Redzaamheid

De centrale vraag van dit onderzoeksproject is welke rol niet-cognitieve vermogens spelen bij de redzaamheid van burgers. De hedendaagse samenleving stelt hoge eisen. De overheid verwacht van burgers dat ze zelfredzaam zijn en op allerlei onderdelen van het leven actief keuzes maken, in actie komen en met tegenslag om kunnen gaan. Denkvermogen is daarvoor niet genoeg. Redzaamheid vraagt ook ‘doenvermogen’. De burger moet een plan maken, in actie komen, volhouden en om kunnen gaan met verleidingen en tegenslag. Burgers zijn hiertoe slechts beperkt in staat. Onder stress nemen deze vermogens bovendien sterk af.

Cover (klein) van WRR-rapport Weten is nog geen doen. Een realistische perspectief op redzaamheid
©WRR

Weten is nog geen doen. Een realitisch perspectief op redzaamheid (2017)

De WRR vraagt met dit rapport aandacht voor het belang van niet-cognitieve vermogens, zoals een doel stellen, in actie komen, volhouden en om kunnen gaan met verleidingen en tegenslag. Kennis en intelligentie alleen zijn niet genoeg voor redzaamheid. Ook mensen met een goede opleiding en een goed inkomen kunnen in moeilijkheden komen omdat ze even niet opletten of zaken voor zich uitschuiven.

Banner Podcast aflevering 1 Het verhaal van de WRR
©WRR

Podcast 'Vogelvlucht' over Weten is nog geen doen - september 2020

De WRR bracht in 2017 het adviesrapport Weten is nog geen doen uit. Daarmee werd een gevoelige snaar geraakt: er zijn inmiddels meer dan 20.000 exemplaren van verspreid, vele instanties gingen met de aanbevelingen aan de slag en het rapport wordt nog steeds veelvuldig aangehaald tijdens de parlementaire debatten. Centraal staat het doenvermogen van de burger; de overheid moet zich meer rekenschap geven van wat de burger aan kan als het om wetten en regels gaat, zeker als die burger zich in een stressvolle situatie bevindt. Deze podcast belicht met praktijkvoorbeelden hoe groot de problemen van burgers kunnen zijn, en wat de WRR precies beoogt met zijn advies. 

Toelichting op het WRR-rapport Weten is nog geen doen. Een realistisch perspectief op redzaamheid

(Op een rapport staat de titel: Weten is nog geen doen. Een realistisch perspectief op redzaamheid. Anne-Greet Keizer:)

STILTE

(Onze samenleving stelt hoge eisen. Van burgers wordt verwacht dat ze op allerlei gebieden actief keuzes maken en in actie komen. Maar er bestaat een verschil tussen wat de overheid verwacht van burgers en wat zij aankunnen. En dat beperkt zich niet tot een kleine groep kwetsbaren.)

(Ook hoogopgeleiden laten soms steken vallen omdat ze niet opletten of zaken uitstellen. En soms is het juist de overheid die mensen minder redzaam maakt. Wie een oude snorfiets wegdoet, maar niet afmeldt bij de verzekering, krijgt een boete van 330 euro. Na acht weken wordt de boete verhoogd met 50 procent.)

(Blijft de acceptgiro dan nog liggen, dan volgt opnieuw een verhoging met 100 procent. Binnen een paar maanden kan de boete dus oplopen tot 990 euro. Als je dan nog niet in actie komt, kan 't CJIB een verzoek tot gijzeling indienen. Onoplettendheid kan dus snel grote gevolgen hebben.)

(We weten dat niet iedereen beschikt over evenveel denkvermogen. We vinden het logisch dat de overheid daar rekening mee houdt. Burgers verschillen ook in doenvermogen. Niet iedereen kan het overzicht houden. Niet iedereen komt in actie als dat nodig is. Niet iedereen kan even goed verleidingen weerstaan.)

(Dat is aangetoond in de marshmallowtest. Kleuters krijgen een keuze voorgelegd: Je kunt de marshmallow nu opeten, maar als je wacht, krijg je er twee. Dan is te zien hoe kleuters verschillend omgaan met deze verleiding. Het bleek dat kinderen die konden wachten, het op latere leeftijd beter deden op school.)

(Uit gedragswetenschappelijk onderzoek weten we dat denkvermogen niet voldoende is voor redzaamheid. Weten betekent niet automatisch doen. In dit rapport vraagt de WRR aandacht voor niet-cognitieve vermogens: Een doel stellen, een plan maken, in actie komen, volhouden en omgaan met verleidingen en tegenslag.)

(De overheid moet hiermee rekening houden en mentale vermogens van burgers realistisch inschatten. Dat is goed voor de redzaamheid van burgers en de schatkist, maar ook voor de legitimiteit van overheid en beleid.)

(Burgers moeten erop kunnen vertrouwen dat de overheid hen niet over de rand duwt en dat momenten van onoplettendheid en zwakte geen ingrijpende gevolgen hebben. Drie persoonskenmerken zijn van bijzonder belang voor redzaamheid. Temperament, zelfcontrole en overtuiging.)

