Ons land wordt net als veel andere landen steeds vaker geconfronteerd met verstoringen van digitale infrastructuur, zoals DDOS aanvallen op het betalingsverkeer of de digitale overheid. De gevolgen zijn vooralsnog vaak beperkt, maar de kans bestaat dat daarin verandering komt.

Immers, het belang van cybersecurity groeit niet alleen voor traditionele computernetwerken, maar ook voor kunstmatige intelligentie, robotica, drones, zelfsturende voertuigen en het internet der dingen. Bovendien zijn digitale systemen inmiddels cruciaal voor het functioneren van de ‘klassieke’ (al dan niet vitale) infrastructuur in ons land, zoals waterbeheer, het openbaar vervoer en talloze processen voor de uitvoering van overheidsbeleid. Met het belang, de verdere verspreiding en verwevenheid van digitale technologie nemen ook de risico’s en complexiteit van deze risico’s toe. Bovendien kan inmiddels een veelheid aan oorzaken een digitale verstoring in gang zetten. Van terroristen en hackers tot natuurrampen en technische problemen: allemaal kunnen ze een digitale ontwrichting in gang zetten en daarmee de samenleving potentieel enorm ontregelen en schade toebrengen.

Grootschalige digitale verstoring

Cybersecurity en het terugdringen van risico’s heeft inmiddels volop de aandacht. De vraag is echter of we ons wel voldoende bewust zijn van de mogelijkheid van een grootschalige digitale verstoring. Laat staan dat we zijn voorbereid op de fase nadat een verstoring daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Bij een dijkdoorbraak, een vliegramp of een grote ontploffing is in grote lijnen duidelijk wat er moet gebeuren, hoe de governance is ingeregeld en welke problemen in de omgang met deze incidenten we kunnen verwachten. Maar bij verstoringen met een digitale component, bijvoorbeeld in ziekenhuizen, van betaalsystemen of bij het Internet of Things, is daarentegen veel onbekend en onzeker.

Nederlandse overheid

De Nederlandse overheid bevindt zich in het voorbereiden op een digitale ontwrichting bovendien in een lastige situatie. Digitale netwerken zijn in de regel complex en grensoverschrijdend van aard, wat het handelingsvermogen van de nationale overheid beperkt. Bovendien zijn veel digitale voorzieningen in private handen, met als gevolg dat er weinig controle is over kritische functies waaronder ook de bij rampen zo cruciale communicatie. Voor de omgang met een ontwrichting is de overheid dus per definitie op andere partijen aangewezen en daarmee afhankelijk van het handelen van deze partijen. Problematisch daarbij is dat voor een deel van deze partijen andere belangenoriëntaties zullen gelden.

Voldoende voorbereid

Dit project onderzoekt wat digitale ontwrichting betekent voor Nederland en beoogt beleidsperspectieven voor de overheid te schetsen. Hoe begint een digitale verstoring, wat is daarvan het verloop, welke effecten kunnen optreden, en wanneer is zij voorbij? Welke afhankelijkheden komen in beeld? Ook komt aan de orde of we op een scenario van een digitale ontwrichting voldoende zijn voorbereid. Zijn er manieren om - vooraf - het herstelvermogen van de Nederlandse samenleving te vergroten en welke verantwoordelijkheid heeft de overheid daarin? Een onderliggende vraag hierbij is telkens in hoeverre een digitale verstoring lijkt op andere crises en ramptypen en of hieruit lessen zijn te trekken voor de omgang met digitale ontwrichting en afhandeling van de gevolgen daarvan.