De WRR verkent economische ongelijkheid in Nederland

Economische ongelijkheid staat hoog op de internationale agenda. Vaak wordt daarbij verwezen naar de Verenigde Staten, waar de verschillen de afgelopen decennia enorm zijn toegenomen. In de WRR-Verkenning Hoe ongelijk is Nederland? worden de verschillen in inkomen, loon en vermogen in ons land verkend.

Inkomensongelijkheid in vergelijkend perspectief laag, vermogensongelijkheid aan de hoge kant

Een simpel, eenduidig antwoord op de vraag hoe ongelijk Nederland is, is niet te geven. Economische ongelijkheid kan op verschillende manieren worden bekeken en gemeten.

  • Gemeten met de Gini-coëfficiënt (waarbij 0 volledige gelijkheid uitdrukt en 1 volledige ongelijkheid), is de inkomensongelijkheid in Nederland in internationaal perspectief laag en stabiel, namelijk 0.29 in 2010. Het gemiddelde van de OESO-landen is 0.32.
  • Dat komt deels door de sterk herverdelende werking van ons belasting- en sociale zekerheidsstelsel, in het bijzonder voor ouderen (65-plus).
  • Tegelijkertijd is de kloof tussen de onderste en bovenste tien procent van de inkomensverdeling de laatste decennia gegroeid. 
  • Er zijn nieuwe categorieën werkenden die een grotere kans hebben om onderaan de inkomensladder te belanden, zoals éénverdieners en een deel van de zzp’ers. 
  • De vermogensongelijkheid is in Nederland in internationaal vergelijkend perspectief aan de hoge kant. Terwijl de top tien procent van de vermogensverdeling 61 procent van het vermogen in handen heeft, heeft de onderste 60 procent (samengeteld en afgerond) 1 procent vermogen opgebouwd. Vooral over vermogensongelijkheid is meer onderzoek nodig.

Gevolgen voor vertrouwen en economische groei

De WRR heeft onderzoek laten doen naar de mogelijke sociale, politieke en economische gevolgen van economische ongelijkheid – de zogenoemde instrumentele benadering van economische ongelijkheid. Daaruit komt naar voren dat:

  • Meer inkomensongelijkheid samenhangt met minder opwaartse sociale stijging.
  • Meer inkomensongelijkheid samenhangt met minder sociaal vertrouwen, het vertrouwen tussen burgers onderling.
  • Meer inkomensongelijkheid samenhangt met minder politiek vertrouwen onder alle burgers. Vooral vertrouwen in de rechtsstaat en het parlement nemen af bij toenemende inkomensongelijkheid.
  • Meer inkomensongelijkheid een rem kan betekenen op economische groei. Bijvoorbeeld doordat hogere inkomensgroepen een geringer deel van hun inkomen besteden aan consumptie, met minder effectieve vraag als gevolg.

Economische ongelijkheid niet alleen zaak van de overheid

Wie pleit voor minder economische ongelijkheid stelt vaak redistributieve beleidsmaatregelen voor, zoals minder belasting op arbeid en meer op vermogen. Maar er kan daarnaast ook gedacht worden aan predistributie. Dit is het streven naar vermindering van de (toenemende) loonverschillen op de arbeidsmarkt, in plaats van het achteraf ‘repareren’ van economische ongelijkheid via de fiscaliteit en sociale zekerheid. Dat kan bijvoorbeeld via cao-onderhandelingen, het hervormen van ondernemingen (naar associaties en coöperaties) en consumentendruk (consumenten kunnen bewust kiezen voor producten van ondernemingen met geringe loonverschillen). Sociale partners, bedrijven en consumenten kunnen dus ook een rol spelen.
 

De WRR- verkenning bestaat uit bijdragen van Paul de Beer, Wiemer Salverda, Bas van Bavel, Herman van de Werfhorst en Robert Went, en een interview met Richard Wilkinson. De redactie is in handen van WRR-medewerkers Monique Kremer, Mark Bovens (raadslid), Erik Schrijvers en Robert Went. Kremer, Went en Bovens schreven het hoofdbetoog. Bij de publicatie van de verkenning hoort het Factsheet Economische ongelijkheid in 8 figuren.

Noot voor de redactie

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid is een onafhankelijk adviesorgaan voor de Nederlandse regering. De WRR geeft de regering gevraagd en ongevraagd advies over onderwerpen vanuit een langetermijnperspectief. Deze onderwerpen zijn sectoroverstijgend en hebben betrekking op maatschappelijke vraagstukken waarmee de samenleving in de toekomst te maken kan krijgen. 

Hoe ongelijk is Nederland? Een verkenning van de ontwikkeling en gevolgen van economische ongelijkheid, WRR-Verkenning 28, is vanaf 4 juni om 17.00 beschikbaar via de website van de WRR.
 

Op 5 juni organiseert de WRR samen met De Balie in Amsterdam een debatavond over economische ongelijkheid. Tijdens het debat zullen Mark Bovens en Monique Kremer namens de WRR kort de bevindingen uit de Verkenning toelichten. Ook wordt gesproken met andere auteurs van de Verkenning: Paul de Beer, Bas van Bavel, Wiemer Salverda, Herman van de Werfhorst en Robert Went. Zertegenwoordigers van de politiek en de sociale partners zullen reageren.

Inlichtingen over deze publicatie bij Mirjan van Leijenhorst 06 81579533 of leijenhorst@wrr.nl.