(Mensen met een approach-temperament zien moeilijke situaties onder ogen en komen in actie. Mensen met een avoidance-temperament gaan moeilijke situaties uit de weg en ontkennen ze. Zelfcontrole is het vermogen om dominante gedragsneigingen te veranderen of te onderdrukken en gedrag, gedachten en emoties te reguleren.)

(De een is optimist en denkt: Het komt wel goed. De ander is pessimist en vervalt in machteloosheid en passiviteit. Deze verschillen hangen enigszins samen met opleidingsniveau, maar zeker niet volledig.)

(Het volgt ongeveer een normaalverdeling. Sommigen scoren slecht, anderen goed, maar de meeste mensen scoren rond het gemiddelde. Bovendien zetten stress en mentale belasting het doenvermogen onder druk.)

(Dat is extra problematisch als het leven tegenzit, zoals bij een faillissement, echtscheiding of ontslag. Juist deze situaties gaan gepaard met stress.)

(Jammerend bladert een vrouw door een map vol papieren:)

ZACHT GEJAMMER

(Ik word gek van al die papieren. Echt gek.)

(Onderzoek geeft geen aanleiding tot hooggespannen verwachtingen over trainbaarheid van doenvermogen. Gunstiger zijn de perspectieven voor training van specifieke vaardigheden. Dat is alleen het geval als de training zich niet alleen richt op denkvermogen, maar ook op doenvermogen.)

(De WRR beveelt dus aan geen hoge verwachtingen te hebben over de algemene trainbaarheid van doenvermogen. Er bestaan geen eenvoudige, snelle en goedkope oplossingen. Verschillen zullen een realiteit blijven.)

(De WRR pleit voor een realistisch perspectief dat doorklinkt in de voorbereiding, inhoud en uitvoering van beleid. Nieuw beleid moet vooraf getoetst worden of het rekening houdt met verschillen tussen burgers en het totaal aan mentale belasting dat burgers aankunnen.)

(De overheid kan inspelen op beperkt doenvermogen door niet alleen te sturen op informatie, maar ook keuzearchitectuur aan te passen. Bijvoorbeeld door standaardopties aan te vinken of verleidingen te verminderen, zodat mensen niet voortdurend een beroep hoeven te doen op hun zelfcontrole.)

(Vanuit een realistisch perspectief verifieert de overheid eerst of er sprake is van niet willen of niet kunnen, voordat ze sancties oplegt. Forse overtredingen verdienen forse sancties, maar kleine fouten mogen slechts kleine gevolgen hebben.)

(Daarbij past vroegtijdig en persoonlijk contact wanneer sprake is van onregelmatigheden. Als de stress nog niet te groot is, hebben mensen nog mentale ruimte om aanpassingen te doen. Bezoek voor meer informatie en het volledige rapport de website van de WRR.)

(Beeldtekst: wrr.nl.)

Vogelvlucht #4 Weten is nog geen doen

Transcriptie podcast WRR Vogelvlucht 'Weten is nog geen doen'

Citaten uit kamerstukken
Daarnaast hebben mensen met problematische schulden ook een beperkt doenvermogen.... Zoals gezegd heeft dat onder meer te maken met het beperkte doenvermogen van mensen...Daarom is uiteindelijk gekozen voor een regeling waarbij de medewerking van een schuldenaar niet nodig is... Met het denk- en doenvermogen van de burger wordt in dit wetsvoorstel rekening gehouden... Dat het nieuwe inburgeringsstelsel beter aansluit op het doenvermogen van inburgeringsplichtigen. 

Voice-over
Als je op www.tweedekamer.nl zoekt op het trefwoord doenvermogen, kom je stukken tegen van ministers, staatssecretarissen, commissies en Kamerleden die de betekenis van dit begrip kennen en ermee werken. Doenvermogen betekent zoveel als: niet alleen weten hoe je je als burger in de 21e eeuw staande houdt, maar er ook naar handelen. Daar ontbreekt het sommige mensen aan, maar het wordt hen ook niet altijd makkelijk gemaakt door de overheid.

Voice-over
In 2017 legde de WRR, de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, op eigen initiatief de vinger op de zere plek met het rapport 'Weten is nog geen doen'. Sindsdien houden al vele beleidsmakers bij het maken van wetten en regels rekening met eventuele beperkingen in het doenvermogen van mensen. Maar wat is het probleem precies? En welke oplossingen draagt de WRR aan? Daar geeft deze aflevering van WRR Vogelvlucht antwoord op. Maar allereerst: Hoe komt het dat de aanbevelingen van de WRR in korte tijd zo breed worden toegepast? Een belangrijk element was de timing.

Anne-Greet Keizer
Een van de dingen die geholpen heeft met de positieve ontvangst, is dat het rapport gepresenteerd is net na de Kamerverkiezingen, op een moment dat er sprake was van een lange formatie. En in een lange formatie hebben de hogere ambtenaren van de verschillende ministeries in Den Haag soms meer tijd dan anders om eens even na te denken over de toekomst van beleid en belangrijke ontwikkelingen.

