WRR-onderzoekers Gijsbert Werner en Laura Vonk verzorgden op woensdag 17 juni 2026 een presentatie bij de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling in Parijs. De aanleiding voor het bezoek was het in november 2025 verschenen WRR-rapport Met de mondiale demografie mee: Anticiperen op krimpend arbeidsaanbod in het buitenland.
Beeld: © WRR
In hun presentatie voor de ambassadeurs van de 38 landen die binnen de OESO samenwerken, lieten Werner en Vonk zien dat er grote veranderingen plaatsvinden in de wereldwijde demografie. Over de hele wereld gaan steeds meer landen vergrijzen en krimpen, terwijl sommige landen nog een aantal decennia bevolkingsgroei doormaken. Daardoor verschuift het mondiale arbeidsaanbod.
De onderzoekers betoogden dat de OESO-landen, waaronder Nederland, er verstandig aan doen om de banden te versterken met landen met een opkomend demografisch dividend (hoog aandeel mensen van werkende leeftijd). Bijvoorbeeld via het sluiten van handelsakkoorden en migratiepartnerschappen en door ontwikkelingssamenwerking met landen met toekomstig demografisch dividend.
De ambassadeurs van Portugal, Polen en Japan bij de OESO gaven een uitgebreide reactie, en onderstreepten daarin de relevantie van de boodschap van de WRR voor hun nationale context. Zo benadrukte de Poolse ambassadeur dat de wereldwijde vergrijzing kan leiden tot een lagere economische groei. Hij wees op het beleid van zijn regering om emigranten uit Polen te verleiden om terug te keren. Zijn Portugese collega viel hem daarin bij: “Behoud van jonge mensen en de terugkeer van Portugese emigranten zijn strategische prioriteiten voor groei, concurrentiekracht en demografische houdbaarheid.”
De Japanse ambassadeur lichtte de drievoudige strategie van zijn regering toe om met een krimpende bevolking om te gaan. Zo probeert Japan allereerst het kindertal in eigen land te stimuleren, bijvoorbeeld door betere kinderopvang. Daarnaast wil het onderbenut arbeidspotentieel mobiliseren, door bijvoorbeeld ouderen meer te laten werken. Ook wil Japan meer arbeidsmigranten toelaten. De ambassadeur verwachtte dat in Japan het aandeel werkenden afkomstig uit andere landen zal verdrievoudigen van 3% naar 10% in 2060. De meesten zullen komen uit landen met een groot demografisch dividend, zoals de Filipijnen en Indonesië.
De bijeenkomst, die georganiseerd was door de Nederlandse ambassadeur bij de OESO, ging ook over de positie van landen in Afrika. De ambassadeur van Polen onderschreef de analyse hierover in het WRR-rapport. Om landen daar te helpen banen en welvaart voor hun snelgroeiende bevolkingen te genereren, is het van groot belang ze in staat te stellen beter in de wereldeconomie te integreren, bijvoorbeeld via betere handelsbanden en internationale samenwerking. Dat is ook in het belang van OESO-landen.
Bij de OESO verzorgden de WRR-onderzoekers ook een seminar voor experts op het gebied van demografie, handel, pensioenen, migratie en ontwikkelingssamenwerking.
Het rapport Met de mondiale demografie mee: Anticiperen op krimpend arbeidsaanbod in het buitenland is te downloaden van de WRR-site. De Engelse vertaling wordt eind 2026 verwacht.
Meer over de OESO
De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) is een internationaal samenwerkingsverband van 38 landen op het gebied van onder meer economie, onderwijs, handel, belastingen, klimaat en sociale vraagstukken. De OESO werd opgericht om bij te dragen aan de wederopbouw van Europa na de Tweede Wereldoorlog, en richt zich tegenwoordig op het aanpakken van gezamenlijke uitdagingen en de afstemming van internationaal beleid. De OESO-ambassadeurs vertegenwoordigen hun landen binnen deze organisatie.