WRR bepleit inclusieve robotagenda

In de toekomst zal het werk door robotisering veranderen. Om ervoor te zorgen dat robotisering goed is voor de economie en voor werkenden, is een robotagenda nodig. Daarin moet de complementariteit van mensen en machine centraal staan: mensen samen met robots beter laten werken. Dat staat in de WRR-Verkenning De robot de baas die op 8 december is gepresenteerd.

Overhandiging van WRR-verkenning 31 De robot de baas aan directeur-generaal Bernhard ter Haar

Martijn Beekman

In de verkenning wordt door een keur aan technologiedeskundigen, economen en andere wetenschappers uiteengezet wat de betekenis van robotisering en digitalisering is voor de toekomst van werk. Daaruit komt naar voren dat het onwaarschijnlijk is dat in de komende twee decennia, zoals wel wordt voorspeld, de helft van de banen zal verdwijnen. Er komen immers ook nieuwe banen bij. Wel zal de aard van het werk veranderen.

Inclusieve robotagenda

Robotisering gaat trager dan vaak wordt voorspeld en pakt in praktijk anders uit. Ook wordt in Nederland nog weinig geïnvesteerd in robots. De overheid, maar bijvoorbeeld ook wetenschappers, werkgevers, werknemers en hun organisaties kunnen invloed uitoefenen op de manier waarop robot-technologie wordt ontwikkeld en toegepast. Daartoe is een ‘inclusieve robotagenda’ nodig die de complementariteit van mens en machine bevordert: niet zo veel mogelijk mensen proberen te vervangen door robots (substitutie) , maar mensen samen mét robotica productiever maken. 

Vier thema’s zijn hierbij van belang:

  • Investeren in robotisering, met oog voor co-creatie. Verschillende partijen (overheid, wetenschappers, werkgevers, werknemers) dienen gezamenlijk te investeren in robotisering, waarbij co-creatie centraal staat: nieuwe toepassingen worden samen ontwikkeld met mensen die er mee aan het werk moeten.
  • Het inzetten op complementaire kennis en vaardigheden op alle niveaus in het onderwijs en bij ‘levenslang leren’. Een hoge opleiding of technisch onderwijs bieden op zich geen voldoende antwoord op het slimmer worden van machines. De kernvraag die beantwoord dient te worden is: welke taken, relaties en verantwoordelijkheden zullen bij mensen blijven horen, of willen we per se bij mensen (blijven) beleggen?
  • Eigenaarschap van werk. Robotisering kan in potentie de kwaliteit van arbeid en autonomie van werkenden vergroten, maar ook verkleinen. Het is van belang negatieve gevolgen zoals werkstress en burn-out te voorkomen en, aan de positieve kant, werkplezier en productiviteit te bevorderen. De kernvraag hier is hoe mensen en technologie zo samen kunnen werken dat mensen de baas blijven over hun eigen werk (en over de robot).
  • Nieuwe verdelingsvragen. Er zullen mensen zijn die onvoldoende mee kunnen komen in de robotsamenleving. Het is onmogelijk te voorspellen wie dat zullen zijn. Daarom liggen one size fits all maatregelen niet voor de hand maar is een repertoire van verschillende beleidsinstrumenten nodig om mensen te kunnen helpen en ondersteunen, en om er voor te zorgen dat de inkomensverschillen niet groter worden.

De WRR-Verkenning bestaat uit bijdragen van Linda Kool, Rinie van Est, Martijn Wisse, Edward Skidelsky, Richard Freeman, Casper Thomas, Fabian Dekker,  Anna Salomons, Kees Marges en Jan Popma. De redactie is in handen van WRR-medewerkers Robert Went, Monique Kremer, André Knottnerus (voorzitter WRR). Hoofdstuk 2 presenteert de visie van de WRR en is geschreven door Went en Kremer.