Volledige verslag van debat Aftershocks in Brussel
Hoe verder na de crisis? Dat was de vraag die donderdagavond 25 februari centraal stond in Huis deBuren in Brussel. De organisatoren kozen voor deze stad in het hart van Europa, aangezien de economische crisis geen probleem van Nederland alleen is. Op initiatief van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) en de Vlaams-Nederlandse culturele organisatie deBuren, werd gesproken over het WRR-boek Aftershocks
Onder de titel Afterschocks. Economic Crisis and Institutional Choice gaf de
Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) in november 2009 een bundel uit met 24 essays
van internationaal gerenommeerde wetenschappers, politici en bestuurders. Onder
de redactie van Anton Hemerijck, voormalig directeur van de WRR, nu decaan van
de faculteit van Sociale Wetenschappen van de VU, Ben Knapen, WRR-raadslid, en Ellen van Doorne, adviseur strategie bij het Kabinet van de
Minister-President, werkte de WRR een zomer lang aan het boek. In mei 2009 begon
de WRR met een serie interviews en een half jaar later werd Aftershocks gepresenteerd
en overhandigd aan minister van Economische zaken Maria van der Hoeven.
Na een welkom van Dorian van der Brempt, directeur van deBuren, in een goedgevuld
“huis van wijsheid en schoonheid”, opende Ben Knapen het debat.
Bescheidenheid en behoedzaamheid waren zijn kernwoorden: “We zijn niet zover
te kunnen zeggen hoe je op de lange termijn moet omgaan met de financiële crisis.
Met dit boek hebben we gezaghebbende, internationale denkers, wetenschappers en
politici proberen te betrappen op het moment dat ze boven hun bureau nadenken:
wat vinden we hier van, hoe gaan we dit ordenen?”
Boek tussen knipsels
De andere debatdeelnemers drukten deze bescheidenheid direct de kop in. Frank Vandenbroucke, oud-minister van Onderwijs, tegenwoordig parlementslid in Vlaanderen, noemde
het een “absoluut, uitstekend boek” waar hij veel geleerd heeft van de “inhoudelijk
stevige inleiding en uitleiding”. Ook Aart Jan de Geus, oud-minister van Sociale Zaken onder Balkenende en nu plaatsvervangend directeur
van de OESO, sprak over “een kroniek” en een “sjabloon van het debat” zoals dat
op dit moment speelt. Hij voegde toe: “Ik verzamel altijd krantenknipsels van
een jaar en ik denk dat ik dit boek er in zijn geheel bij doe. Het geeft een geweldig
beeld van de verschillende thema’s.”
Ook de methode beviel De Geus. De WRR interviewde de verschillende denkers en
zette daarnaast hun verhaal in een essay in perspectief. De Geus: “Bij een interview
zeggen mensen meer dan ze anders zouden schrijven en je krijgt een vlotter verhaal.”
Bank of casino?
Rick van Cauwelaert, hoofdredacteur van het Vlaamse opinieblad Knack, was de
debatleider en hij begon beschouwend: “Heeft Europa goed gereageerd op de crisis?”
Vandenbroucke is niet al te negatief, maar realiseert zich dat ons nog veel te
wachten staat. “Op het moment dat de Europese Centrale Bank (ECB) moest ingrijpen,
is dat goed gedaan. Als je het vergelijkt met het alternatief dat de ECB niet
bestond, of niet had ingegrepen, heb je twee catastrofale scenario’s. Maar, we
komen nu in een andere fase. Komt er wel een herstel? Gaan sociale problemen zich
opstapelen?”
Volgens De Geus is Europa vooral toe aan “bescheidenheid”. “De fouten uit het
verleden zijn niet herhaald en de stimulanspakketten hebben gewerkt, maar zorgelijk
is het ontbreken van een financiële regulering. Wanneer je niet reguleert krijg
je een financieel speelveld waarbij banken geen banken meer zijn. Ben je een handelsbank
of een casino? Regulering moet hierop letten en die is er niet. En of het er komt:
ik weet het niet.”
Vertrouwen is de sleutel
Vandenbroucke beklemtoonde het belang van vertrouwen: “Je komt terug op een klassiek,
oeroud probleem: je hebt een instelling nodig die bezig is met geld (de ECB) en
de regering die bezig is met een begroting. Die twee moeten elkaar vertrouwen.
Er moet een gemeenschappelijke strategie zijn. Daar is de Europese politiek voor
nodig.”