Voice-over
Je hoort de stem van Anne-Greet Keizer, senior wetenschappelijk medewerker van de WRR en als projectcoördinator verantwoordelijk voor het rapport 'Weten is nog geen doen'.

Anne-Greet Keizer
Wij merkten dus dat wij bij veel ministeries heel erg welkom waren om te vertellen over ons rapport en dat er ruimte en tijd was om hierover na te denken. En wat ik dus vooral heel prettig vond aan de ontvangst van het rapport is dat ze echt begrepen wat we met dit rapport probeerden te doen.

Voice-over
De inhoud van het rapport was voor veel beleidsmakers herkenbaar.

Anne-Greet Keizer
Voor henzelf, maar vooral ook voor de probleemgroepen waar zij soms bij hun ministerie mee bezig zijn.

Voice-over
Er zijn zo'n twintigduizend exemplaren van het rapport in gedrukte en digitale vorm aangevraagd en de makers hebben het rapport op tal van plaatsen toegelicht.

Mark Bovens
Anne-Greet en ik hebben denk ik met z'n tweeën 70 of 80 lezingen gegeven in de afgelopen jaren en we geven nog steeds lezingen, drie jaar na dato.

Voice-over
En dit is de stem van Mark Bovens, hoogleraar bestuurskunde en als Raadslid van de WRR verantwoordelijk voor dit rapport.

Mark Bovens
Algemene reden is dat wij denk ik een taal hebben gevonden voor iets wat heel veel mensen al vonden. Op een reeks van terreinen zoals motorrijtuigen, toeslagen, ziektekostenverzekeringen, zag je dat. Ook beleidsambtenaren zagen: dit beleid is te ver doorgeschoten. We houden te weinig rekening met wat gewone mensen aankunnen. Wij hebben eigenlijk een taal gevonden met dat doenvermogen, en ook een wetenschappelijke basis eigenlijk aangebracht, voor een brede intuïtie die heel veel mensen al hadden, ook in de uitvoering. We komen heel veel uitvoerders tegen die zeggen van: ja wat jullie hebben beschreven, komen wij dagelijks tegen. Mensen zijn best van goede wil, maar het groeit hen gewoon boven het hoofd. En ze vergeten dingen. En daardoor komen ze in grote problemen omdat boete op boete wordt gestapeld. 

Voice-over
Boete op boete, het kan zelfs levens ruïneren.

Soundclip
Toen kwam ik dus voor het eerst in aanraking met justitie. Dat gebeurde door een bromfiets die niet verzekerd was en toen heb ik een bekeuring gekregen. Goed, op een gegeven moment moest ik dus voor de rechtbank komen, omdat ik dus al een paar keer geregistreerd was. Registercontrole. Die wordt dus elke keer uitgevoerd en elke keer komt dat weer naar boven en na zoveel keer moet je voor de rechtbank komen. Dan moet je je verantwoorden. Nou goed, de rechter was van mening dat ik bewust dat ontdoken had en ik ben ik veroordeeld voor een maand gevangenisstraf.

Voice-over
Je hoorde Thomas, wiens leven na een kleine fout helemaal uit koers raakte. Uit onderzoek komt naar voren dat bijna de helft van de Nederlanders moeite heeft om zelf regie te voeren over gezondheid, ziekte en zorg. Het ontbreekt hen aan kennis, motivatie en zelfvertrouwen. Eén op de drie huishoudens heeft onvoldoende buffers om een normale tegenslag, zoals het stukgaan van een wasmachine, op te vangen. Een slim systeem ontslaat mensen niet van hun verantwoordelijkheden, maar zorgt wel voor voldoende kreukelzones en vangrails, zo stellen de onderzoekers van de WRR. Voor dat streven ligt een belangrijke taak bij de Tweede en Eerste Kamer. 

Mark Bovens
Onze boodschap aan hun is ook van: let op dat het nog wel duidelijk blijft. De burger moet de wet niet alleen kennen, maar de burger moeten de wet ook 'kunnen'. We zien dat met name de Eerste Kamer, die natuurlijk een minder politieke rol heeft en een meer wetgevingstoetsende rol, dat enorm heeft opgepakt. We hebben voor 30, bijna de helft van de Eerste Kamerleden een presentatie gegeven samen. De Eerste Kamer slaat hier heel erg op aan en terecht, want de Eerste Kamer heeft een belangrijke rol om de kwaliteit van wetten, en dus niet alleen de technische juridische kwaliteit, maar ook de doenlijke kwaliteit vanuit burgers gezien te toetsen.

Voice-over
De Eerste Kamer had ook nog een concrete vraag aan de WRR.

Anne-Greet Keizer
Kunnen jullie met ons meedenken? Hoe moeten we dat dan gaan doen? Hoe moet je dat vorm gaan geven?

Voice-over
Er volgt opnieuw overleg met de Kamerleden. 

Anne-Greet Keizer
En toen hebben we de Doenvermogentoets ontworpen. In lijn met onze eigen aanbevelingen hebben we dat geprobeerd simpel vorm te geven. Het is één A4'tje, waar een aantal stappen staan die je kan doorlopen en die je kunnen helpen om te zorgen dat je beleid uitgaat van realistische verwachtingen over wat burgers kunnen. Dat je beleid formuleert dat de mentale belasting van burgers zo laag mogelijk houdt.

