Een paar jaar geleden leek het hoog op de politieke agenda te staan, inmiddels lijken er alweer belangrijkere problemen te zijn. Toch is de urgentie van de scherp stijgende kosten die Europese landen moeten maken voor hun steeds ouder wordende bevolking onverminderd groot. Dat zeggen raadslid Casper de Vries en onderzoeker Gijsbert Werner. Twee jaar geleden schreven ze samen met anderen het WRR-rapport Europese vergrijzing in het vizier. Een Engelse vertaling verscheen onlangs bij uitgeverij Springer.

Beeld: © WRR / Fotograaf: Arenda Oomen

Hoe kunnen overheden hun oudere burgers voorzien van een stabiel inkomen waarvan ze goed kunnen leven, zonder dat ze daarbij een te grote druk leggen op de rest van de samenleving? Op die vraag moeten regeringen in Europa een antwoord zien te vinden. Hoe ze dat doen, heeft ook gevolgen voor Nederland dat via handelsbetrekkingen en de gemeenschappelijke euro nauw met deze landen verbonden is.

Het rapport dat de WRR twee jaar geleden uitbracht, concludeerde dan ook dat Nederland niet alleen de ontwikkelingen in andere Europese landen goed moet volgen, maar ook moet proberen om ze bij te sturen. Daarnaast moet het de eigen economie beschermen tegen mogelijke negatieve gevolgen van de vergrijzing elders.

Is er voldoende met jullie rapport gebeurd?

Werner: ‘Niet op alle terreinen. Je ziet dat de betaalbaarheid van de vergrijzing op de politieke agenda staat, maar de urgentie ervan lijkt naar de achtergrond gedrukt door AI, de oorlog in Iran en de scheve handelsbalans met China. We kunnen het ons niet permitteren om het lang te negeren. De budgettaire druk als gevolg van de vergrijzing neemt elke dag toe.’

De Vries: ‘Nog maar een paar jaar terug hadden we in Europa een verhouding tussen werkenden en gepensioneerden van drie staat tot één. Rond het jaar 2050 wordt dat drie staat tot twee. Waar dus eerst drie werkenden het pensioen van één gepensioneerde moesten betalen, moeten ze straks de pensioenen van twee gepensioneerden betalen. Dat is een verdubbeling. Om dat te kunnen betalen, zullen we ervoor moeten zorgen dat meer mensen aan het werk blijven. Hoewel dat voor sommigen even slikken zal zijn, betekent dit ook dat we langer moeten doorwerken.’

Kun je van overheden verwachten dat ze hun bevolkingen langer laten doorwerken?

 De Vries: ‘Ja, dat kan. Nederland heeft dat zelf laten zien. Dertig jaar geleden behoorden we in Europa tot de landen met het laagste percentage zestigplussers dat aan het werk was. Nu zitten we bij de landen met de hoogste participatiecijfers in de leeftijd tussen de 60 en 64. Dat is een enorme prestatie.’

Regeringen die voorstellen om de pensioenleeftijd te verhogen, lijken verzekerd van enorme politieke en maatschappelijke weerstand.

Werner: ‘Toch steeg in de afgelopen dertig jaar in bijna alle Europese landen de arbeidsparticipatie, al was die stijging niet zo groot als hier. Dat ging nooit vanzelf. Pensioenhervormingen zijn doorgaans processen van twee stappen vooruit en een stap achteruit. Polen had de pensioenleeftijd een paar jaar terug verhoogd van 60 naar 64. Een nieuwe regering bracht hem weer terug naar 62. Per saldo ging de pensioenleeftijd dus wel omhoog. Het vergt tijd, maar is de enige begaanbare weg.’

En als landen daar niet in slagen?

