Mens en Klimaat

In 2050 moet Nederland klimaatbestendig zijn, zo is het streven. In het rapport Mens en klimaat. De kracht van sociale infrastructuur bij adaptatie betoogt de WRR dat Nederland klimaatbestendiger wordt wanneer de overheid niet alleen fysieke maatregelen neemt, maar ook inzet op sociale infrastructuur die mensen naar elkaar laat omkijken, hun onderlinge vertrouwen verhoogt en handelingsperspectief biedt.

Nederlanders hebben te maken met een veranderend klimaat. Meer hitte, droogte, hevige neerslag en een stijgende zeespiegel kunnen de samenleving ontwrichten. De impact van een klimaatgebeurtenis reikt verder dan materiële schade en slachtoffers. In het slechtste geval verliezen mensen hun vertrouwen in de overheid en elkaar, raken gemeenschappen onthecht en neemt armoede toe. Een klimaatgebeurtenis kan dus fysieke én sociale gevolgen hebben.

Andersom bepaalt de sociale context voor een deel hoe goed mensen met klimaatgebeurtenissen kunnen omgaan. Wie een sterk netwerk heeft of over voldoende middelen beschikt, komt doorgaans minder snel in de problemen en herstelt sneller. Voor deze sociale factoren is in het Nederlandse adaptatiebeleid te weinig aandacht. De focus ligt op fysieke beschermingsmaatregelen. Die zijn essentieel, maar niet voldoende.

Momenteel werkt de WRR aan een publicatie waarin de thematiek uit het rapport nader wordt beschouwd voor het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden.

Beeld: © WRR

​​​​​​​Klimaatrechtvaardigheid

Het project Klimaatrechtvaardigheid gaat over een rechtvaardige verdeling van de lasten als gevolg van het Nederlandse klimaatbeleid. Wanneer dit niet rechtvaardig gebeurt, kan dit leiden tot maatschappelijke weerstand en ondermijning van het draagvlak voor klimaatbeleid, zo voelen we allemaal aan. Maar wat precies rechtvaardig is, vinden we doorgaans moeilijk te beantwoorden. Precies dit wilden we verduidelijken in ons project. We keken daarbij in het bijzonder naar de koolstofreductie-opgave, de verdeling van de kosten van de energietransitie en de waterveiligheid en naar de schade als gevolg van extreem weer.

Er zijn verschillende manieren om op die terreinen de verdeling op een rechtvaardige manier aan te pakken en om het gesprek hierover aan te gaan. Dit kan worden begrepen vanuit het perspectief van verdelingsbeginselen, zoals de ‘vervuiler betaalt’ en de ‘sterkste schouders dragen de zwaarste lasten.’ Van dit soort beginselen hebben we er tien beschreven. De keuze voor een bepaalde verdeling wordt niet altijd expliciet of bewust gemaakt. Hiermee komt de uitlegbaarheid van het klimaatbeleid en de lastenverdeling tussen huishoudens en bedrijven onder druk te staan.

Met dit project hebben we verdelingsbeginselen expliciet gemaakt, waardoor we een transparante discussie kunnen voeren over de vaak pijnlijke verdeling van de klimaatlasten. Dit hebben we gedaan door te vertrekken vanuit de ethiek en de politieke filosofie en door het beschrijven van casussen in het beleid rondom mitigatie en adaptatie. We hebben dit aangevuld met onderzoek naar de mate waarin burgers verdelingen ook daadwerkelijk als rechtvaardig ervaren. Met deze aanpak wilden we rechtvaardigheid en uitlegbaarheid van de lastenverdeling als nieuwe pijler van het klimaatbeleid introduceren.

Het rapport Rechtvaardigheid in klimaatbeleid. Over de verdeling van klimaatkosten is op 16 februari 2023 gepubliceerd. 

De Engelse vertaling van dit rapport is als Justice in Climate Policy. Distributing Climate Costs Fairly gratis te downloaden (als ebook) of als hardcover boek te bestellen via uitgeverij Springer.

Waarom deze onderzoeken?

Aanleiding voor het project Klimaatrechtvaardigheid was een verzoek van het kabinet om een advies over verdelingsvraagstukken van klimaatgerelateerde risico’s. Dit volgde op de Initiatiefnota Van oliedom naar gezond verstand: verduurzaming van de financiële sector (Kamerstuk 35 446, Vergaderjaar 2019-2020). Het project Klimaatbeleid sluit aan op de Langetermijnstrategie Klimaat die het ministerie van Economische Zaken en Klimaat op 25 november 2019 aanbood aan de Tweede Kamer.