Voice-over
Maar ook bij de uitvoering van bestaand beleid zijn de aanbevelingen van de WRR snel opgepakt.

Mark Bovens
Met name grote uitvoeringsorganisaties zijn er eigenlijk heel snel mee aan de slag gegaan, zoals het CAK, de Sociale Verzekeringsbank. Dat heette de Manifestgroep. Een aantal van de directeuren daar hebben een club gemaakt en hebben eigenlijk vrij snel dit gedachtegoed omarmd en hebben van meet af aan geprobeerd om in de uitvoering van sociale zekerheid veel meer aandacht te vragen voor bijvoorbeeld persoonlijk contact. Niet brieven sturen, maar gewoon even bellen. Niet lang wachten tot de problemen oplopen. Een heel mooi voorbeeld is CZ, de ziektekostenverzekeringsmaatschappij, die de premies moet innen. Daar geldt eenzelfde boete op boete beding. Als je na drie maanden niet betaalt krijg je automatisch een boete en die blijft altijd staan, ook als je weer netjes premies hebt betaald. En daar is men bijvoorbeeld al in een vroegtijdig stadium gaan werken met: zo gauw er één melding is dat iemand zijn premie niet betaalt, gaan ze meteen bellen. 

Soundclip
Ik ben Elisa. Ik heb heel lang gewerkt als advocaat. In die tijd had ik altijd een boekhouder. Dat was heel fijn. Die deed mijn belastingaangifte en dat liep behoorlijk soepel. Maar op een gegeven moment was er een verandering in mijn leven en ik werkte niet meer als advocaat. En ik moest het voortaan zelf doen. En ik had ook wel wat privé-problemen en veel stress van het nieuwe werk. En toen ben ik dat gaan uitstellen en gaan uitstellen. En ik vond het steeds moeilijker worden. De blauwe envelopjes stapelden zich op in mijn werkkamer. En nou ja, de Belastingdienst kan verschrikkelijke dingen doen als jij niet aan hun verplichtingen voldoet, zoals beslag leggen, fictieve aanslag opleggen, hoge boetes en dat dreigde allemaal. Ik werd steeds zenuwachtiger en ik schaamde me er natuurlijk ook erg daarvoor. En toen ben ik op een gegeven moment gebeld door de belastinginspectie. En dat is een telefoongesprek wat ik echt nooit zal vergeten. De man zei: Mevrouw, u gaat nu die aangifte doen. U gaat al uw spullen pakken en neerleggen. En dan gaat u achter de computer zitten. En dan zult u zien, het kan tegenwoordig digitaal. Dat was toen net begonnen. Dan bent u in twee uur klaar en u gaat dat nu gewoon doen. En daarna stuurt u mij een berichtje dat u het heeft gedaan. En ik heb dat gedaan. 

Voice-over
De capaciteit aan doenvermogen is redelijk gelijkmatig verdeeld over de bevolking.

Mark Bovens
Het merendeel van de mensen scoort een zeventje zeg maar, heeft redelijk veel doenvermogen. 

Voice-over
Maakt het uit of je advocaat, vrachtwagenchauffeur of wetenschapper bent?

Mark Bovens
Ja, wel een beetje. Hoger opgeleiden scoren wat beter, maar zo'n 24 procent van de hoogopgeleiden scoort laag en laag opgeleiden scoren iets minder, maar zo'n 16 procent scoort hoog. Dus het is niet per se een diplomademocratie. Ook speelt een rol dat je om een academische opleiding te voltooien, je ook behoorlijk wat doenvermogen nodig hebt, want je moet altijd die tentamens doen en je huiswerk hebben gemaakt et cetera terwijl je vriendjes buiten spelen. Dus daar zit een soort correlatie tussen.

Voice-over
Aan de basis van doenvermogen liggen drie persoonskenmerken: zelfcontrole, temperament en overtuiging. Een deel daarvan zit in je genen. Een ander deel krijg je van thuis mee en het is lastig daar later op te trainen.

Anne-Greet Keizer
We hebben onderzoek gedaan naar wat de literatuur daar op dit moment van zegt. En dan zie je dat er enkele experimenten zijn waarin gepoogd wordt om elementen die ten grondslag liggen aan dat doenvermogen te versterken. Maar dat is zeer moeilijk. En als het al lukt, kost het een hele intensieve investering. Dus op dit moment is onze boodschap aan de regering: vertrouw er nu nog niet op dat je met onderwijs van alles kan oplossen, maar ga op dit moment uit van een meer realistisch beeld van hoe burgers in elkaar zitten.

Voice-over
En wat je hebt aan doenvermogen, kun je soms tijdelijk niet gebruiken.