De Vries: ‘De meeste landen betalen de pensioenen uit hun begroting. In de praktijk zal dat betekenen dat ze meer moeten lenen waardoor hun staatsschuld stijgt. Op termijn zullen ze voor die leningen hogere rentes moeten betalen waardoor hun schuld nog verder toeneemt. Je ziet de rente op de staatsschuld in Frankrijk nu al fors toenemen. Bij de kredietcrisis in 2007 hebben we gezien dat het enorme spanningen kan opleveren als binnen de eurozone het ene land veel meer rente voor zijn leningen moet betalen dan andere landen.

Werner: ‘Wanneer landen te weinig hervormen, lopen de kosten op en betalen de jongere generaties vaak de rekening. Je ziet het in Frankrijk waar scholieren nu massaal de straat opgaan om te klagen over onvoldoende geld voor hun onderwijs.’

Doet Frankrijk genoeg om zijn pensioenen te hervormen?

Werner: ‘Het beeld dat Frankrijk nauwelijks iets doet met de pensioenleeftijd, is niet juist. Ze hebben een ander systeem dan in Nederland. Er is daar geen vaste leeftijd waarop je met pensioen mag. Ze kijken naar het aantal jaren dat je premie hebt betaald. Dat aantal loopt al enige tijd op. Na 43 jaar betalen, mag je nu met pensioen. Daarnaast heeft de regering onlangs bepaald dat het pensioen pas mag ingaan op je 62e. Hoe dat verder gaat na de presidentsverkiezingen van volgend jaar mei, zullen we zien. Belangrijke partijen pleiten ervoor om die hervormingen terug te draaien.

Hoe kan Nederland bevorderen dat in andere landen meer mensen aan het werk gaan?

Werner: ‘In Europa zijn nu onderhandelingen over de EU-meerjarenbegroting voor de komende zeven jaar. Nederland lijkt er daarbij vooral naar te streven dat die begroting zo klein mogelijk blijft. Je kunt er ook voor kiezen om er voorwaarden in op te nemen dat landen hun arbeidsmarkt en pensioenstelsel hervormen zodat meer mensen aan het werk gaan. Iets soortgelijks gebeurde na corona toen er herstelfondsen kwamen met voorwaarden voor digitalisering en vergroening.’

Jullie stelden dat Nederland minder kwetsbaar is voor de financiële gevolgen van de vergrijzing.

Werner: ‘De vergrijzing hier is nog niet zo ver gevorderd als in andere Europese landen. Onze bevolking is wat jonger.’

De Vries: ‘Daarnaast is onze staatsschuld lager en hebben we een ander pensioenstelsel. De meeste landen in Europa hebben een omslagstelsel. Die betalen hun pensioenen uit de belastingen en het laten oplopen van de staatsschuld. Bij ons gebeurt dat alleen voor de AOW. Daarnaast hebben we nog een kapitaalstelsel waarbij werknemers via fondsen zoals ABP sparen voor hun pensioen. Dat maakt ons minder kwetsbaar voor de grote vergrijzingsuitgaven die eraan komen omdat we ervoor hebben gespaard.’

Moet Nederland niet stimuleren dat andere landen ook zo’n kapitaalstelsel invoeren?

De Vries: ‘Duitsland denkt daarover na. Een paar maanden geleden ben ik naar Berlijn geweest om erover te praten. Duitse ouderen krijgen relatief karige pensioenen. Maar het is niet slim om zo’n stelsel op te zetten in de demografische fase waarin Europese landen zich bevinden. Als de bevolking afneemt, moet dat kleiner wordende deel van de bevolking niet alleen de belastingen ophoesten voor de pensioenen van de huidige gepensioneerden, maar ook nog eens via premies betalen aan de pensioenen van toekomstige gepensioneerden. Dat zorgt niet voor een rooskleurige economie. Zo’n stelsel moet je opzetten ver voordat de vergrijzing begint, niet als die volop bezig is.’

Werner: ‘Het stelsel waar ze in Duitsland over nadenken, is wel bescheidener dan hier. Bij ons betalen werknemers ruim 20% van hun inkomen aan pensioenpremie. In de Duitse plannen zou dat niet meer zijn dan 2%. Dat kan hoogstens een aanvulling zijn op het stelsel dat ze nu hebben.’

