In januari trad de Leidse universiteitshoogleraar Judi Mesman aan als nieuw raadslid. Op dit moment is ze bezig om het raadswerk in te passen in haar bomvolle schema met veel verschillende activiteiten. ‘Wanneer ’s avonds iemand vraagt wat ik die dag heb gedaan, moet ik soms eerst in mijn agenda kijken.’

Beeld: © WRR/fotograaf: Arenda Oomen

Hoe ben je WRR-lid geworden?

Begin november belde Corien Prins me om te zeggen dat er plaats was in de raad. Ik doe veel onderzoek en hou me bezig met sociale rechtvaardigheid, jeugd en intergenerationele vraagstukken. Corien zei dat mijn profiel goed aansloot op de kennis die al in de raad aanwezig was.

Moest je erover nadenken?

Ik heb gezegd dat ik er een weekend over zou nadenken, maar eigenlijk wist ik al meteen dat ik dit wel wilde. De WRR is een plek waar je impact kunt maken. Anderzijds schept het raadswerk natuurlijk wel verplichtingen. Het is de bedoeling dat je er twee dagen per week aan besteedt. Op een nevenfunctie waar je een keer of vijf per jaar ergens moet opdagen, zeg je veel sneller ja.

Hoe kende je de raad al?

Vooral van rapporten over integratie en de multiculturele samenleving, en dan met name Samenleven in verscheidenheid. Dat rapport uit 2020 laat mooi zien hoe het discours over de multiculturele samenleving is veranderd. In het begin ging het over het behouden van de eigen cultuur, daarna over integratie - waarmee we vooral assimilatie bedoelden - daarna over burgerschap en veiligheid. Die historische blik is interessant. Het tijdperk waarin je leeft, bepaalt hoe je over onderwerpen praat. Een slide daarover gebruik ik in het college interculturele pedagogiek dat ik geef aan zo’n 400 eerstejaars.

Wat doet een universiteitshoogleraar eigenlijk?

Je hebt een vrije rol waaraan je zelf invulling kunt geven. Op mijn universiteit krijg je hem voor vijf jaar. Mijn enige verplichting is dat eerstejaarsvak, dat ik ook zeker niet wil opgeven. Voor de rest doe ik onderzoek dat ik interessant vind en dat past bij mijn leeropdracht. Ik ben met verschillende projecten bezig, met name op het terrein van sociale rechtvaardigheid en jeugd. Ik kijk hoe schoolleiders op scholen met een groot aandeel gemarginaliseerde leerlingen het lerarentekort proberen op te lossen. Ik interview leiders van kleur over de uitdagingen die ze tegenkomen. Ik onderzoek intergenerationele relaties in het Caribisch deel van het koninkrijk.

Dat klinkt als een geweldige functie

Mij hoor je ook niet klagen. Hiervoor was ik zes jaar dean van het Leiden University College. Dat was juist veel bestuurswerk, hoewel ik ook veel onderzoek deed. Toen zat ik de hele dag op een kamer in Den Haag. Sinds ik geen dean meer ben, ben ik veel op pad. Als raadslid krijgt mijn werk natuurlijk weer wat meer structuur, maar een beetje structuur is ook wel prettig.

Wat doe je nu in de raad?

Ik zit in de projectgroep Meedoen met gezondheidsopgaven. In de projectgroep over synthetisch drugsbeleid draai ik van een afstandje mee. Ik lees de stukken, maar ga niet naar de vergaderingen omdat beide projectgroepen op hetzelfde tijdstip samenkomen. Later dit voorjaar wil ik kijken of dat beter te combineren is. Ik ben nu elke dinsdag bezig met de WRR en daaromheen met de voorbereiding voor de bijeenkomsten. Ik moet deze lente nog verschillende lopende werkzaamheden afronden. Ik kan nu langzaamaan ook mijn tweede WRR-dag structureler invullen.

Had je je nog voorbereid op je lidmaatschap?