Mark Bovens
Allerlei onderzoek laat zien dat het doenvermogen, het vermogen om in actie te komen, niet constant is door het leven heen en dat mensen die normaal eigenlijk heel goed in staat zijn om in actie te komen en te plannen en vooruit te denken, die vermogens lopen bijvoorbeeld sterk terug als mensen stress hebben. Als mensen bijvoorbeeld in scheiding liggen, hun baan kwijt raken, als ze een kind verliezen of een partner verliezen. In dat soort levens zie je dat de mentale energie eigenlijk gaat zitten in het verwerken van die gebeurtenis en dat mensen dan veel minder energie en ruimte over hebben om ook nog eens in actie te komen.

Voice-over
En daar zit de crux.

Mark Bovens
Want juist in omstandigheden waarin je te maken hebt met stress - je verliest je baan, je hebt schulden - dan verwacht de wetgever heel veel acties van burgers. Dan moet je formulieren invullen, dan moet je dingen gaan aanvragen. Dan moet je opletten dat je niet teveel toeslagen krijgt want dan moet je het later weer terugbetalen.

Voice-over
De oplossing lijkt simpel.

Anne-Greet Keizer
Dus als je regelgeving of wetgeving ontwikkelt die specifiek gaat over dat soort live events, dan weet je dus ook al dat dit mensen betreft die misschien het overzicht wel even kunnen verliezen. Dus dan is het nog belangrijker dat je goed nadenkt over: wat vragen we van die mensen? Is dat realistisch? Kunnen we het op zo'n manier inrichten dat we ze ook een beetje helpen? Dat dingen automatisch gaan. Dus die live events, die zijn eigenlijk een soort waarschuwing van: OK, als het beleid hier mee te maken heeft, dan moeten we extra goed opletten of dit doenlijk is voor de burger.

Voice-over
Mark Bovens geeft een voorbeeld van waar het mis kan gaan.

Mark Bovens
De huidige wet op de kinderopvang is gemaakt met de beste bedoelingen, namelijk ouders financiële ondersteuning geven om de hoge kosten van kinderopvang te kunnen dragen. Op zich een heel goed idee. Alleen de manier waarop die wet is ingericht, is precies verkeerd. De hoogte van je kinderopvang is afhankelijk van het gezamenlijke gezinsinkomen op het huidige moment. Als dat gezinsinkomen hoger wordt, is de kans groot dat je boven een bepaalde drempel uitkomt en dat je veel minder kinderopvangtoeslag krijgt. De verantwoordelijkheid voor het doorgeven van die gegevens wordt bij de ouders gelegd, dus in een situatie waarin je allebei werkt, jonge kinderen hebt die dagelijks naar de kinderopvang moeten, je drukste spitsuur van je leven, dan verwacht de overheid dat je elke maand checkt wat het gezamenlijke gezinsinkomen is. Is dat niet toevallig omhoog gegaan? Onterecht ontvangen bedragen moet je later terugbetalen, als dat geld er misschien niet meer is.

Mark Bovens
Dat kan ook anders, want er is een ontwerp gemaakt voor een andere wet op de kinderopvang, waarbij men zei: we doen het inkomen t-min 2. Dat wil zeggen een fiscaal inkomen van twee jaar geleden, wat dan is vastgesteld, bepaalt nu of je op dit moment recht hebt. Dan hoef je als ouders niks door te geven. De Belastingdienst weet dat. Wie niks doet, zit goed. Een tweede inzicht is dat als mensen lange tijd bijvoorbeeld chronisch in armoede zitten, te maken hebben met schulden, dan zie je dat die vermogens ook teruglopen.

Voice-over
Een illustratie van armoede als stressveroorzaker komt van sociaal ontwikkelaar Hidde Tielen. 

Soundclip
Ik tref veel mensen die meervoudige problematiek aan de hand hebben en eigenlijk op alle fronten wel balletjes aan het hooghouden zijn om zich überhaupt maar staande houden op die nullijn in de samenleving, met alle verwachtingen die door mensen worden gemaakt zoals financiële zekerheid. Wat je vaak ziet is dat mensen een verzameling van problemen hebben. Dus bijvoorbeeld dagelijks zorgen om geld. Dat levert heel veel stress op. Dat heeft veel invloed op je denk- en doenvermogen. Dat je je opleiding niet hebt afgerond, dat je niet weet waar je dat verder weer kan oppakken. Dat de woningbouwvereniging in je nek hijgt omdat je een huurachterstand hebt. Je kan je voorstellen dat als je allemaal dit soort dingen aan de hand hebt, je de verkeerde keuzes maakt in wat je moet doen. Stress zorgt ervoor dat je op de  korte termijn denkt en helemaal niet meer bezig bent met: waar wil ik over vijf jaar staan?

Voice-over
Hoewel je doenvermogen moeilijk kunt vermeerderen, is geloof in eigen kunnen een factor van belang.

Anne-Greet Keizer
We zien dat als mensen een aantal successen ervaren, dat ze dan meer geloof in eigen kunnen hebben en dat dat kan helpen. Dat is een belangrijk inzicht dat je wel kan gebruiken in de omgang van mensen, bijvoorbeeld met problematische schulden. Eén van de voorwaarden om toegelaten te worden tot de schuldhulpverlening is dat je je administratie op orde moet hebben. Dat is bijvoorbeeld een voorwaarde die voor die mensen in die situatie juist een probleem is. Terwijl als je die mensen iets meer aan de hand neemt en samen met ze kleine stapjes gaat nemen, dan krijgen ze ook weer meer vertrouwen in de situatie en meer gevoel van controle.