Dat Nederland die fondsen heeft en de meeste andere landen niet, zou Nederland ook kwetsbaar kunnen maken.

De Vries: ‘Het zijn grote zakken met geld waar iedereen wel wat mee wil. Nu is er ook weer een Duitse Europarlementariër die pensioenfondsen wil verplichten om twee procent van hun vermogen in startups te steken. Zoiets moet je niet willen. De grote Tinbergen heeft ooit gezegd: “Voor elk doel moet je een eigen instrument hebben.” En zo is het: het doel van de pensioenfondsen is een goede oudedagsvoorziening. Dat moet je niet mengen met andere doelen.’

Werner: ‘Ook Nederlandse politici kijken soms met enige wellust naar de grote zakken van de pensioenfondsen. Ze vinden bijvoorbeeld dat ze meer zouden moeten beleggen in huisvesting. Uiteindelijk zijn het de fondsen zelf die daarover beslissen.

Wat is wel goed opgepakt uit jullie rapport?

De Vries: ‘Je ziet dat er in Nederland meer aandacht is gekomen voor demografische ontwikkelingen in het buitenland. Dat had te maken met dit rapport, maar vooral ook met het rapport dat we eind vorig jaar uitbrachten als vervolg. Daarin gaven we aan dat Nederland zich meer moet richten op landen waar de beroepsbevolking nog groeit, voor arbeid, handel en ontwikkelingssamenwerking. Dat zijn landen als India, de Filipijnen, Indonesië en landen in Zuid-Amerika.

Moeten die landen ook alvast aan hun pensioenstelsel denken?

Werner: ‘De demografische transitie gaat daar snel. Landen als Nederland en Frankrijk hebben er anderhalve eeuw over gedaan om te vergrijzen. De hoge geboortecijfers uit de negentiende eeuw zijn vrij langzaam gedaald. In landen waar nu de beroepsbevolking groot is ten opzichte van het aantal gepensioneerden, zakt het geboortecijfer veel sneller. Waar vrouwen vijftig jaar geleden gemiddeld vaak nog zeven kinderen kregen, zijn dat er nu nog maar anderhalf. Landen als Brazilië of de Filipijnen, die nu nog druk bezig zijn met werk, werk, werk, zullen dus snel hun oudedagsvoorziening op orde moeten krijgen.’

Zouden die landen iets hebben aan een systeem zoals in Nederland met pensioenfondsen?

Werner: ‘Het zal niet gemakkelijk zijn om dat op te zetten. Die landen hebben vaak ook andere urgente problemen en hun democratie is onvoorspelbaar. Verplicht pensioensparen werkt vooral goed in een high trust society. Het beheer van de betaalde pensioenpremies zul je moeten onderbrengen in fondsen die op afstand staan van de overheid. Als burgers onvoldoende vertrouwen hebben in hun overheid, zullen ze eerder zeggen: geef dat geld maar rechtstreeks aan mij, dan stop ik het wel in mijn huis.’

De mensen achter Europese vergrijzing in het vizier

Het rapport Europese vergrijzing in het vizier; omgaan met pensioen- en begrotingsrisico’s werd gemaakt door een projectgroep met daarin naast Casper de Vries en Gijsbert Werner ook het raadslid Catrien Bijleveld en de stafleden Roel Jennissen en Laura Vonk.

De serie Research for policy

Voor het vergroten van de zichtbaarheid en de vindbaarheid van de Engelstalige publicaties startte de WRR zo’n zeven jaar geleden samen met uitgeverij Springer de reeks Research for Policy – Studies by the Netherlands Council for Government Policy. De publicatie European Ageing in Focus. Dealing with Pension and budgetary risks is de veertiende in deze serie die via open access op de website van Springer is gepubliceerd. De publicatie is gratis verkrijgbaar als e-boek (pdf) of tegen betaling te bestellen als hardcover.