WRR: "Innovatiebeleid moet innoveren"

Er is een nieuwe visie nodig op innovatie en innovatiebeleid vindt de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR).

Innovatie is van cruciaal belang voor de ontwikkeling van de Nederlandse economie en daarmee voor onze toekomstige welvaart, maar ook voor vraagstukken van duurzaamheid en veiligheid. In zijn rapport Innovatie vernieuwd. Opening in viervoud adviseert de WRR het beleid meer te richten op het bevorderen van het innovatieproces op het niveau van bedrijven, organisaties, allianties en instituties. In zijn rapport biedt de Raad een aantal handvatten hoe het innovatieve vermogen van de Nederlandse economie kan worden versterkt. 

De innovatiecapaciteit van Nederland loopt achter bij andere Europese landen. Volgens de WRR blijven er zowel in het bedrijfsleven als bij de overheid nog veel kansen onbenut. Nederland is sterk op het gebied van wetenschap en onderzoek, maar slaagt er moeilijk in deze kennis toe te passen en op de markt te brengen. Dat kan Nederland zich niet permitteren. De WRR heeft daarom onderzoek verricht naar het verloop van innovatieprocessen. 

Naast het bestaande instrumentarium moeten de overheid en het bedrijfsleven meer oog hebben voor het belang van de organisatie, management en arbeid bij het innovatieproces binnen en tussen bedrijven, organisaties en instellingen. Een vernieuwd innovatiebeleid moet zich niet uitsluitend richten op het traditionele macro-economische niveau. Het moet zich veel meer dan tot nu toe gebruikelijk was richten op de innovatieve krachten binnen en tussen bedrijven en organisaties, het meso- en microniveau. Dat is vooral een verantwoordelijkheid van die bedrijven en instellingen zelf, maar de overheid kan wel heel gericht nieuwe vormen van samenwerking bevorderen, initiatieven stimuleren en administratieve belemmeringen wegnemen. 

Er zijn velerlei obstakels waardoor belangrijke innovaties niet van de grond komen. Bedrijven die gevestigde belangen, markten en instituties met innovaties uitdagen, de uitdagers, lopen vast. De bemoeienis van de overheid in de uitvoering van programma’s en in samenwerking met bedrijven is te complex en te traag. Bij veel innovaties zijn combinaties van verschillende partijen betrokken die alle andere belangen hebben. Deze verschillende belangen leiden soms tot patstellingen die partijen zelf niet kunnen doorbreken, waardoor ze echte innovaties in de weg staan. Volgens de WRR kan de overheid samen met het bedrijfsleven een belangrijke rol spelen in het wegnemen van dergelijke obstakels. Innovatie is niet alleen een kwestie van goede ideeën, maar vooral een kwestie van de toepassing en verspreiding daarvan, ook in het onderwijs. De weg naar nieuwe gebieden moet worden opengebroken, er moet een opening komen naar samenwerking, er moet ruimte komen voor verrassingen en onzekerheid. Innovatie is immers per definitie onvoorspelbaar. Ook en vooral moet de weg worden opengesteld voor de uitdagers. 

Een directe rol voor de overheid ligt volgens de WRR bij het bevorderen van innovatie binnen de overheidsorganisatie en in publieke sectoren. De schaarse publieke middelen, belastinggelden, zouden vooral op het terrein van zorg, milieu, energie, onderwijs, infrastructuur, veiligheid en water moeten worden gebruikt. De mogelijkheden voor innovatie op deze terreinen zijn groot. 

Anders organiseren 

Innovatie vereist een nieuwe benadering van management. Er moet niet intern gericht gewerkt worden, maar vooral ook extern: zoek allianties met externe partners en zoek een sterk netwerk naar klanten en toeleveranciers. Die samenwerking moet vooral ook over grenzen heen lopen van bedrijfstakken, regio’s en landen. De overheid moet dat meer ondersteunen en waar nodig coördineren. 

De Raad beveelt aan om op gebieden van publiek belang de overheid meer op zoek te laten gaan naar innovaties en meer dan nu het geval is afnemer te laten zijn van innovaties. Daarbij, zegt de Raad, zou nadrukkelijk kleine innovatieve bedrijven in staat moeten worden gesteld om hun ideeën en producten te ontwikkelen.   