Hij vervolgde: “Vertrouwen is de sleutel. Gaan de mensen de politiek vertrouwen
als de politiek hen meeneemt op een moeilijke weg? Mensen vinden lang leven heel
belangrijk, dus onze sociale politiek gaat meer geld kosten. Gezondheidszorg en
pensioenen zullen duurder worden. Hiervoor moet je herschikken en keuzes maken.
Politici moeten voor deze keuzes een kapitaal aan vertrouwen krijgen.”
De Geus vroeg zich na een schuldbekentenis van Vandenbroucke af – die stelde
dat we met z’n allen een zeer groot probleem hebben laten groeien binnen de financiële
wereld – of er niet sprake is geweest van een teveel aan vertrouwen. Vandenbroucke:
“Er was te veel vertrouwen, omdat je het financiële stelsel niet meer kon doorzien.
Je denkt: ‘het zal wel juist zijn.’” Knapen voegde toe dat ook de ideologie hier
een rol speelt: “De markt heeft altijd gelijk.”
Wij werken niet echt, hè
Betogers in Griekenland die de straat optrokken uit woede over de slechte sociale
vooruitzichten, werden regelmatig als voorbeeld gebruikt in het debat. Veroordelen
moet je dit niet, stelde Vandenbroucke: “Ik denk dan altijd bij mijzelf: mensen
als Aart Jan de Geus en Frank Vandenbroucke die willen werken tot ze 85 jaar zijn
hebben makkelijk praten; wij werken ook niet echt, hè. Wij prikken niet ergens
in de grond.”
Hij gaf aan de gevoelens van de betogers wel te begrijpen. “Die hele toestand
is niet de schuld van de burgers, maar van de bankiers.” Ook Knapen uitte zijn
zorgen: “Als dit overslaat naar andere Zuid-Europese landen heb je een probleem.”
Verder voegde hij toe dat de stoere taal van politici – ‘er gaat geen cent van
de Nederlandse belastingbetaler naar Griekenland’ – naïef is. “Vroeger, met de
wisselkoersen, had je een gulden die revalueerde en kostte het je ook geld.”
Het debat in Brussel werd nooit echt scherp – geen meningen die lijnrecht tegenover
elkaar stonden – maar bleef daarmee allerminst op de oppervlakte. Onderwijs kreeg
een prominente rol in de oplossingen van met name Vandenbroucke, oud-minister
van Onderwijs, en De Geus.
Azië is Nederland van jaren ’50
Klakkeloze investeringen in het onderwijs zijn echter niet de oplossing om de
crisis te lijf te gaan. De Geus: “Er zijn onderdelen die niet zozeer vragen om
een investeringsslag, maar om een herschikkingslag.” Alle drie de debatdeelnemers
zeiden zich zorgen te maken over het feit dat de gelijkheid van kansen is afgenomen
in het onderwijs. De Geus noemde Duitsland hier het “meest storende voorbeeld”
van.
Knapen vergeleek de situatie in Azië met Nederland in de jaren vijftig. “Ouders
hebben daar eenvoudige banen en de kinderen ruiken dat zij het land verder gaan
brengen. Je moet zorgen dat duidelijk wordt dat onderwijs een investering is.
De afname van de gelijkheid van kansen is zorgelijk.”
De Geus: “Onderwijs is geen kostenpost, maar een investeringsproject.” Als je
wilt besparen zul je dat dan ook op de uitkeringen moeten doen, sprak de oud-minister
van Sociale Zaken. “Het woord ‘sociaal stelsel’ vind ik te romantisch. Ik maak
een sterk onderscheid tussen enerzijds zorg en onderwijs, anderzijds uitkeringen.
Op uitkeringen moet je meer besparen, niet door te korten, maar ervoor te zorgen
dat alleen zij uitkering krijgen die het echt nodig hebben.”
Knapen beklemtoonde dat onderwijs een zeer belangrijke rol speelt, maar dat het
niet het hoofdthema van Aftershocks is. “We hebben meer de vraag gesteld: heeft
de crisis institutionele effecten?” De Geus memoreerde gesprekken die hij heeft
gevoerd met verschillende financiële dienstverleners: “Die zeggen: ‘Nationale
overheden willen meer grip op ons, maar dat is de weg terug’. Dus zei ik ‘gaan
jullie dan Europese regels voorschrijven.’ Maar nee, dat willen ze ook niet.”
Arrogantie
Het feit dat Aftershocks in 2009 verscheen en de ontwikkelingen rondom de crisis
niet stoppen, roept de vraag op of de WRR zich verkeken heeft op bepaalde terreinen.