Voice-over
Wat is de oorsprong van wat je zou kunnen noemen een onterecht verwachtingspatroon van de overheid jegens de burger?

Mark Bovens
De kern van het probleem is dat de overheid bij het maken van beleid en regels, en ook bij het uitvoeren van beleid, eigenlijk een heel rationalistische perspectief heeft op de burger. De overheid gaat ervan uit dat als je maar genoeg voorlichting geeft en als je daarnaast boetes uitdeelt of beloningen geeft, dan houdt de burger zich vanzelf wel aan de wet. Maar dat is maar de helft van het verhaal. Om te handelen conform wetten of regels is niet alleen nodig dat je snapt hoe de wet in elkaar zit en dat je weet wat de wetten zijn en wat de overheid van je wil, maar je moet er ook naar kunnen handelen. En dat heet in de literatuur ook wel niet-cognitieve vermogens. Dat hebben wij doenvermogen genoemd.

Voice-over
Het woord doenvermogen is nieuw en bedacht in het kader van dit adviesrapport.

Anne-Greet Keizer
Gaandeweg hebben we dus ook heel bewust gekozen om die nieuwe term doenvermogen te introduceren, omdat we merkten dat als we het hadden over niet-cognitieve vermogens, dat mensen ons glazig aankijken van ja, waar gaat dat nou precies over? En met die term doenvermogen en door hem naast denkvermogen te zetten, konden we goed aangeven van wat daarna nog extra nodig is.

Voice-over
Uit welke elementen bestaan die niet-cognitieve vermogens annex doenvermogen?

Mark Bovens
Dat je in staat moet zijn om plannen te maken, om je te houden aan die plannen om in actie te komen, om om te gaan met allerlei teleurstellingen, met verleidingen.

Voice-over
En in die elementen schuilen ook de oplossingen in geval van problemen.

Mark Bovens
Een van de aanbevelingen die wij doen is: werk meer met 'defaults'. Dat wil zeggen: wie niets doet, zit goed. Wij proberen het beleid zo in te richten dat je niet van burgers allerlei handelingen verwacht, maar juist dat ze alleen in actie hoeven te komen als ze zeggen: Ik wil niet zoals het gaat.

Voice-over
Als mensen niet in actie kunnen komen, zorg er dan voor dat dingen vanzelf gaan.

Mark Bovens
Een heel goed voorbeeld van zo'n default is ons pensioenstelsel. Als je werknemer bent dan val je onder een cao en dan  zit je automatisch in het pensioenfonds. En dan wordt dat geregeld. We weten dat dat enorm bijdraagt aan het voorkomen van armoede onder bejaarden. Zo gauw je bij mensen het pensioen vrijwillig maakt en mensen moeten het zelf doen, dan weten we dat een heleboel mensen het niet gaan doen. Dat is veel te ver weg. En ja, dat komt nog wel een keer en tegen de tijd dat het komt, is het te laat.

Voice-over
Wie niets doet, zit goed, is ook een wens van deze man.

Soundclip
Ik ben Eric. Ik repareer oldtimers en ik probeer ze rijdende te houden. Mijn ervaringen  met de overheid zijn niet zo goed. De toestand met de kentekens enzo. Je moet elk jaar als je een auto niet gebruikt hem schorsen. Ik begrijp niet waarom het is, want je zou één keer kunnen schorsen en dan als je weer gaat rijden hem weer kunnen ontschorsen. Maar je moet elk jaar weer opnieuw schorsen. Waarom is dat? Je hebt je eigen spullen in je eigen garage staan. En toch wil de overheid dat je daar elke keer weer voor betaalt. Dus ik begrijp dat niet. Als je niet schorst, als je dat vergeet, dan gaat de RDW controleren of je verzekerd bent en of je APK hebt enzo. En dat heb je dan natuurlijk niet. En dan krijg je een serieuze bekeuring van minimaal 400 euro. Als je die niet betaalt wordt de boete nog hoger en als het doorgaat dan wordt je rijbewijs zelfs afgenomen. 

Voice-over
Het is overigens niet zo dat de overheid je rijbewijs inneemt. Er staat gevangenschap op. Maar behalve een goed geheugen, moet je ook de kracht hebben tal van verleidingen te weerstaan.

Mark Bovens
Neem de bestrijding van obesitas. Inmiddels is er zoveel voorlichting gegeven. Iedereen weet wel dat je meer moet bewegen. Iedereen weet wel dat je gezond moet eten en dat je beperkt moet eten, niet tussendoor moet snacken. Maar het is ontzettend moeilijk om je daar aan te houden, omdat als je een hele dag hebt gewerkt,  stress hebt gehad en je gaat 's avonds naar huis via het station en dan komt je honderd meter voor je het station binnenkomt de geur van Turkse pizza en verse appeltaart al tegemoet. Het zit vol met verleidingen. En het is vrijwel onmogelijk voor de meeste mensen om die verleiding te weerstaan. Zeker als je na zo'n lange werkdag moe bent. Overal zijn verleidingen aanwezig die mensen eigenlijk van het pad afhelpen waarvan ze weten dat ze het eigenlijk moeten lopen, namelijk voorzichtig zijn, niet tussendoor snacken en gezond eten.