Bij innovatie gaat het niet alleen om het stimuleren van de spreekwoordelijke ‘Willie Wortel’. In het onderzoek naar innovatieprocessen heeft de Raad vastgesteld dat betrokkenheid van medewerkers en werknemers op alle niveaus noodzakelijk is. Hun waardevolle kennis, inzicht in de behoeften van de klanten en afnemers van diensten, betrokkenheid bij een variëteit aan activiteiten zoals productontwikkeling, productontwerp en marketingpresentatie vereist nieuwe interne arbeidsverhoudingen, uitdagende functies, goede werkplekken en ontwikkelingsmogelijkheden van die medewerkers. Volgens de WRR gaat het hier om elementen van die dienen te worden meegenomen in het debat over de flexibilisering van de arbeid. Flexibiliteit is nodig, maar ook een zekere continuïteit van arbeid en eigendom. Innovaties gedijen niet in de sfeer van traditionele hiërarchische waarin productiemedewerkers alleen als zodanig worden beschouwd. Variëteit aan activiteiten, productontwikkeling, ontwerp, procesvernieuwing, daar gaat het om. Daarbij staan meer taken, meer verantwoordelijkheid  en uitdagende functies centraal. Op alle niveaus, aldus de WRR, zou daarom met een zekere urgentie veel meer aandacht moeten worden gegeven aan sociale aspecten van innovatie.

Uit het onderzoek komt ook het primaire belang van goed onderwijs naar voren. Niet alleen voor de overdracht van kennis, maar ook voor de productie van kennis in wisselwerking tussen universiteiten en bedrijfsleven. De Raad constateert wel dat commercialisatie binnen universiteiten de bronnen voor het doorzoeken van nieuwe terreinen (innovatie) kan vernietigen. Daarom beveelt de Raad ook aan dat de overheid ervoor zorgt dat commercialisatie binnen universiteiten niet zo ver gaat dat de basis van fundamentele wetenschappelijke kennis wordt afgebroken.

De WRR ziet veel in zogenaamde third spaces, virtuele of fysieke plekken waar ontmoeting en samenwerking tussen de universiteit en het bedrijfsleven plaatsvindt om productie van kennis te beschermen en toepassing en inspiratie van nieuwe kennis vanuit de praktijk te bevorderen. 
 

Over grenzen kijken 

Nederland moet ook als het gaat om innovatie meer dan nu het geval is over de grenzen kijken. Nederland heeft traditioneel een functie als knooppunt van goederenstromen en als knooppunt van mensenstromen met hun kennis en hun behoefte aan kennis. Daarbij passen ook heel goed experimenten met nieuwe vormen van organisatie om waarde te creëren in nieuwe internationale omstandigheden. Mogelijk kunnen Nederlanders opnieuw en ook op het bredere terrein van innovatie en kennisgebruik de rol van de intermediair vervullen. 

De Raad stelt wel vast dat dat van ons het vermogen tot samenwerking met andersdenkenden vergt  en de noodzaak dit verder te ontwikkelen om nieuwe waarden te kunnen creëren.
 

Over de WRR

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) is een onafhankelijk adviesorgaan voor de Nederlandse regering. De WRR geeft de regering gevraagd en ongevraagd  advies over onderwerpen vanuit een langetermijnperspectief. Deze onderwerpen zijn sectoroverstijgend en hebben betrekking op maatschappelijke vraagstukken waarmee de regering in de toekomst te maken kan krijgen. De WRR-adviezen krijgen hun weerslag in openbare rapporten, die zowel een probleemstellend als adviserend karakter kunnen hebben. 

Innovatie vernieuwd. Opening in viervoud, WRR-rapport nr. 80, ISBN 905356 577, € 24,50 en de WRR-verkenning nr. 18 Micro-foundations for Innovation Policy, ISBN 9053565 827, € 45,00 zijn vanaf 28 mei a.s. verkrijgbaar in de boekhandel of via Amsterdam University Press.