in Itali‘ gebeurde. Ja, of zoals wij dan in Nederland deden van nou ja, laten we die mensen helpen om terug te komen in de samenleving. Dus zorgen dat we, ja, laten we zorgen dat ze afkicken en dat ze dus via methadon kunnen afkicken. Maar ook zorgen dat ze niet allemaal hiv krijgen vanwege het delen van spuiten. Dus laten we die spuiten omruilen. Eigenlijk allemaal gericht op het beperken van overlast. Dus het komt vrij progressief en tolerant over. Maar eigenlijk daaronder schuilt van nou het gaat met name over het beperken van overlast.
00:08:51
Speaker 1: Ja, toch keek het buitenland daar wel op een vreemde manier naar volgens mij. Want ik lees dat de Fransen onze narcostaat noemden en dat de Amerikanen ons zagen als een als een groot gevaar voor de drugsmarkt. Hoe hield Nederland zich staande onder die enorme internationale druk? Want volgens mij was dit ook de periode dat de xtc hier enorm opkwam.
00:09:13
Speaker 2: Ja, we zagen in eigen land dat drugsgebruik, de overlast, althans daarmee dat we dat redelijk onder controle kregen, dat de verslaving afnam, dat op de Zeedijk en Hoog Catharijne, dat die overlast ook stukje bij beetje afnam. Maar inderdaad, er ontstond een enorme xtc-industrie zo rond de jaren negentig, waardoor we steeds meer kritiek kregen vanuit het buitenland van: Ôhe ja allemaal leuk die die coffeeshops en hoe jullie daar met Ôharm reductionÕ mee omgaan. Maar, wij krijgen hier al die drugs ook in ons land binnenÕ. In Frankrijk, maar dus ook zelfs in de Verenigde Staten. Waardoor we dus onder druk kwamen te staan. En nou onder die druk en ook wel ja, om verschillende redenen begon Nederland toen ja, harder aan te pakken. Meer repressie. Dus ontstond een unit synthetische drugs, een politie eenheid die ook een internationaal contactpunt vormde. Dus Nederland ging bijvoorbeeld ook criminelen uitleveren naar de Verenigde Staten. En er werd gewoon steeds meer internationaal samengewerkt om dus die drugscriminaliteit aan te pakken. En toen ontstond er dus eigenlijk een soort van, ja, een tweestrijd tussen nou ja, je bent enigszins tolerant naar de gebruiker toe, zoveel mogelijk gericht op het beheersen van risico's en op het overlast beperken. Maar je gaat die crimineel harder aanpakken.
00:10:38
Speaker 1: Je beschrijft in je paper drie krachten die ons beleid bepalen. Je noemt economisch pragmatisme, onze eigen nuchtere tolerantie en de internationale diplomatie. Die drie, die schuren altijd. Jij noemt dat een tegenstrijdig evenwicht. Dat mag je van mij uitleggen wat je daarmee bedoelt?
00:10:56
Speaker 2: Ja, dat snap ik. Ja, een tegenstrijdig evenwicht. Daarmee bedoel ik eigenlijk dat. Nou en in die honderdvijftig jaar geschiedenis dat Nederland dan verschillende petten op heeft gehad. Dus, nou ja, in die koloniale tijd waren we dan producent van drugs, maar tegelijkertijd ook wetgever, door die verdragen te ondertekenen om drugs te reguleren. En dat zie je later ook met dan in de jaren negentig meer repressie optuigen, maar tegelijkertijd ook coffeeshops hebben. En daarmee zie je dus dat we eigenlijk, dat onderscheid ik dan in mijn paper, drie logica's hebben in onze Nederlandse omgang met drugs namelijk dat economisch pragmatisme, dus de bereidheid om de neveneffecten van drugs te accepteren, zolang het de economie maar niet genoeg schaadt, dus de legale economie. Het cultureel normatieve. Dat betekent eigenlijk van nou ja, wat zijn onze sociale normen omtrent drugsgebruik? En waarbij dus het beperken van overlast zwaarder weegt dan het volledig uitbannen van drugs. Omdat we dat ja met z'n allen hebben geaccepteerd van nou ja, dat gaat ons in elk geval niet lukken. Want dat zien we ook in de VS. En dus het internationaal diplomatieke, namelijk dat wij als handelsland. Ja, en ook als klein land zijn we afhankelijk van onze van onze relaties, internationaal gezien.
00:12:21
Speaker 1: Als we naar het heden kijken nu, dan lijkt de rek er wel een beetje uit zal ik maar zeggen. De criminaliteit is geprofessionaliseerd, er wordt extreem geweld gebruikt en de politie kan het nauwelijks aan lijkt het wel eens. Is dit het moment dat de boel echt knapt of. Of is dit het begin van een nieuw evenwicht? Hoe zie jij dat.