Knapen: “Het klinkt arrogant om te zeggen van niet, dus ik denk hard na.”
“Het belangrijkste verschil met een half jaar geleden is dat de urgentie van
de consequenties op de langere termijn er toen niet zo toe deden. Wij en de geïnterviewden
hebben ons niet gerealiseerd dat de dwang tot economische coördinatie diep ingrijpt
in de nationale soevereiniteit en de psychologie van de relatie tussen politici
en hun kiezers. De crisisachtige context – in Griekenland waren 50.000 mensen
op de been om te demonstreren – is een hele andere uitkomst dan wat er ontstaat
in de studeerkamer.”
Wij tegen zij
Over het instituut Europa, veelvuldig besproken in Aftershocks, en de rol van
nationale politici werd ook gedebatteerd. Knapen stelde hier niet “vreselijk optimistisch”
over te zijn. “De verleiding om van wij tegen zij (Brussel) te spreken, is erg
groot. Wat dat betreft hebben we een stilzwijgende samenzwering tussen een argwanend
publiek en nationale politici.” Politici zullen volgens Knapen over hun schaduw
heen moeten springen. “De veranderingen in de wereld zorgen ervoor dat we steeds
meer als Europa moeten spreken.”
Knapen ziet weinig mogelijkheden en bereidheden om de sociale zekerheid te herschikken,
juist nu. “Het gaat slecht, er wordt ingegrepen, de economie herstelt zich niet
in het door ons gewenste tempo, dus zijn we verplicht in te grijpen in delen waar
we niet in willen grijpen. Maar dat is niet zo makkelijk. Als je kijkt naar Duitsland,
daar zoekt men voor 800.000 banen personeel en 3 miljoen mensen zitten thuis.
Het matcht niet.”
Invliegen Obama doet niets
Ook de rol van de Verenigde Staten kwam voorbij. Knapen stelde dat het land nog
steeds “fenomenaal rijk” is wanneer je “alles bij elkaar optelt”. Maar ook hij
ziet scheurtjes in de oude positie. De machtsbronnen tonen de problemen: “Militair
is de grens bereikt en de financiële schulden zijn buitengewoon zorgelijk. Feit
is dat landen waar we twintig jaar geleden niet aan dachten nu meedoen. Een symptoom
is dat het invliegen van de Amerikaanse president in Kopenhagen betrekkelijk weinig
verschil maakt.”
Toch komen de Verenigde Staten sneller uit de crisis dan Europa, stelde Van Cauwelaert.
De Geus haakte direct in door aan te geven dat dit allerminst betekent dat ze
op de goede weg zijn. “De vraag is of het nieuwe duurzaamheid oplevert.” Te veel
kijken naar deze grootmacht is dan ook geen goed idee volgens de directeur van
de OESO. Met name de enorme schuldpositie van de VS is zorgelijk.
Nogmaals somde De Geus de taken die er liggen voor Europa op: “Eerst zorgen voor
de financiële regulering – als dat niet binnen een paar jaar gebeurt gaat dat
tegen je werken – en dan een nieuwe wervende agenda opstellen.”
Nog maar een crisis?
Uit de zaal kwam de vraag hoe je dit als politicus dan moet vertellen aan de
burger. Hoe het economische beleid zomaar aan Europa overlaten? De Geus, gepokt
en gemazeld in Den Haag, gaf direct toe dat dit onmogelijk is, maar “politici
kunnen wel op thema’s ingaan. De financiële regulering en een investeringsagenda
voor onderwijs met gezamenlijke programma’s kun je wel degelijk uitleggen. Werkgelegenheid
kan bijvoorbeeld toenemen als de beroepsbevolking beter opgeleid is: er ontstaan
meer mogelijkheden om producten en diensten te leveren.” Vandenbroucke sloot zich
volledig aan bij deze focus op het onderwijs. “Je redt er de wereld niet direct
mee, maar het is een stap.”
Verder pleitte De Geus voor een grotere rol van de media. “We hebben geen Europese
publieke opinie. Er is geen speelveld in de media waarin krachten elkaar ontmoeten,
laat staan dat ze ergens op afgerekend worden.”
Er volgden veel andere vragen vanuit de zaal. “Is er nog een crisis nodig voordat
politieke doorbraken als de EU-regering werkelijkheid wordt?” De Geus antwoordde
dit wel te vrezen: “Al vind ik de lezing van Knapen hout snijden dat er bijvoorbeeld
druk van buitenaf kan komen.”
