WRR: “Alleen een culturele sector die zich zelf ontwikkelt en vernieuwt is blijvend van waarde voor de Nederlandse samenleving”

Steeds vaker wordt de culturele sector bevraagd over wat hij kan betekenen voor maatschappij en economie. De aandacht moet echter in de eerste plaats gericht zijn op het versterken van de culturele sector zelf. Alleen dan kan de sector nieuwe uitdagingen het hoofd bieden. Het cultuurbeleid kan hier een belangrijke bijdrage aan leveren. Op dit moment missen kunstenaars, culturele ondernemers en instellingen nog teveel kansen, onder andere doordat er te weinig kennis over het publiek is, de aansluiting tussen creatieve opleidingen en arbeidsmarkt te wensen overlaat en private investeringen een te beperkte rol spelen in de financiering van de culturele sector. Dit stelt de nieuwe WRR-verkenning Cultuur herwaarderen. De verkenning sluit aan bij de oproep van minister Bussemaker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, tot een landelijke discussie over de waarde van cultuur.

Kennis over het publiek

Door gebrek aan kennis over het publiek lopen instellingen nu nog vaak inkomsten mis en is hun draagvlak smaller dan nodig is. Wanneer de sector aanspraak maakt op publieke middelen, dan volgt daaruit ook de verantwoordelijkheid om aansluiting bij een publiek te zoeken. Meer en beter inzicht in de culturele smaakpatronen vormen een voorwaarde om andere en vooral jongere doelgroepen aan te spreken. De overheid kan instellingen helpen bij het ontwikkelen van nieuwe manieren om hun publiek te verbreden, te vernieuwen en het contact daarmee te verdiepen.

Kansen afgestudeerden op de arbeidsmarkt

Bij talentontwikkeling hoort een realistisch beeld van de arbeidsmarkt voor creatieve beroepen. Een beperkt aandeel van de afgestudeerden vindt werk dat past bij de creatieve opleiding die zij hebben gevolgd. Daarbij verdienen zij gemiddeld minder dan andere hoger opgeleiden, een verschil dat doorwerkt in de rest van hun loopbaan. Het is daarom goed dat bij sommige opleidingen wordt ingezet op minder studenten. Daarnaast zullen opleidingen studenten nóg beter moeten voorbereiden op de arbeidsmarkt.

Financiën

Er zijn meer creatieve financieringswijzen mogelijk voor de culturele sector. Naast overheidssubsidie, eigen inkomsten en giften is er ook de mogelijkheid om investeringen aan te trekken. Tegelijkertijd is het nodig de verschillen in het verdienvermogen van culturele instellingen te monitoren. De overheid kan private geldstromen faciliteren maar niet sturen, zoals subsidies. De kans bestaat dat sommige instellingen hun successen reproduceren en vergroten, terwijl andere hun positie verder zien verslechteren. Dit kan gevolgen hebben voor de aard en de spreiding van het culturele aanbod. Het bewaken van een kwalitatief hoogstaand en verscheiden aanbod van cultuur blijft daarom een belangrijke taak voor het cultuurbeleid.

Cultuur herwaarderen is tot stand gekomen onder redactie van Erik Schrijvers, Anne-Greet Keizer & Godfried Engbersen en bevat bijdragen van Hasan Bakhshi, Dave O’Brien, Roberta Comunian, Koen van Eijck, Robert C. Kloosterman en de redacteuren zelf.

Noot voor de redactie

Cultuur herwaarderen is op 5 maart om 11.30 uur in Nieuwspoort aangeboden aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De publicatie is beschikbaar via de website van de WRR, in de boekhandel en via Amsterdam University Press (ISBN 978 94 6298 0303).

Inlichtingen met betrekking tot deze publicatie bij: M.C. van Leijenhorst/ tel: 070-356 4619/ 06-81579533/leijenhorst@wrr.nl.
 

Over de WRR

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid is een onafhankelijk adviesorgaan voor de Nederlandse regering. De WRR geeft de regering gevraagd en ongevraagd advies over onderwerpen vanuit een langetermijnperspectief. Deze onderwerpen zijn sectoroverstijgend en hebben betrekking op maatschappelijke vraagstukken waarmee de samenleving in de toekomst te maken kan krijgen. 

De serie ‘Verkenningen’ omvat studies die in het kader van de werkzaamheden van de WRR tot stand zijn gekomen en naar zijn oordeel van zodanige kwaliteit en betekenis zijn dat publicatie gewenst is. De verantwoordelijkheid voor de inhoud en de ingenomen standpunten berust bij de auteurs.