00:12:44
Speaker 2: Nou Ja, als historicus uh is het altijd lastig om de toekomst natuurlijk te voorspellen. En ik denk dat je op verschillende momenten in de geschiedenis hebt gezien dat het evenwicht echt onder spanning heeft gestaan. Ook bijvoorbeeld dan in de jaren negentig. Het is zeker niet dat er nu een radicaal nieuw evenwicht zou vormen. Ik denk juist dat deze lezing laat zien dat Nederland steeds een nieuw zwaartepunt vindt binnen die drie logicaÕs. En nu, de laatste jaren zie je inderdaad dat er meer een veiligheidsdenken ontstaat. Maar zie je bijvoorbeeld internationaal dat er meer wordt nagedacht over ja, misschien toch liberalisering, regulering. Nou, de VS, daar zijn nu best wel een aantal staten die cannabis hebben gelegaliseerd en die dus in die zin vooruitlopen op Nederland. En die debatten zie je op meer plekken. De burgemeester van Amsterdam, Femke Halsema, die heeft een aantal jaren geleden opgeroepen tot volledige legalisering van alle drugs. En daartegenover staat dan ook weer de oud burgemeester van Rotterdam, Aboutaleb, die natuurlijk heel erg hard zich over drugs uitsprak en vooral naar de gebruiker toe. Namelijk van nou ja, als je dit doet dan heb je wel bloed aan je handen.
00:13:56
Speaker 1: Als je het Nederlandse beleid, wat toch over het algemeen tolerant en gedogend is, vergelijkt met het bijvoorbeeld Amerikaanse hele repressieve beleid. Wat is dan in jouw ogen het minst schadelijke beleid?
00:14:10
Speaker 2: Ja, dat is op zich de Ôthe million dollar questionÕ natuurlijk. En daar heb ik in principe ook niet heel erg naar gekeken. Maar als ik dan ja, op basis van wat ik hier allemaal over heb onderzocht, dan zie je dat in Nederland ja qua gebruik hebben we het alsnog relatief goed gedaan. Als je kijkt naar problematisch gebruik, dan ligt dat qua cijfers net wat lager dan in andere landen. En dat komt toch wel door ja, onder andere Trimbos instituut en Jellinek en die gewoon ontzettend goede voorlichting geven. Nou de drugs die worden gebruikt, die zijn ook vrij zuiver in Nederland. Dat helpt natuurlijk ook. In de Verenigde Staten is er ontzettend veel vervuild met fentanyl, waardoor er dus ook veel meer drugsdoden vallen. Fentanyl is op dit moment nog niet in Nederland, of in elk geval niet in grote getale. Dus ja, het is heel lastig om te zeggen wat nou wat nou beter werkt.
00:15:08
Speaker 1: Als afronding Koen, als een politicus of een beleidsmaker jouw paper leest. Wat is wat jou betreft de belangrijkste les die ze er uit moeten leren?
00:15:17
Speaker 2: Ja, dat is eigenlijk met name dat het debat op het moment en de laatste paar jaar vrij incident gedreven is. Dus er komt in een nieuw designerdrug bijvoorbeeld komt op of er is een geweld golf of er is angst voor ondermijning, dan gaat het debat daarover. Maar daaronder liggen eigenlijk dus de afwegingen die we als samenleving moeten maken van hoe belangrijk vinden we onze economie. Hoe belangrijk zijn onze internationale relaties? En wat is eigenlijk de manier waarop we als samenleving naar drugs en drugsgebruik kijken? En dat het gesprek daarover gaat. Want alles wat je aanpast binnen dit beleid heeft een ja heeft een prijs. Dus als je drugs legaliseert, wat wel eens wordt gezegd ja, we weten helemaal niet wat voor prijs dat gaat hebben. Of bijvoorbeeld, nou ja, het zou effect kunnen hebben op onze internationale relaties. En dat zijn de vragen waar het debat eigenlijk over zou moeten gaan. Want dan kunnen we veel meer draagvlak ook vinden voor toekomstig beleid.
00:16:22
Speaker 1: Dat lijkt me een mooie conclusie. Koen, dank je wel voor dit gesprek.
00:16:25
Speaker 2: Ja, graag Bart.
00:16:26
Speaker 1: Het paper tegenstrijdig evenwicht is te vinden op WR.nl. Vond je dit een boeiend gesprek? Abonneer je dan op onze podcast Vogelvlucht in je favoriete app. Bedankt voor het luisteren en graag tot de volgende keer.