Ik heb recente rapporten gelezen: Mens en klimaat, Met de mondiale demografie mee en Grip. Ook heb ik podcasts beluisterd die op de site staan: interviews over rapporten en over de achtergrond van andere raadsleden. Ik luister graag podcasts. Ondertussen borduur ik dan handdoeken voor baby’s. Dat heb ik van mijn moeder geleerd, dat is heel rustgevend. Ik denk dat ik er wel vijftig heb gemaakt.

Wat zijn de eerste indrukken van de WRR?

Ik had me nooit zo gerealiseerd dat er achter de raad ook nog een hele staf zit. Er hangt een goede sfeer, met leuke, enthousiaste en slimme mensen. Dat zijn mensen die dingen kunnen en weten die ik niet kan en weet. Het gevaar van mijn leeftijd is dat je in een gespecialiseerde omgeving blijft waarin je zelf het meeste weet. Sommigen vinden dat leuk omdat ze graag specialistisch bezig zijn. Ik vind dat saai en kijk liever opzij naar hoe ik mij in de breedte kan ontwikkelen. Daarom heb ik ook veel nevenfuncties. In mijn vrije tijd bezoek ik veel musea en ga ik vaak naar het theater, meestal toneel of moderne dans.

Zijn er ook minpunten bij de WRR ?

De stukken zijn wel wat aan de lange kant. (lacht)

Welke stukken?

Nou, bijna alle eigenlijk. En volgens mij vinden meer mensen dat. Eigenlijk snap ik het ook wel. Als je een startnotitie voor een project maakt, heb je natuurlijk al ontzettend veel gelezen. Dat wil je dan natuurlijk ook graag laten zien. Maar sommige informatie kun je dan beter weglaten en later in het project weer naar voren halen als die relevant is. Ik ben zelf iemand die snel leest, maar kan ook snel schrappen. Vaak lukt dat zonder relevante informatie kwijt te raken.

Wat wil je als raadslid op de agenda zetten?

Daar heb ik nog geen super concrete ideeën over. Dat soort dingen gisten vaak in mijn achterhoofd. Ik vind het wel belangrijk om de stem van de jeugd te laten horen en te letten op intergenerationele rechtvaardigheid.

Wat is dat?

Dat je bij als wat je doet in het beleid en bij de uitvoering kijkt naar wat het betekent voor de generaties na ons. Dat gaat allereerst natuurlijk om de jongeren van nu. Die hebben nog geen stem, die kunnen vaak niet meebeslissen. Sommige mensen zeggen dat je zeven generaties vooruit moet kijken. Dat lijkt mij wat veel, maar je moet wel oog hebben voor de nog ongeboren generaties. Als wij de planeet kapot maken, moeten zij de rekening betalen. Maar het gaat verder dan dat. Het gaat ook over systemen en structuren. Hoe richten we bijvoorbeeld onze publieke instituties in zodat we niet nog een toeslagenschandaal krijgen.

Hoe wil je de stem van jongeren laten horen?

In maart zijn we als raad op bezoek geweest bij de jongerenraad van de SER. Daarin zitten de voorzitters van bijvoorbeeld FNV Jong, Laks en de LSVB. Dat was een interessant en leuk bezoek. Maar je kunt de stem van jongeren natuurlijk ook op een andere manier laten horen. Bijvoorbeeld door hen op vaste momenten tijdens een adviestraject te laten meepraten, zoals wanneer je je startnotitie maakt, net voor het schrijven van het eindrapport, en misschien ook nog een keer daar tussenin. Dat kost veel tijd, maar is ook leuk en levert een aanvullend perspectief op.

Wat levert het dan op?

Als vijftiger moet je niet gaan denken dat je weet hoe de wereld van jongeren in elkaar zit. Die wereld is enorm veranderd, alleen al door de komst van de sociale media. Vroeger moest je als jongere hard werken en je mond houden. Toen waren er natuurlijk ook allerlei misstanden waartegen ook wel geprotesteerd werd, maar de algemene tendens was er een van doorpakken. Op een bepaald moment denk je: dat hoort erbij. Deze jongere generatie pikt dat niet meer en daar hebben ze groot gelijk in.