Voice-over
Het antwoord daarop heet keuze-architectuur: zorg ervoor dat de burger niet of minder in aanraking komt met ongezonde keuzes, maar behoud de keuzevrijheid.

Anne-Greet Keizer
Het belangrijkst van die keuze-architectuur is dat het een soort tussenweg biedt. Want je hoeft natuurlijk helemaal niet al het ongezonde voedsel te verbieden. Maar je kan wel zeggen: we zorgen dat het op bepaalde locaties in bepaalde situaties minder voorhanden is, bijvoorbeeld op scholen of in ziekenhuizen. En dan staat het mensen nog steeds vrij om zelf naar de supermarkt te gaan en iets te kopen. Maar die constante verleiding, die constante prikkel, die verminder je.

Mark Bovens
Als je gezond voedsel aanbiedt, maak je het voor mensen gewoon makkelijker om die keus te maken. Het gaat om het reduceren van mentale lasten. Het gaat erom dat mensen steeds weer hun wil moeten uitoefenen om toch niet dat colaatje te pakken dat daar vooraan in die grote automaat staat. Een klassiek voorbeeld is de inrichting van gebouwen. Je wilt dat mensen meer bewegen. Maar als je het gemiddelde gebouw binnenkomt is het eerste wat je ziet de liften. Als je met de trap wil, dan moet je ergens een deur zoeken en daarachter is een duister trappenhuis. Je kan ook gebouwen anders inrichten: je komt binnen en dan is er een mooie grote, fijne verlichte trap. En als je met de lift wil, moet je ergens naar een achterliggend duister hoekje.

Voice-over
En dat is 'nudging'.

Mark Bovens
Nudging is een Engelstalig woord voor mensen duwtjes geven. De situatie zo inrichten dat mensen als vanzelf verleid worden om datgene te doen wat ze eigenlijk wel willen, maar waar ze soms moeite mee hebben om te doen.

Voice-over
En zoals de burger een steuntje in de rug kan gebruiken, hebben ook beleidsmakers soms behoefte aan hulp.

Anne-Greet Keizer
De wil is er wel om dit te doen, maar het is in de praktijk soms toch best nog wel lastig om het uit te voeren. Dan komen we op het punt dat ook het doenvermogen van de overheid soms zijn grenzen kent.

Voice-over
Om die reden is de eerder genoemde toets van één A4'tje ontwikkeld.

Mark Bovens
Nogmaal bij de WRR is het zo van je maakt een rapport, je geeft een presentatie. Dan heb je nog een landingsfase, dan geef je allerlei lezingen. Maar op een gegeven moment moet het scheepje zelf maar varen. Dan ben je al lang weer bezig met volgende projecten. En in dit project hebben we nog een aantal documenten gemaakt na afloop van het rapport, die erg veel meer handvatten bieden. We merkten gewoon dat men eigenlijk weer terugviel op klassieke reflexen en dat er toch weer werd van nou ja, ok, dus we moeten wat meer voorlichting geven en we moeten meer heldere taal gebruiken. Of er moet naast digitaal ook nog een telefonische helpdesk komen voor de mensen die niet met computers om kunnen gaan, voor digibeten. Maar daar ging ons rapport nu juist niet over. Het ging niet over digibeten en het ging niet over mensen die laaggeletterd zijn. Het gaat over iedereen. Met schoot weer door in de reflex van het denkvermogen.

Voice-over
In samenwerking met het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft de WRR een bondig document voor beleidsmakers ontwikkeld met de naam Van toets naar tools. Het is onlangs verschenen. De toolset bevat onder meer vijf basisstappen. 

Voice-over
Stap 1: Breng in kaart hoeveel handelingen van de burger worden verwacht. 

Mark Bovens
Probeer je eens te verplaatsen in de positie van de burger: stel dat je van een regeling gebruik wil maken. Probeer gewoon eens simpel in kaart te brengen hoeveel acties je als burger moet ondernemen om uiteindelijk uit te komen bij de vergunning of bij de toelage of wat dan ook. 

Voice-over
Ook wordt beleidsmakers aanbevolen...

Anne-Greet Keizer
...veel meer gebruik te maken van de kennis die er bij de uitvoeringsorganisatie zit. Daar is ontzettend veel kennis over de situatie van mensen, waar ze tegenaan lopen, waar nieuw beleid rekening mee zou moeten houden. Het is volledig logisch dat een ambtenaar niet alles kan overzien vanuit zijn eigen situatie. Maar de vraag is dus vooral: verdiep je er dan in en ga onderzoek doen.

Voice-over
Stap 2: Is er sprake van samenloop met life events of andere situaties van grote stress?

