Presentatie Investeren in werkzekerheid

Investeren in werkzekerheid Op 30 januari 2007 presenteerde de WRR in Nieuwspoort rapport 77: Investeren in werkzekerheid. Het bevat aanbevelingen ter verbetering van het functioneren van de arbeidsmarkt en tevens een uitgebreide analyse van de behoefte aan flexibiliteit op de arbeidsmarkt. Producten worden steeds sneller vernieuwd, productietechnieken veranderen in een hoog tempo en ook de internationalisering leidt tot steeds meer veranderingen. Al deze veranderingen moeten worden opgevangen door de arbeidsmarkt. Dat betekent dat er meer aanpassingsvermogen zal moeten komen. Dat heeft consequenties voor de bedrijfsvoering en ook voor de mobiliteit van de werknemers.

De aanbevelingen die op de analyse volgen, gaan in op de vraag hoe werknemers kunnen worden voorbereid op deze mobiliteit. Het antwoord van de WRR ligt besloten in het begrip werkzekerheid. Met werkzekerheid wordt bedoeld het vertrouwen dat als je een baan verliest je redelijk snel weer naar tevredenheid een nieuwe baan kunt vinden. Deze werkzekerheid meent de WRR te kunnen bereiken door maatregelen die neerkomen op een samenhangende bijstelling van bestaande instituties. Het gaat om :

  • Investeren in een loopbaanperspectief en een leven lang leren;
  • het in samenhang bezien van de vormen van inkomensbescherming bij ontslag;
  • het bundelen van reïntegratie-inspanningen;
  • het beter voorzien in de positie van groepen die het relatief zwaar hebben, zoals zorgende werknemers, oudere werknemers en laagopgeleiden.

Meer concreet zou dit ertoe kunnen leiden dat werknemers gedurende hun loopbaan zich oriënteren op hun verdere carrière, het loopbaanperspectief. Op basis hiervan gaat men zich scholen. Daartoe zouden leerrechten en leerplichten kunnen worden ontwikkeld. Bij ontslag moeten er aanspraken komen op re-integratieondersteuning die voortborduurt op dit scholingstraject. Dit alles moet invulling krijgen via het cao-overleg.

Wanneer dit cao-overleg tot overeenkomst heeft geleid op deze onderwerpen is er een goede basis om de ontslagbescherming anders vorm te geven. De WRR meent dat als er een  adequate zoektermijn is waarbinnen die re-integratie succesvol kan verlopen (en welke varieert met het arbeidsverleden), en er ook een tijdige aankondiging van het ontslag is geweest, en er, als derde voorwaarde, het cao-overleg tot resultaat heeft geleid, tussenkomst van CWI of kantonrechter bij ontslagverlening niet meer nodig is.

Daarnaast doet de WRR voorstellen met betrekking tot de eerder genoemde groepen van zorgende werknemers, oudere werknemers en laagopgeleiden. Voor zorgende werknemers bepleit de WRR  verruiming van het zorgverlof, voor ouderen  een tijdelijke tegemoetkoming van overheidswege zodat men in plaats van vijf dagen er vier kan gaan werken, en voor laagopgeleiden wijst de WRR op de noodzaak van het vergroten van hun vaardigheden omdat verlaging van het minimumloon geen verbetering inhoudt voor deze groep.

Investeren in werkzekerheid, WRR-rapport nr. 77, ISBN 978 90 5356 757 9, prijs € 34,95 en Arbeid, flexibiliteit en ontslagrecht, WRR-verkenning nr. 14, ISBN 978 90 5356 993 1, prijs € 49,50 zijn vanaf medio maart 2007 verkrijgbaar in de boekhandel en bij Amsterdam University Press, Herengracht 221, 1016 BG Amsterdam, bestellingen@aup.nl.

Lezing Prof.dr. Jules J.M. Theeuwes bij de presentatie van het rapport

Persbericht rapport 77

Actueel

Zoeken

» Geavanceerd zoeken