Kapstokhaakje

In de politiek-maatschappelijke discussie over het semipublieke domein zien we een breed scala aan reacties op de reeks van incidenten die zich hebben voorgedaan. De nadruk ligt daarbij veelal op meer externe controle, extern toezicht en externe verantwoording. Zo krijgen ministers meer bevoegdheden om in te grijpen bij falende instellingen, komen instellingen sneller onder verscherpt inspectietoezicht, wordt de persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders en toezichthouders aangescherpt, zijn de financieringseisen strenger en worden er meer prestatiegegevens openbaar gemaakt. Maar als het interne toezicht niet op orde is, zal de kwaliteit van de externe verantwoording ook te wensen overlaten en zullen externe vormen van toezicht altijd te laat zijn. De eerste vraag zou dan ook moeten zijn: hoe kunnen semipublieke instellingen hun interne checks and balances goed op orde krijgen?

Cover van WRR-rapport 91 Van tweeluik naar driehoeken

Van tweeluik naar driehoeken. Versterking van interne checks and balances bij semipublieke organisaties (WRR-rapport 91)

Semipublieke organisaties moeten hun interne weerwerk en tegenspraak beter organiseren. Daarvoor zijn goede interne ‘checks and balances’ noodzakelijk.

Gebrek aan intern weerwerk

Het is essentieel dat bestuurders en leden van de raad van toezicht vanuit de organisatie en de directe belanghebbenden zelf kritisch worden gevolgd en bij de les worden gehouden. Voorkomen is belangrijker dan genezen. Bij gebrek aan intern weerwerk ontbreekt het de externe toezichthouders bovendien aan belangrijke signalen over mogelijke misstanden. Interne checks and balances verhouden zich tot externe toezichthouders als bedrijfshulpverleners tot de professionele brandweer. Het zijn de hulpverleners van eerste aanleg, de interne brandalarmen en klokkenluiders die de externe toezichthouders van informatie voorzien en tot actie kunnen bewegen.

Centrale vraag

De WRR werkt aan een beleidsnotitie waarin we een aantal zinvolle opties bespreken voor het herstel en de modernisering van de interne checks and balances binnen semipublieke organisaties. De notitie bouwt voort op eerdere rapporten van de WRR, zoals Toezien op publieke belangen (2013) en Publieke zaken in de marktsamenleving (2012) en beoogt een bijdrage te leveren aan het politiek-maatschappelijke debat over de versterking van de interne governance van woningcorporaties, onderwijs- en zorginstellingen. De centrale vraag is: hoe kunnen de interne checks and balances binnen semipublieke organisaties beter worden ingericht?

WRR-PIT-bijeenkomst 3 februari 2015: Interne toezichthouders terughoudend over relatie met externe toezichthouder

Leden van raden van toezicht hebben behoefte aan informatie-uitwisseling en het organiseren van leerprocessen met externe toezichthouders, maar pleiten voor terughoudendheid in het directe contact tussen extern en intern toezicht. Dat blijkt uit de discussiebijeenkomst over de relatie tussen intern en extern toezicht die de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) en het Platform Innovatie Toezicht (PIT) op dinsdag 3 februari 2015 bij de WRR organiseerden voor vijftig interne en externe toezichthouders. Aanleidingen voor de discussie zijn onder meer de gedeelde verantwoordelijkheid voor publieke belangen en de aanscherping van het toezichtbeleid waardoor externe toezichthouders dichter op de huid van het interne toezicht  kruipen.

Algemene conclusie is dat het lastig is om algemene uitspraken of aanbevelingen te doen over de relatie tussen intern en extern toezicht, omdat die relatie per sector en per toezichthouder verschilt. Instellingen hebben vaak ook met meerdere externe toezichthouders te maken. Er is wel behoefte aan informatie-uitwisseling en het organiseren van leerprocessen op het niveau van de sector, maar men is terughoudend met het stapelen van toezicht op toezicht. De relatie moet niet te zeer worden geformaliseerd. Zowel interne als externe toezichthouders dienen hun bestaande instrumenten beter te benutten voordat ze nieuwe instrumenten optuigen. Het gaat in de relatie vooral om leren en niet om afrekenen. Het contact dient zoveel mogelijk op sectorniveau en zo min mogelijk op organisatieniveau te worden georganiseerd. Hier ligt een taak weggelegd voor de brancheorganisaties en de verenigingen van toezichthouders.

Zie ook