Anne-Greet Keizer
Ik denk dat heel veel ambtenaren met de beste bedoelingen aan de slag gaan met beleid ontwerpen, maar dat ze niet altijd bekend zijn met de situatie die specifieke groepen betreft. En dat er ook wel een bepaalde logica is waarom beleid op een bepaalde manier tot stand gekomen is. Toen ons rapport uit was waren we aanwezig bij een sessie van ambtenaren van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Toen ging het over het voorbeeld in ons rapport van een alleenstaande ouder met een deeltijdbaan en twee opgroeiende kinderen. Zo iemand kan aanspraak maken op allerlei inkomensondersteuning. Dat is prachtig, maar dat betekent wel dat zo iemand wel twaalf verschillende regelingen kan aanvragen, waarvoor achtien formulieren moeten worden ingevuld en er tachtig betaalmomenten per jaar zijn. En het betreft toeslagen, dus je moet elke keer controleren of je precies het juiste bedrag ontvangen hebt. Want als je iets te veel ontvangen hebt, moet je het later allemaal terugbetalen. Dus dat vraagt ontzettend veel van zo iemand die al in een ingewikkelde situatie leeft. 

Voice-over
Stap 3: Is er cumulatie van lasten door andere regelgeving? Een probleem bij deze stap kan zijn, dat het lastig is het hele beleidsvoorbereidende veld in één oogopslag te overzien.

Mark Bovens
Wat een van de ambtenaren van sociale zaken tegen ons zei, is: wat de overheid eigenlijk heeft gedaan, is het outsourcen van de hele back office van de overheid naar de burger. De overheid heeft gezegd: de burger moet maar al die stromen bij mekaar zien te brengen. Het is voor ons te ingewikkeld. Ja als het voor de overheid al te ingewikkeld is dan...

Anne-Greet Keizer
Maar juist ook omdat we snappen dat het ingewikkeld is, hebben we hem bewust als stap opgenomen in die doenvermogentoets. Op z'n minst moet je het momentum creëren dat er even gekeken wordt van: wat is er bekend? En je wil ook graag dat ook in de Tweede Kamer, in een Eerste Kamer er ook op die manier naar nieuwe wetgeving gekeken wordt. 

Voice-over
Stap 4: Probeer de mentale belasting zoveel mogelijk terug te brengen, bijvoorbeeld met defaults en 'opt-out'-regelingen.

Anne-Greet Keizer
Waar het om gaat, is dat je het eigenlijk zo inricht dat wie niets doet, goed zit. De standaardkeuze is de keuze die over het algemeen voor de meeste mensen de beste keuze is. Mensen hebben keuzevrijheid, maar willen ze iets anders, dan moeten ze in actie komen.

Voice-over
Dat is de opt-out. Anne-Greet Keizer geeft een voorbeeld.

Anne-Greet Keizer
Als studenten zijn afgestudeerd, moeten ze uiterlijk de tiende dag van de volgende maand hun ov-studentenkaart opzeggen en daarvoor moeten ze zelfs fysiek naar een station en een automaat gaan om dat zelf te regelen. Dat kan dus niet via internet. We weten gewoon dat afstuderen gepaard gaat met allerlei veranderingen in het leven. Je moet misschien wel verhuizen, een baan zoeken, op reis gaan, en veel studenten vergeten dit gewoon. En dan ontstaan er vrij snel oplopende boetes en best wel grote problemen.

Voice-over
Stap 5: Zijn de gevolgen van onoplettendheid te overzien?

Anne-Greet Keizer
Als je beleid goed ontwerpt, dan kun je voorkomen dat er veel mensen in de problemen komen. Maar er zullen altijd mensen zijn die de brief echt niet openmaken of om andere redenen toch in de problemen komen. En dan is het goed om van tevoren al te bedenken: wat gebeurt er met die mensen? En hoe kunnen we zorgen dat we die problemen vroegtijdig signaleren? En niet dat alles doorsuddert en dat de problemen opeens heel erg groot worden. Een belangrijk punt is het principe wat wij bedacht hebben, dat kleine fouten dus ook kleine gevolgen moeten hebben.

Mark Bovens
Ja, wij zeggen eigenlijk: dit is een soort moderne invulling van het sociaal contract tussen burger en overheid. De overheid wil graag dat de burger zich netjes gedraagt. Maar als burger wil je ook graag dat de overheid je helpt om je netjes te gedragen; niet dat het ontzettend moeilijk wordt om je netjes te gedragen. Of dat de overheid eigenlijk je een duw geeft waardoor je in de schulden terechtkomt. 

Mark Bovens
Het is goed voor de burger, omdat op deze manier de burger zich eigenlijk kan bezighouden met de dingen die er echt toe doen, namelijk niet formulieren invullen, maar gewoon de echte dingen in het leven. En het is belangrijk voor de overheid, omdat op deze manier je het vertrouwen vergroot bij de burger, dat de overheid er is om de samenleving verder te helpen, om de burger verder te helpen, niet om je in de schuldsanering terecht te doen komen. 

Voice-over
Tot zover deze aflevering van WRR Vogelvlucht. Alle informatie rond dit adviesrapport en deze podcastserie kun je vinden op www.wrr.nl.